Niet alleen het 1,2 liter 3 cilinder blok van Stellantis (en vooral bekend van modellen van Citroën, Opel en Peugeot), lijkt met de Franse slag ontworpen te zijn, ook de even grote (maar over een extra cilinder beschikkende 1.2 TCe krachtbron van Renault is berucht. Gedupeerde eigenaren van een auto met deze motor (die ook in modellen van Dacia en Nissan te vinden is) maken nu eindelijk kans op schadevergoeding. De Franse justitie meldt namelijk dat hun onderzoek naar de 1.2 TCe krachtbron eind dit jaar afgerond zou kunnen zijn. Dat maakt de weg vrij voor een rechtszaak in 2027.
Dat is een vooruitzicht waar de gedupeerde automobilisten (op de lijst staan de namen van meer dan 3.000 mensen die een schadevergoeding eisen) lang op hebben gewacht, aangezien deze baanbrekende zaak, die werd aangespannen vóór het PureTech-schandaal, de traagheid en onzekerheid van collectieve rechtszaken in Frankrijk illustreert.
Bij Renault’s Motorgate gaat het om ernstige betrouwbaarheidsproblemen van de 1.2 TCe benzinemotor die in talrijke Renault, Dacia en Nissan modellen zat die tussen 2012 en 2018 werden verkocht. Het 4 cilinder blok, bekend onder de code H5FT, kampt met name met een te hoog olieverbruik, wat kan leiden tot storingen. Deze deden zich soms voor op snelwegen, met potentieel gevaarlijke gevolgen voor de inzittenden.
Na jarenlang wachten lijkt de zaak eindelijk in beweging te komen, alhoewel afsluiting van een onderzoek niet noodzakelijkerwijs tot vervolging leidt. Voor de gedupeerden biedt deze deadline desalniettemin een eerste juridisch perspectief na een lange periode van onzekerheid.
De zaak dateert van enkele jaren geleden. Al in 2022 startte advocaat Christophe Lèguevaques een collectieve rechtszaak tegen Renault. Dit initiatief, ongekend in zijn omvang binnen de Franse autobranche, ging vooraf aan de collectieve rechtszaak tegen Stellantis vanwege de betrouwbaarheidsproblemen met de 1.2 PureTech motor. In beide gevallen probeert hetzelfde advocatenkantoor talloze eigenaren die klagen over vergelijkbare mechanische problemen te verenigen.
In Renault’s Motorgate werden toen de namen van meer dan 3.000 gedupeerden geregistreerd. In juni 2023 werd vervolgens een klacht ingediend, met name wegens fraude (Renault zou al lang daarvoor hebben geweten dat de 1.2 TCe krachtbron niet betrouwbaar is, maar die informatie onderin een bureaulade hebben verborgen) en het in gevaar brengen van andermans leven. Het openbaar ministerie van Nanterre opende in oktober van datzelfde jaar een vooronderzoek. Renault, dat technische aanpassingen doorvoerde en per geval ondersteuning bood, heeft nooit een algemene terugroepactie voor deze motor georganiseerd.
Renault’s Motorgate illustreert de moeilijkheden van zogeheten collectieve acties, die nog relatief nieuw zijn in Frankrijk. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, zijn het niet per se collectieve acties in juridische zin. Ze berusten voornamelijk op het groeperen van eisers rond één zaak, zonder de verschillende fasen van een strafprocedure te elimineren of collectieve compensatie te garanderen. Bovenal sluit het juridische proces niet aan bij de behoeften van automobilisten. Sommigen hebben al dure reparaties moeten financieren, hun voertuigen moeten vervangen of een aanzienlijk waardeverlies geleden bij de verkoop.
Zelfs als er daadwerkelijk een rechtszaak zou plaatsvinden, moet de aansprakelijkheid nog steeds worden vastgesteld en moeten de gevolgen voor de gedupeerde eigenaren worden bepaald. Om nog maar te zwijgen van de mogelijkheid van hoger beroep, wat de procedure verder zou kunnen verlengen.
Deze zaak benadrukt dus vooral de beperkingen van collectieve actie tegen een autofabrikant. Hoewel het bundelen van duizenden zaken de eisers zeker meer gewicht kan geven, verkort het de juridische procedure niet per se. Maar nu, bijna 5 jaar na de eerste stappen, zou een rechtszaak over Motorgate een belangrijke mijlpaal kunnen bereiken. Voor automobilisten die hopen op een schadevergoeding, zou dit slechts een volgende stap zijn… maar niet het einde van het verhaal.
