12-03-2012 13:15
Deze maand wordt de productie van de Chevrolet Volt voor 5 weken stilgelegd. Reden is het gebrek aan vraag naar de innovatieve personenauto op de thuismarkt. Autointernationaal.nl spreekt hier bewust van 'personenauto' omdat 'gezinswagen' de lading eigenlijk niet dekt: daarvoor is het interieur te krap (geen derde zitplaats achterin) en de bagageruimte met 370 liter te klein. Voor Amerikaanse begrippen is dat peanuts.
.
Maar de Volt kampt ook met 2 andere serieuze problemen: zijn prijs en zijn imago. De Chevrolet kost in de VS namelijk meer dan een Cadillac CTS. Na aftrek van de overheidsubsidie kan je voor even veel geld uit een Amerikaanse showroom wegrijden met een Infiniti G-serie. Weliswaar de '25' uitvoering, maar toch: dat doet aan de premiumbeleving niks af.
.
Het gevolg is dat de Volt vorig jaar slechts 7.671 kopers trok. Er waren uitsluitend superrijke Amerikanen die hun hand opstaken voor een exemplaar: hun gemiddelde inkomen bedroeg 170.000 dollar, waarmee de klanten rijker waren dan de cliëntèle van BMW, Cadillac of Lexus. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar ook dit feit illustreert dat de Volt allesbehalve een wagen voor het (gewone) gezin is. Critici vragen zich af wat het nut was van de miljarden kostende redding van General Motors door de overheid (ook wel gekscherend Government Motors genoemd) als het concern alleen maar weet te innoveren met een exclusief speeltje voor miljonairs.
.
Voor Barack Obama, de Democratische president die zegt op te komen voor de minder bedeelden in de VS, is dit gênant. Ook omdat de overheidssubsidie op superzuinige auto's als de Volt (nu nog 7.500 dollar, straks 10.000 dollar) rechtstreeks naar rijke Amerikanen vloeit die een dergelijke financiële ondersteuning bij de aanschaf van een auto helemaal niet nodig hebben. De subsidie is bedoeld voor 'gewone' Amerikanen, maar die kunnen zich de Volt ook na aftrek van de overheidsbonus niet veroorloven. Voor hen is de Chevrolet trouwens ook te krap om als enige auto voor het huishouden te kunnen functioneren.
.
Het gevolg is een groot imagoprobleem voor de Chevrolet Volt. Republikeinen hebben er een hekel aan omdat de auto symbool staat voor verkwisting van overheidsgeld. Zij zien veel liever dat de regering Obama stopt met subsidiëren en in plaats daarvan de belastingen verlaagt. Dan kan iedereen zelf in een onverstoorde vrije markt economie bepalen wat hij koopt. Dat is tenslotte de ziel van de Amerikaanse cultuur.
.
Maar ook de gewone man, die traditioneel op de Democratische partij stemt, moet niks meer van de Volt hebben. Hij ziet de Volt als een speeltje van de superrijken. Voor huishoudens die net zoveel auto's hebben als presidentkandidaat Mitt Romney huizen heeft, maakt het niet uit dat de Chevrolet weinig ruimte biedt. Dan pak je, als je met het hele gezin op pad gaat, gewoon een andere auto. Maar die luxe hebben gewone Amerikanen letterlijk en figuurlijk niet. En daarmee ook geen ticket tot de spitsstrook, die in diverse steden in de VS is voorbehouden aan elektrische auto's.
.
Zelfs analisten die Obama welwillend gezind zijn, begrijpen niks van het overheidsbeleid ten aanzien van superzuinige auto's als de Volt. De regering wil er in 2015 (oftewel al over 3 jaar; dat schiet dus lekker op als de teller van de Chevrolet pas op 7.671 verkochte exemplaren staat) 1 miljoen exemplaren van op de weg hebben. Bij een overheidssubsidie van (straks) 10.000 dollar betekent dit een kostenpost van 10 miljard dollar. En dat voor een soort auto waar de gewone Amerikaan dus niks aan heeft. "Is Obama nog wel de president van het volk?", zo vragen zij zich af.
.
Vanwege de enorme overheidssubsidiëring voor auto's waar de Volt symbool voor staat, wordt de Chevrolet ook wel de meest door de staat gepromote auto sinds de Trabant genoemd. Bonter kan je het in de VS, waar de haat tegen het communisme nog diepgeworteld is, niet maken. Oost Duitsland is in elkaar gestort; staat dit de Amerikaanse overheid ook te wachten als er niets gedaan wordt aan de geldverspilling?
.
De enige situatie waarin er alsnog een run op de Chevrolet showrooms kan ontstaan voor een exemplaar van de Volt, is als de olieprijzen door het dak gaan. Oftewel als er oorlog tussen Israël en Iran uitbreekt met alle nucleaire gevolgen van dien. Maar dat is natuurlijk geen businesscase waarmee General Motors de productie van de Volt weer kan herstarten. Of wat Barack Obama op zijn geweten wil hebben.
.
Dat de Chevrolet Volt samen met zijn zustermodel Opel Ampera in Europa uitgeroepen is tot Auto van het Jaar, zegt de Amerikanen niks. Sterker nog: zij zien er bewijs in dat wij hier met onze linksige regeringen (en daar hoort ook het kabinet Rutte bij) knettergek zijn. Niet in staat om de eurocrisis te bezweren en nu dus ook bij het aanwijzen van de meest spraakmakende auto van 2011 volkomen het noorden kwijt.
.
De conclusie is dan ook duidelijk: nee, de Chevrolet Volt is niet meer te redden. Amerikanen gruwen van een auto waar een subsidiegeur aan zit. De Volt staat voor alles waar de bevolking in de VS niet mee geassocieerd wil worden: een overheid die gaat bepalen dat jij moet gaan rijden in een auto die veel te krap is voor je hele gezin. Net zoals, inderdaad, vroeger de Trabant.
.
Autointernationaal.nl geeft de Volt nog maximaal anderhalf jaar. Dan gaat definitief de stekker er uit. Dat betekent niet het einde van de elektrische auto met actieradius verhogende verbrandingsmotor aan boord, integendeel: het is de toekomst. Maar het moet wel goedkoper en het moet in een ruimer jasje. Schrale troost voor General Motors is dat de Chrysler Airflow bijna 80 jaar eerder het ook niet redde. De ideeën (geen boordplanken meer, gestroomlijnde carrosserie, lager zwaartepunt, zelfdragende carrosserie) waren goed, maar de uitvoering klopte niet. Hetzelfde geldt, naar de huidige maatstaven, voor de Chevrolet Volt. En zeg nou eerlijk: denkt u dat er in Nederland ook maar één leaserijder voor de Opel Ampera zou kiezen (een model dat krapper is dan de Astra maar bijna 2 keer zo duur is) als er niet een flink fiscaal douceurtje tegenover zou staan?