Duitse autofabrikanten BMW, Daimler en Volkswagen willen er van af: de importtarieven van Europa op personenauto’s. Zij hopen daarmee tot een deal te kunnen komen met de president van de Verenigde Staten, Donald Trump. BMW, Daimler en Volkswagen hebben de steun van de Duitse regering van Angela Merkel.
Trump dreigt de heffingen op Europese personenauto’s te willen verachtvoudigen tot 20 procent. De Amerikaanse president in terecht ontstemd over het feit dat de Europese heffingen 4 keer hoger zijn dan de Amerikaanse importbelasting (10 versus 2,5 procent, al is dit bij pick-ups 15 versus 25 procent). Als openingsschot voor het onderhandelingsspel heeft Trump gezegd Duitse autofabrikanten zó hard aan te willen pakken dat er uiteindelijk geen Mercedes meer over Fifth Avenue in New York rijdt. Een dramatisch beeld dat goed op het netvlies beklijft.
Volgens de Wall Street Journal hebben op het hoogste niveau gesprekken plaatsgevonden om de tarieven zelfs weer helemaal af te schaffen. De Duitse autofabrikanten BMW, Daimler en Volkswagen spraken over deze optie met Richard Grenell, de Amerikaanse ambassadeur in Duitsland die recent is benoemd en een directe telefoonlijn heeft met Trump. De Duitsers zouden, om escalatie van het dreigende handelsconflict te voorkomen, graag af willen van de tarieven en een deal met de Amerikaanse president willen sluiten. De Duitse regering van Angela Merkel zou ook achter dat plan staan.
Dat Duitse autobouwers gevoelig zijn voor importtarieven bleek uit de onverwachte winstwaarschuwing die Daimler heeft afgegeven. De producent van Mercedes schreef de onheilstijding onder andere toe aan de dreigende handelsoorlog (al worden er ook voorzieningen genomen voor de enorme terugroepactie van dieselauto’s die op stapel staat). In navolging van Daimler daalden de koersen van autofabrikanten op de Europese beurzen. Beleggers houden immers niet van onzekerheid en die creëert Trump met zijn dreigementen volop (of zijn het losse flodders?).
Autointernationaal.nl heeft al eerder geschreven dat de kritiek van Trump op de scheefgegroeide belastingverhoudingen voor wat betreft personenauto’s tussen de Verenigde Staten en Europa terecht is. Ook Amerikaanse autofabrikanten zitten niet te wachten op hogere importheffingen. Zo haalt Fiat Chrysler Automobiles (óók een grote daler op de beurzen) de Jeep Renegade uit Europa. De businesscase voor verkoop van deze SUV in de VS zou compleet verdwijnen bij een invoerbelasting van 20 procent. Komt die er wel, dan zal de Europese Unie zeker direct reageren. En dan komt Ford onherroepelijk in de problemen met de verkoop van de Kuga (na de Fiesta en Focus het belangrijkste model) dat vanuit Noord Amerika wordt ingevoerd.
Multinationals zijn per definitie gebaat bij vrijhandel. Dat geldt ook voor autofabrikanten die wereldwijd actief zijn. Met name BMW en Daimler hebben hun productie infrastructuur afgestemd op de huidige, relatief lage importtarieven. Daardoor is het bedrijfseconomisch interessant om grote SUV modellen in de bakermat van dit soort auto’s, de Verenigde Staten. Die modellen zijn niet echt prijsgevoelig dus een invoerheffing van 10 procent bij verkoop in Europa schaadt de populariteit niet echt. Andersom wordt er veel geld verdiend met verkoop van in Europa geproduceerde premiumsedans op de Amerikaanse markt. Het land van Trump rekent nu immers slechts een importtarief van 2,5 procent. Kortom, efficiency overwegingen waren leidend en als Duitsers ergens goed in zijn, dan is het wel efficiëntie. Maar een vertienvoudiging van de Amerikaanse importheffing bezorgt de Duitsers nachtmerries. Dat haalt een dikke streep door de rekening. Vandaar hun pleidooi om de invoerbelastingen helemaal af te schaffen.
Het sluiten van handelsovereenkomsten is echter voorbehouden aan de Europese Commissie. Individuele Europese lidstaten zijn niet bevoegd om dat te doen, dus ook de Duitse regering niet. Maar die Europese Commissie zal zijn oor niet alleen naar BMW, Daimler en Volkswagen laten hangen. Zij heeft ook rekening te houden met de Franse autofabrikanten PSA (Citroën, DS, Peugeot, Opel) en Renault die niet naar de Verenigde Staten exporteren. Zij zullen geen voorstander van complete vrijhandel zijn omdat dit Ford op hun thuismarkt een sterkere concurrentiepositie verschaft met de genoemde Kuga; een model dat concurreert met de in Frankrijk geproduceerde DS 7 Crossback, de Peugeot 3008, de Renault Kadjar en de nog te introduceren Citroën C5 Aircross. De vrijhandelsovereenkomst zou de Franse markt kunnen openen voor ongewenste concurrentie, bijvoorbeeld door Tesla steviger in het zadel te helpen of door de comeback van General Motors naar Europa te vergemakkelijken.
Duitsland heeft evenwel de steun van Zweden, althans van Volvo topman Håkan Samuelsson. Die ziet de bui ook hangen, bijvoorbeeld voor de exclusief op Noord Amerikaanse bodem geproduceerde nieuwe S60, en voor de SUV modellen XC40, XC60 en XC90 waarvoor momenteel geen productie infrastructuur in de Verenigde Staten is. Dat maakt Volvo kwetsbaar. De stelling van Samuelsson dat de Europese importtarieven hun doel voorbij schieten, is dus begrijpelijk: “die bescherming heeft de Europese industrie niet sterker gemaakt. Lagere invoerbelastingen zouden goed zijn voor Volvo, consumenten en de economie”. aldus de Volvo topman.
Het is alleen de vraag of Samuelsson wel serieus genomen zal worden door de Europese Commissie of Trump. Volvo is tegenwoordig Chinees eigendom. En als er één grote exportnatie er oneerlijke handelspraktijken op na houdt, dan is het China wel. De Chinese regering heeft vorige maand weliswaar aangekondigd de importheffingen op personenauto’s te verlagen van 25 procent naar 15 procent, maar zover is het nog niet. En wie weet gaat dat hele feest wel niet door omdat de handelsrelaties tussen de Verenigde Staten en China in een hoog tempo aan het verzuren zijn. Escalatie van het conflict met Trump zou het voornemen van de Chinese regering in gevaar kunnen brengen (inmiddels wordt alweer rekening gehouden met een verhoging tot 40 procent komende maand). En een driehoeksoverleg met Europa maakt een oplossing alleen maar lastiger.
Er is dus wat voor te zeggen om de Chinezen even links te laten liggen. Wat daarvan de consequenties zijn van de exclusief in China geproduceerde Volvo S90, is alleen het probleem van Samuelsson, niet dat van de Europese Unie. Die moet nu eerst met de Verenigde Staten een akkoord zien te sluiten. Daarmee zouden de Duitse autofabrikanten enorm geholpen zijn. Trump zou bij een eliminatie of verlaging van de Europese importtarieven kunnen claimen dat zijn intimidatiestrategie heeft gewerkt, maar voor het zover is zal Merkel zoete broodjes moeten gaan bakken bij de Franse president. En voor wat, hoort wat. Dus de kans dat rijke landen zoals Duitsland (en Nederland) het door Emanuel Macron zo vorig wordt gewenste gemeenschappelijke Europese schokfonds met geld moeten gaan vullen (of dat er een gezamenlijke begroting komt), wordt daarmee vergroot.
Maar ook als er wel politieke overeenstemming tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie komt, kan het hoofdpijndossier nog niet worden gesloten. De Duitse autofabrikanten BMW en Daimler exporteren namelijk ook heel veel auto’s vanuit hun Amerikaanse fabrieken naar China. Dus zij zullen pas opgelucht adem halen als Trump de handelsbetrekkingen met dit land niet onherstelbaar beschadigd. Maar lobbyen bij de Chinese regering is voor BMW en Daimler lastig.
Wat zij wel kunnen doen, is de taal gaan spreken die Trump verstaat. Volkswagen dochter Audi heeft de lancering van de e-Tron verplaatst naar de achtertuin van Tesla. Waarom zou dit merk, dat nu nog geen Amerikaanse fabriek heeft, niet via Merkel bij Trump stroop rond de mond smeren en een miljardeninvestering voor een productiefaciliteit voor elektrische auto’s in de Verenigde Staten in het vooruitzicht stellen als de invoerheffingen niet op de schop gaan? Audi en Volkswagen betalen dan de rekening voor het oplossen van het handelsconflict, maar die hebben na de sjoemeldiesel affaire sowieso wel wat goed te maken bij hun eigen land.
