Brazilië was lange tijd het domein van Amerikaanse, Europese, Japanse en Koreaanse autofabrikanten die lokaal markt-specifieke modellen laten produceren, zoals auto’s die op ethanol kunnen rijden of pick-ups op basis van personenwagens. Maar hun verkoopfeestje is ruw verstoord door, jawel ook daar, Chinese merken. Die zijn inmiddels behoorlijk succesvol met scherp geprijsde modellen die voorzien zijn van de nieuwste technologie. Brazilië hanteert weliswaar flinke (35 procent) importtarieven voor auto’s die elders geproduceerd zijn, maar dat geldt niet voor assemblagekits (die worden met slechts 14 procent belast). Met name op de volledig elektrische auto’s uit China heeft de gevestigde orde geen goed antwoord. Met als gevolg dat het marktaandeel van merken als BYD en Geely in Brazilië is opgelopen tot 28 procent. Vorig jaar was dat nog 12 procent.
Renault is een van de bestaande partijen die klanten ziet vertrekken. Het marktaandeel van het Franse merk viel in één jaar terug van 4,8 procent naar 3,6 procent. Om verdere afkalving te voorkomen, is samenwerking gezocht met Geely. Die mag haar modellen in de Renault fabriek in Curitiba laten produceren en vervolgens via het dealernetwerk van het Franse merk verkopen. Renault mag in ruil voor die gastvrijheid GEA platform technologie van Geely gaan gebruiken. Daardoor is zij in staat om al volgend jaar nieuwe elektrische modellen te lanceren die specifiek zijn afgestemd op de Braziliaanse markt. Renault houdt 73,6 procent van de aandelen van haar lokale divisie. De rest (26,4 procent) is van Geely.
“Wij willen een van de leiders worden op de volledig ontwrichte Braziliaanse markt”, zegt Fabrice Cambolive, wereldwijd directeur van het merk Renault. Geely verkoopt inmiddels via ruim 250 dealers van het Franse merk haar auto’s en in Curitiba start nog dit jaar de productie van de EX2/E2 en de EX5. Vorig jaar kwam het Chinese automerk nog niet op de Braziliaanse verkoopradar voor, maar in augustus staat Geely op de 11de plaats. In dezelfde periode zakte Renault naar plek 10. Toch bestempeld Renault het verlies aan marktaandeel niet louter negatief omdat zij voor 73,6 deelt in de door Geely behaalde winst. Daarnaast zijn de dealers, die verdienen aan after sales en financiering, er sterker van geworden.
“Hoe meer Geely auto’s wij verkopen, hoe beter dat is voor Renault, aldus François Provost, de CEO van het Franse autoconcern. Daarnaast kan Renault haar productiecapaciteit in Brazilië op deze manier beter benutten. Op één monoflow-lijn in Curitiba worden modellen op 5 verschillende platforms gebouwd, bestemd voor 21 Latijns-Amerikaanse landen. De fabriek heeft een capaciteit van circa 400.000 auto’s, maar leverde vorig jaar minder dan 200.000 exemplaren af. Brazilië als geheel benut slechts 45 procent van zijn 4,6 miljoen voertuigen grote productiecapaciteit.
Provost mikt op 1 miljoen verkopen in 2030, tegen circa 670.000 stuks vorig jaar. Het gaat daarbij om auto’s die ook in landen als India, Argentinië, Turkije en Marokko verkocht worden. Ook Geely wil groeien op dat soort exportmarkten. De Chinezen verkopen nu in Brazilië ruim 7.500 auto’s per maand en mikken voor 2030 op 10.000 stuks. Latijns-Amerika als geheel kan jaarlijks 200.000 auto’s bijdragen aan het overzeese afzet van Geely.
De Braziliaanse regering is de opmars van de Chinese automerken niet ontgaan en gaat daarom het invoertarief op assemblagekits verhogen van 14 procent naar 35 procent. Dit betekent dat fabrikanten als BYD en Geely nu volledig lokaal willen gaan produceren en in Brazilië een leveranciersketens willen opbouwen. Thierry Charvet, hoofd productie van de Renault Groep, verwacht dat lokaal inkopen een deel van het kostenvoordeel van de Chinezen weg zal nemen.
Provost zegt in Europa niet van plan te zijn om haar productie-infrastructuur beschikbaar te stellen aan Chinese concurrenten. Daar heeft het Franse autoconcern voldoende schaalgrootte om competitief te zijn. Bovendien is het bouwen van auto’s voor Mitsubishi, Nissan en straks ook Ford leuke handel. Maar buiten Europa mist Renault voldoende schaalgrootte. Voor andere wereldregio’s is Provost daarom pragmatischer: “In Brazilië kunnen wij platforms en technologie delen”.
