Autoconcern Stellantis, met merken als Fiat, Peugeot, Citroën, Jeep en Opel, doet weer goede zaken in Europa. De verkopen gingen in deze marktregio in het derde kwartaal met 10 procent omhoog, vooral dankzij een sterke vraag naar de goedkope elektrische auto’s van het bedrijf.
De groei is opvallend, omdat Europese fabrikanten de afgelopen tijd steeds meer concurrentie ondervinden van Chinese spelers. Die bieden ook scherp geprijsde elektrische modellen aan, maar krijgen van de pers vaak matige recensies omdat er kritiek is op overactieve assistentiesystemen terwijl de rijeigenschappen van veel modellen te wensen over laat.
Europa is voor Stellantis verreweg de belangrijkste automarkt qua verkoopaantallen. Toch was de sterkere vraag in onze wereldregio onvoldoende om de dalende verkopen in Noord-Amerika, het Midden-Oosten en Afrika te compenseren. De mondiale verkopen daalden daardoor met 1 procent tot net onder de 1,3 miljoen voertuigen. Stellantis kampte de afgelopen jaren vooral met problemen in de Verenigde Staten, waar klanten wegliepen omdat zij niet gediend waren van de door het bedrijf ingezette transitie naar een gamma met meer elektrische modellen. Ook deden zich serieuze kwaliteitsproblemen voor, met name bij Jeep.
In Europa deden vooral automodellen zoals de Citroën C3 en C3 Aircross, de Opel Frontera, de Fiat Grande Panda, de Fiat 500 Hybrid en de Jeep Compass het goed. Dat vergroot het zelfvertrouwen bij Stellantis, dat op de autosalon van Parijs met maar liefst 9 conceptstudies liet zien ‘alive and kicking’ te zijn. Het grootste deel van die showmodellen (zie foto) kan rekenen op enthousiaste reacties van de pers.
