Polestar heeft de publicatie van zijn derde kwartaalcijfers, die voor deze week gepland stond, voor onbepaalde tijd uitgesteld. De slechte resultaten over het eerste halfjaar, de penibele situatie van de balans en een lening van 950 miljoen dollar die binnenkort geherfinancierd moet worden, zorgen voor de nodige onrust bij het zustermerk van Volvo.
Polestar geeft aan meer tijd nodig te hebben om het afsluitingsproces van het kwartaal te voltooien. Een nieuwe publicatiedatum is nog niet vastgesteld. De Chinees-Zweedse fabrikant van elektrische auto’s, dat eigendom is van Geely, laat weten dat het “te zijner tijd” zal aankondigen wanneer de resultaten over het derde kwartaal en de eerste 9 maanden van 2026 naar buiten worden gebracht.

Polestar specificeerde niet welk onderdeel van het afsluitingsproces voor vertraging zorgt. Het uitstel komt 2 maanden nadat het bedrijf in zijn halfjaarverslag waarschuwde voor “onzekerheid” met betrekking tot zijn financieringsplannen. Bovendien worden de afspraken over leningen (covenants) met kredietverstrekkers in de tweede helft van het jaar strenger.
Het is niet de eerste keer dat Polestar zijn eigen rapportageplanning niet haalt. In 2024 stelde het bedrijf de publicatie van de jaarcijfers over 2023 tot 2 keer toe uit: eerst om te voldoen aan wetgeving en vervolgens vanwege boekhoudkundige onjuistheden in de jaarrekeningen over 2021 en 2022.
Wat het halfjaarverslag liet zien
Uit het meest recente rapport van Polestar, gepubliceerd op 3 september, blijkt een nettoverlies van 842,4 miljoen dollar over de eerste helft van het jaar. Dat is weliswaar een verbetering van 29,4 procent ten opzichte van een jaar eerder, maar de omzet daalde in die periode met 4,4 procent naar 1,36 miljard dollar.
In het tweede kwartaal daalde de omzet met 8,1 procent naar 727 miljoen dollar, terwijl het nettoverlies in die periode afnam van 1,03 miljard dollar naar 459 miljoen dollar. Ter vergelijking: over het volledige jaar 2025 rapporteerde Polestar een omzet van 3,06 miljard dollar, hetgeen een stijging van 50,3 procent is ten opzichte van 2,03 miljard dollar die in 2024 werd gerealiseerd. Het nettoverlies nam echter met 15 procent toe, van 2,05 miljard dollar naar 2,36 miljard dollar.
Uit een analyse van het verslag blijkt dat de verbetering vrijwel volledig te danken is aan het uitblijven van een bijzondere waardevermindering (impairment). In de eerste helft van 2025 was er nog sprake van een dergelijke afwaardering ter waarde van 723,5 miljoen euro. Het is dus niet zo dat Polestar dit jaar beter draait.
Integendeel. Kijkend naar de door het bedrijf gehanteerde kerncijfers, zijn de resultaten verslechterd. Het verlies (gecorrigeerde EBITDA) liep op van 302,3 miljoen dollar naar 521,4 miljoen dollar, en de gecorrigeerde brutomarge verslechterde van een positieve 1,4 procent naar een negatieve 8,5 procent.
De vrije kasstroom was negatief met 1,06 miljard dollar en de kaspositie daalde van 1,16 miljard dollar aan het einde van 2025 naar 887,6 miljoen dollar op 30 juni. In de eerste helft van dit jaar werd 850 miljoen dollar aangewend voor operationele activiteiten en 211 miljoen dollar voor investeringsactiviteiten. Hierdoor nam de kaspositie met 272 miljoen dollar af, ondanks de instroom van 700 miljoen dollar aan nieuw eigen vermogen.
Het is duidelijke dat Polestar het lek nog niet boven heeft. In het tussentijdse verslag wordt melding gemaakt van een “materiële onzekerheid met betrekking tot de uitvoering van het liquiditeits- en financieringsplan van het management”, wat “aanzienlijke twijfel oproept over het vermogen van Polestar om als continuerende onderneming te kunnen blijven voortbestaan”. Oef.
De balans
Op 30 juni bedroeg het balanstotaal van Polestar 3,52 miljard dollar, tegenover een totaal aan verplichtingen van 8,25 miljard dollar. Dit resulteerde in een negatief eigen vermogen van 4,73 miljard dollar. Het verlies bedroeg gecumuleerd 10,11 miljard dollar. De kortlopende verplichtingen overtroffen de vlottende activa met 4,70 miljard dollar.
De totale leningen bedroegen 5,90 miljard dollar, waarvan 4,96 miljard dollar (84 procent) binnen 12 maanden moet worden terugbetaald. De aanwezige kasmiddelen dekten 17,9 procent van dit bedrag. De ‘club loan’ (een lening verstrekt door een groep banken) van het bedrijf ter waarde van 950 miljoen dollar, die moet worden geherfinancierd, loopt begin 2027 af. Polestar liet in september weten dat het “een constructieve dialoog blijft voeren” met de kredietverstrekkers. Maar dat wordt wel vaker gezegd door bedrijven die met de rug tegen de muur staan.
Covenants onder druk
Op 31 maart kwamen de kredietverstrekkers overeen om de convenanten voor 2026 te versoepelen, zodat deze aansluiten bij het bijgewerkte bedrijfsplan van Polestar. De vereiste minimumomzet voor 2026 werd verlaagd van 8,67 miljard dollar naar 3,30 miljard dollar. Met 1,36 miljard dollar aan omzet in de eerste helft van het jaar, heeft Polestar in de tweede helft 1,94 miljard dollar nodig om aan deze eis te voldoen. Dat is 42,6 procent meer dan in de eerste 6 maanden werd behaald. Het is weinig realistisch om te denken dat dit zal lukken.
De limiet voor de verhouding tussen schuld en activa werd voor het tweede kwartaal verhoogd van 0,85 naar 1,50. Polestar rapporteerde een ratio van 1,47. De limieten voor het derde en vierde kwartaal werden vastgesteld op respectievelijk 1,40 en 1,30; beide zijn strenger dan het resultaat in het tweede kwartaal. De lening bevat bovendien een vereiste voor een minimaal kassaldo van 400 miljoen euro (450 miljoen dollar) per kwartaal, evenals een plafond voor de totale financiële schuld van 5,5 miljard dollar per kwartaal.
Een afzonderlijke Chinese kredietfaciliteit stelde als voorwaarde dat er in de eerste helft van het jaar 30.000 auto’s aan consumenten (dus exclusief registraties door dealers) zouden worden verkocht. Bij het niet behalen hiervan zou de kredietverstrekker kunnen eisen dat maandelijks 25 procent van het openstaande saldo wordt terugbetaald. Polestar rapporteerde met de hakken over de sloot 30.423 verkopen; een marge van 423 auto’s.
Verkopen in het derde kwartaal
Polestar meldde reeds eerder dat de verkoop aan consumenten in het derde kwartaal 14.371 auto’s bedroeg; een stijging van ongeveer 1 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee is weliswaar sprake van het beste derde kwartaal tot nu toe, maar exclusief de Amerikaanse markt (waar het bedrijf de laatste voorraad afbouwt door grote kortingen te verstrekken), daalde de verkoop met 8 procent naar 12.211 voertuigen.
Het heeft er schijn van dat CEO Michael Lohscheller in het tweede kwartaal verkopen naar voren heeft getrokken om aan de Chinese voorwaarde (zie voorlaatste alinea) te kunnen voldoen. Hij klopt zichzelf weliswaar op de borst door te roepen “wij hebben ons beste derde kwartaal ooit neergezet, ondanks de steeds uitdagendere marktomstandigheden”, maar in het derde kwartaal lag het verkoopvolume 16,9 procent lager dan de 17.296 auto’s die Polestar in het tweede kwartaal verkocht.
Het is ook een veeg teken dat Polestar in september zijn groeiverwachting voor 2026 naar beneden bijstelde: van een groei met een “laag dubbel-cijferig percentage” naar een groei met een “laag tot gemiddeld enkel-cijferig percentage”. Die eerdere verwachting van een “laag dubbel-cijferig percentage” was op zichzelf al een neerwaartse bijstelling. In januari 2025 presenteerde Polestar nog een plan dat uitging van een gemiddelde jaarlijkse groei in de verkoopvolumes van 30 procent tot 35 procent voor de periode 2025 tot 2027. Daarmee trok Lohscheller een veel te grote broek aan.
Vertrek uit de Verenigde Staten
Eind juni kreeg Polestar te horen dat het Bureau of Industry and Security van het Amerikaanse ministerie van Handel geen toestemming zou verlenen voor de verkoop van auto’s van modeljaar 2027, onder de zogeheten ‘Connected Vehicle Rule’. Het bedrijf bouwt de huidige voorraad in de Verenigde Staten af, maar zal wel service blijven verlenen aan de klanten aldaar.
Lohscheller schat dat de Amerikaanse activiteiten in de eerste helft van het jaar ongeveer 211 miljoen dollar hebben bijgedragen aan het operationele verlies, inclusief 130 miljoen dollar aan correcties die voortvloeien uit dit besluit, en waarschuwt dat er in de toekomst mogelijk nog meer negatieve correcties zullen volgen.
Sindsdien heeft Polestar de prijzen in Canada, in een poging om de verkopen in dit land aan te zwengelen, met maximaal 15.000 Canadese dollar verlaagd en de productie van de Polestar 2 in China stopgezet, vooruitlopend op de komst van een opvolger in 2027. Het daaropvolgende model, de Polestar 7 (een compacte SUV), zal worden geproduceerd in de fabriek van Volvo in Kosice (Slowakije). Dit is vastgelegd in een intentieverklaring die beide bedrijven in juli 2025 opstelden.
Steun van aandeelhouders
Polestar is in grote mate afhankelijk geweest van zijn aandeelhouders. Volvo heeft dit jaar ongeveer 339 miljoen dollar aan aandeelhoudersleningen omgezet in eigen vermogen, waardoor zijn belang is gestegen tot circa 19,9 procent. Daarnaast is de looptijd van de resterende circa 660 miljoen dollar aan leningen verlengd tot december 2031. Geely Sweden zette op 30 juni 300 miljoen dollar om in eigen vermogen. Een andere krediet faciliteit van het Chinese moederbedrijf, ter waarde van 300 miljoen dollar, loopt af op 30 juni 2027.
Polestar haalde in februari en maart bovendien 700 miljoen dollar op bij externe investeerders, tegen een koers van 19,34 dollar per ‘American Depositary Share’ (ADS). Entiteiten die onder zeggenschap staan van de uiteindelijke hoofdaandeelhouder schreven putopties uit, waarmee deze investeerders de aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs kunnen terug verkopen. In de ronde van februari investeerden Feathertop Funding (een entiteit die geconsolideerd is onder Sumitomo Mitsui Banking Corporation) en Standard Chartered Bank (Hong Kong) elk 200 miljoen dollar. In de ronde van maart kwam daar nog eens 300 miljoen dollar bij, afkomstig van Crédit Agricole CIB, Vida Finance, Innovator en Proximastar Holdings. Volgens Polestar bieden de putopties (uitgeschreven door een dochteronderneming van Geely Sweden Holdings) de kopers “indien nodig een uitstapmogelijkheid over 3 jaar, met een bepaald rendement”.
Geely heeft sindsdien nog een kredietlijn verstrekt. Op 3 september, de dag waarop de halfjaarcijfers werden gepresenteerd, sloot Polestar een leningsovereenkomst van 400 miljoen dollar met Geely Sweden Automotive Investment, waarvan vooralsnog alleen de eerste 100 miljoen dollar is toegezegd. De kredietverstrekker kan de lening en de opgelopen rente omzetten in aandelen Polestar, waarbij de omzettingskoers wordt gebaseerd op de gemiddelde slotkoers van de ADS’en over de 5 handelsdagen voorafgaand aan de omzetting. Indien dit niet gebeurt, moet de lening 365 dagen na de eerste opname worden terugbetaald. Verbonden partijen waren op 30 juni in het bezit van 60,2 procent van de klasse A-aandelen en alle klasse B-aandelen van Polestar.
Volvo, dat ongeveer een vijfde van de aandelen in Polestar bezit, kampt zelf met de nodige problemen. De eigen aandelen daalden op 23 oktober met 30 procent in waarde naar een historisch dieptepunt, na een verlies in het derde kwartaal en verdere banenreducties. Volvo kampt momenteel met productieproblemen bij de EX60. Door de sterk gedaalde verkopen in China en de moeizame gang van zaken in de Verenigde Staten (waar de consument niet zit te wachten op de elektrische modellen van Volvo), kampt het bedrijf met een flinke overcapaciteit. Als Polestar gedwongen wordt om de handdoek in de ring te gooien en de lancering van de ‘7’ wordt geannuleerd, dan zal er voor de fabriek in Kosice een groot onderbezettingsprobleem ontstaan. En zal Volvo nog meer te kampen krijgen met overcapaciteit, hetgeen het lastiger maakt om de verliezen te stoppen.
