Abarth zal afwezig zijn op de autosalon van Parijs. Met reden. Het Italiaanse merk bevindt zich in een grote crisis.
Als eerste merk van Stellantis maakte Abarth in 2023 de volledig overstap naar elektrische auto’s met de 500e en vervolgens in 2024 met de 600e. Maar sindsdien wordt het merk met de schorpioen geconfronteerd met een scherpe daling van de verkoopcijfers.

Om het tij te keren, voert Abarth agressieve promoties van haar modellen (in de vorm van kortingen tot 40 procent) en kondigt het een garantie van 8 jaar aan. Tot nu toe zonder al te veel resultaat. Afgelopen maand werd in Nederland geen enkele nieuwe Abarth op kenteken gezet. De verkopen liggen dit jaar (januari t/m september) ruim 20 procent onder het niveau van 2025. Op Europees niveau komt Abarth niet op de verkoopradar voor. Want in de eerste jaarhelft wist het merk niet eens 1.000 auto’s op kenteken te zetten.
Geconfronteerd met dit commerciële fiasco, overweegt Stellantis voor Abarth nu een terugkeer naar modellen met een verbrandingsmotor. De hoop is dat op die manier klanten teruggewonnen kunnen worden. Maar is het niet al te laat?
Een terugkeer naar modellen met een verbrandingsmotor is namelijk makkelijker gezegd dan gedaan. Om te beginnen timmert Stellantis niet aan de weg met haar plug-in hybride aanbod. Niet voor niets hebben Chinese automerken op dit vlak zovele terrein verovert. En voor zover Europese autofabrikanten er op dit vlak nog aan te pas komen, wordt de buit verdeeld door Ford (Kuga), Volvo (XC60) en in mindere mate Volkswagen, BMW en Mercedes. Daarnaast weten ook de Hyundai Motor Groep en het Toyota concern klanten aan te trekken die geïnteresseerd zijn in een plug-in hybride auto. Maar rondom Stellantis is het stil. Zo belandde een plug-in hybride opvolger voor de Alfa Romeo Giulia en Stelvio in de afvalcontainer.
Introductie van nieuwe modellen met een plug-in hybride aandrijflijn is voor Stellantis bedrijfseconomisch alleen verantwoord als zij eerst mechanische aanpassing doorvoert, om zo de elektrische actieradius naar een concurrerend niveau te tillen. Daarnaast kampt zij met het probleem dat haar nieuwste platform (dat volgend jaar onder de nieuwe Peugeot E-208 debuteert) exclusief voor elektrische voertuigen is ontworpen. En het bestaande onderstel voor compacte modellen (STLA Small) is niet geschikt voor plug-in techniek.

Op papier is er met het prestatieniveau van de bestaande Abarth modellen niks mis. De 500e heeft in vergelijking met zijn donor, de elektrische Fiat 500, een aanzienlijk hoger vermogen, namelijk 155 pk in plaats van 118 pk. En de Abarth 600e is als Scorpionissima maar liefst 280 pk sterk. De ambitie van Abarth was om sportieve prestaties te combineren met het directe koppel van de elektromotor, terwijl er tegelijkertijd een kunstmatige geluidsgenerator werd geïntegreerd om de traditionele klantenkring niet van zich te vervreemden. Abarth hoopte zich zo te profileren als een voorbeeldig kind van de Stellantis familie.
Het aanvankelijke optimisme van het management werd echter al snel getemperd door een scherpe daling van de verkoopcijfers. De doelgroep en merkliefhebbers omarmden de verschuiving naar elektrische auto’s namelijk niet. Geconfronteerd met de noodsituatie op de verkoopafdeling is Abarth dus genoodzaakt zijn verkoopstrategie grondig te herzien om de schade te beperken.

Abarth zit aan alle kanten klem. Voor de 500 is, afgezien van de elektrische aandrijflijn, alleen de mild hybride 1,0 liter motor van 65 pk beschikbaar. Daarmee is de Fiat zo’n beetje de langzaamste auto op de markt, want accelereren naar 100 km/u neemt 16,2 seconden in beslag. Klanten die toch een exemplaar kopen, krijgen een nagelvijl gratis bijgeleverd. Te gebruiken op de momenten dat zij niet met het schakelen bezig zijn, want de 1,0 liter motor kan niet gecombineerd worden met een automatische transmissie. Dat maakt een auto vandaag de dag feitelijk onverkoopbaar.

De Abarth 600e kan in 280 pk uitvoering in 5,9 seconden naar 100 km/u sprinten, dus daar is weinig mis mee, maar de doelgroep wil blijkbaar (los van het gemis van kippenvel veroorzakend akoestisch genot) niet gezien worden in een verbouwde Fiat 600; een van de tuttigste SUV modellen die te koop is.
Meer vermogen ontfutselen aan de 1,2 liter PureTech motor is ook geen optie. Als dat al lukt, dan zullen de kosten daarvan door Abarth nooit terugverdiend worden. Bovendien heeft deze 3 cilinder krachtbron een te zwaar belast verleden. Stellantis schijnt er zo snel mogelijk van af te willen, maar moet daarvoor wachten tot er in Italië voldoende productiecapaciteit is gecreëerd voor een moderne versie van Fiat’s Fire krachtbron.

Het management van Abarth heeft eerder dit jaar een prototype voor een Abarth Grande Panda aan de hoge heren van Stellantis gepresenteerd. Maar een kind kan zien dat de beloofde redding er van dit model niet zal komen. Los van de aandrijflijn problematiek, oogt de hoekige Grande Panda te veel als een utilitaire auto, bestemd voor mensen met een krappe beurs. Daar wil de Abarth rijder niet mee geassocieerd worden.
De toekomst ziet er dan ook somber uit voor Abarth.
