17-05-2012 09:43
Het rommelt bij Opel. Het marktaandeel staat onder druk, de bedrijfsresultaten blijven diep rood van kleur (in het eerste kwartaal werd 250 miljoen euro verlies geleden) en de vraag is niet of er meer fabrieken gesloten gaan worden, maar wanneer. In dergelijke situaties ontstaat er altijd gemor over de te volgen koers. En zijn er op de wal staande stuurlui die het beter weten. Zoals de Belg Johan Willems, bestuurslid bij Opel. Die is namelijk ontevreden over de positionering van het merk. In zijn ogen moet Opel zogeheten volksauto's gaan aanbieden. Iets dat haaks op het streven van de huidige directie staat om het merk naar een hoger plan te tillen. Volgens Willems heeft Opel de laatste jaren veel klanten verloren. Een analyse die, kijkend naar het gekrompen marktaandeel, klopt maar daarmee is niet gezegd dat daarom een herpositionering noodzakelijk is. Eén van de belangrijkste redenen voor de gedaalde verkopen is namelijk dat Opel zijn auto's niet meer tegen elke prijs van de hand wil doen. Dan maar wat minder marktaandeel. Iets waar Willems moeilijk mee kan leven. Hij denkt dat Opel de afgelopen jaren te ambitieus is geweest met zijn prijsstelling. "Opel moet weer een merk voor het volk worden", aldus het Belgische bestuurslid.
.
Willems is daarmee iemand die buiten de realiteit leeft en onbezonnen uitspraken zonder historisch besef doet. Opel heeft namelijk nooit volksauto's gemaakt. Ja, er waren goedkopere modellen maar niet zonder ook het hogere segment te bedienen. Het is juist het verwaarlozen van de duurdere gamma dat Opel in de problemen heeft gebracht.
.
Als iemand de weg kwijt is, dan dient hij terug te gaan naar het punt waarop er nog wel overzicht was. Voor Opel was dat 1957. Toen verdrongen de consumenten zich voor de showrooms van het merk. En bood Opel toen een volksauto aan? Welnee! De Rekord vormde toen de basis, die een derde duurder was dan een Volkswagen. En in het hogere segment was men marktleider met de Kapitän; een model waaraan Mercedes-Benz qua betrouwbaarheid nog een puntje kon zuigen.
.
Nu, 55 jaar later zijn zowel de Rekord als de Kapitän (en hun latere opvolgers) uit het gamma verdwenen. In plaats daarvan zijn de Agila, de Corsa, de Kadett/Astra en de Ascona/Vectra/Insignia in de showrooms verschenen. Allemaal goedkoper dan de modellen waarmee Opel zijn reputatie heeft opgebouwd. Dus hoe kan je nou spreken van te ambitieus zijn? Alle typische volksauto's (Goggomobil, Lloyd, NSU) zijn in Duitsland verdwenen. Volkswagen heeft zich alleen uit de rode cijfers weten te werken door zich een premiumstatus aan te meten met een bijbehorende winstmarge. Roepen dat Opel gered kan worden door volksauto's te gaan bouwen is net zulke volksverlakkerij als zeggen dat Nederland beter af is zonder de euro.
.
Er zijn in Europa meer autoproducenten die in de rode cijfers zitten. Dat komt enerzijds door de stagnerende vraag naar auto's plus de overcapaciteit in de branche, maar ook door de relatief hoge productiekosten. De enige oplossingen zijn: 1) exporteren naar markten buiten Europa en 2) modellen bouwen die niet primair op prijs worden gekocht. Beide oplossingen laat Opel nu onbenut.
Op de 2 grootste afzetmarkten van de wereld, China en de VS, is het merk niet vertegenwoordigd. Volkswagen daarentegen wél en kan zo de matige resultaten in Europa compenseren. Ook met het bouwen van modellen die niet primair op prijs worden gekocht, laat Opel kansen liggen. De Agila is niet meer dan een omgestickerde Suzuki. Tja, dan zet je jezelf prijstechnisch volledig klem. Dezelfde fout wordt nu met de Mokka gemaakt. Theoretisch is het afzetpotentieel voor de eerste Duitse compacte cross-over goed, maar Chevrolet zaagt de poten onder dit model vandaan door zelf ook een versie van dit ontwerp aan te gaan bieden. De afgekloven Corsa heeft vooral vanwege zijn ongemotiveerde benzinemotoren elke aantrekkelijkheid verloren. En bij de grotere modellen ontbreekt een motorvariant waarvan het hart van autoconsumenten met benzine in hun bloed sneller van gaat kloppen.
.
Maar wat niet is, kan nog komen. Er komt geen vervolg van de samenwerking met Suzuki. Nog dit jaar kunnen we kennismaken met de Adam: het premiumantwoord van Opel op de Fiat 500 en de Mini. Het zal geen miljoenenpubliek trekken (geen volksauto dus ...) maar de winstmarge zal een stuk aantrekkelijker zijn dan op zijn donormodel Corsa. En wie weet wordt het publiek van de nieuwe 1,6 liter turbobenzine uitvoering (met naar men zegt een ongekende loopcultuur) wel enthousiast.
.
Per saldo is Opel dus helemaal niet zo slecht bezig. Er is er nog lang niet, maar de periode van de onveilige Sintra, de op maandagochtend ontworpen Vectra C en de chronisch onbetrouwbare Omega B heeft het merk gelukkig afgesloten. Meneer Willems moet gewoon geduld hebben. Opel kan de gloriejaren doen herleven door terug te keren naar de oorspronkelijke positionering, tussen Volkswagen en Mercedes-Benz in. Zeg maar het vernuftige alternatief voor Audi. Er is nog veel werk aan de winkel en het is vervelend dat net nu het dak gerepareerd wordt de zon verkooptechnisch niet meer schijnt, maar Opel moet vooral auto's bouwen die de welvarende Duitsers zelf willen. Dan volgt de rest van de wereld vanzelf. Kijk maar naar Audi, BMW, Mercedes-Benz, Porsche en Volkswagen.