Gisteren kondigde Renault officieel een zeer omvangrijk investeringsplan aan: het gaat om een bedrag ter waarde van 600 miljoen euro dat bestemd is voor de productie van 5 nieuwe modellen in de Spaanse fabrieken in Valladolid en Palencia. De plannen omvatten onder andere 2 elektrische SUV’s.
Renault heeft besloten om de concurrentievoordelen van het Iberisch schiereiland, dat een belangrijk doelwit is geworden voor Chinese fabrikanten, verder te benutten. De identiteit van de 2 elektrische modellen is nog niet bekend, vooral omdat Renault mogelijk een deel van zijn omvangrijke assortiment elektrische auto’s in de tussentijd zal herstructureren.
Terwijl Europese autofabrieken op een lagere capaciteit draaien en moeite hebben om meer dan 50 procent van hun productiecapaciteit te benutten, draagt Renault bij aan de groei van de Spaanse auto-industrie. De Renault Groep heeft zojuist een investeringsplan van 600 miljoen euro aangekondigd voor haar Spaanse fabrieken in Valladolid en Palencia, waar onder andere de Austral, Rafale, Symbioz en Captur worden geproduceerd. Dit plan omvat de ontwikkeling van 5 nieuwe modellen, waaronder 2 volledig elektrische voertuigen.
Dit is een kleine revolutie voor Renault dat al 75 jaar in Spanje actief is en er nog nooit eerder emissievrije modellen heeft geproduceerd. Om deze omschakeling mogelijk te maken, zullen deze 2 toekomstige voertuigen, zonder verbrandingsmotor, – niet verrassend – de vorm van een SUV aannemen. In 2024 produceerde Renault 210.435 auto’s in Valladolid (waaronder 162.130 exemplaren van de Captur) en 138.702 stuks in de fabriek in Palencia (waaronder 89.573 eenheden van de Austral).
Het investeringsproject, gefinancierd met eigen middelen van de fabrikant en royale regionale en nationale subsidies, is primair gericht op het creëren van meer dan 6.000 directe banen. Maar bovenal laat het zien hoe belangrijk Spanje is geworden voor Renault, dat er vorig jaar bijna 175.000 auto’s verkocht.
Als sommige fabrikanten zo massaal naar het zuiden van de Pyreneeën trekken, is dat niet vanwege de zon, maar eerder om voor de hand liggende economische redenen. Spanje met 15,4 procent aandeel in de totale Europese autoproductie, na het onaantastbare Duitsland (35,2 procent) de op één na grootste autoproducent van Europa met 1,77 miljoen auto’s die vorig jaar van de lopende band rolden, beschikt over een goed netwerk van wegen en haveninfrastructuur, ideaal voor de bevoorrading van de Europese markt. Maar het belangrijkste voordeel blijft de lage arbeidskosten. Met een gemiddeld loon van ongeveer 1.500 euro voor een productiemedewerker zijn de arbeidskosten aanzienlijk lager dan in Frankrijk of Duitsland, terwijl Spanje profiteert van een lange geschiedenis van industriële expertise en een netwerk van onderaannemers. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bijvoorbeeld de Spaanse fabriek van de Volkswagen Groep, waar de Cupra Raval wordt geproduceerd, ook de productie van de ID.Polo heeft overgenomen, die in benzine-vorm van oudsher in Spanje werd gefabriceerd. Spanje combineert competitieve productiekosten, die slechts iets hoger liggen dan die van Oost-Europa, met logistieke flexibiliteit en een industriële volwassenheid die vergelijkbaar is met die van Frankrijk.
Spanje kan de investering van Renault goed gebruiken, want bij Stellantis staat de productie van auto’s in dit land onder druk. In juli meldde het Spaanse mediakanaal La Tribuna de Automoción een productiedaling bij 5 autofabrieken in het land, waaronder 2 sites van Stellantis, gedurende de eerste helft van 2026. Het gaat om de Citroën vestigingen in Madrid (30.800 auto’s, -42 procent) en de Opel fabriek in Zaragoza (142.500 auto’s, -12,4 procent).
Renault investeert opnieuw terwijl de Chinezen arriveren. Want bovenomschreven concurrentiekracht maakt Spanje ook aantrekkelijk voor Chinese fabrikanten, die vastbesloten zijn de douanebarrières te omzeilen die Brussel oplegt aan geïmporteerde elektrische voertuigen. Om “made in Europe” te verkopen zonder torenhoge kosten te maken, proberen deze nieuwe spelers bestaande assemblagelijnen over te nemen. En ze hoeven alleen maar gebruik te maken van de noden van traditionele merken die op zoek zijn naar liquiditeit.
Recente voorbeelden bewijzen dit: Chery nam de voormalige Nissan fabriek in Barcelona over, terwijl Ford onderhandelt over een joint venture in Valencia met Geely om zijn vestiging te behouden. Hetzelfde geldt voor Stellantis, dat overweegt een deel van zijn fabriek in Madrid te verkopen aan zijn Chinese partner Leapmotor. Door de vestigingen in Valladolid en Palencia te moderniseren met de forse investering van 600 miljoen euro, verstevigt Renault zijn positie.
En de nieuwe modellen? De 2 elektrische voertuigen worden SUV’s. Het is goed voorstelbaar dat Renault haar succes met compacte elektrische modellen als de 5 E-Tech en Twingo E-Tech wil uitbouwen naar het hogere segment, waar zij momenteel alleen met de Scénic actief is. De vraag is dus welke benzinemodellen de overstap naar elektrische aandrijving zullen maken: Rafale, Austral of Espace?
In elk geval zal Spanje het nieuwe RGEV 2.0-platform (800 volt) produceren, speciaal voor elektrische voertuigen. Om de druk op de Franse fabrieken, die al zwaar bezet zijn met de 5 E-Tech en Mégane E-tech, te verlichten, zou Renault de fabricage van de volgende generatie Scénic naar Spanje kunnen verplaatsen.
