De pensioentijd is aangebroken voor de vierde generatie Renault Mégane. Overschaduwd door de gelijknamige elektrische cross-over, raakte de compacte hatchback annex stationwagen na een carrière 8 jaar steeds meer in de vergetelheid. Het einde van de productie in het Spaanse Palencia op 5 april betekent ook het einde van de aanwezigheid van Renault in dit marktsegment. Een nieuwe compacte middenklasser met hatchback en/of stationwagen carrosserie en verbrandingsmotor is namelijk niet gepland.
Met het oog op de naderende productiestop is de Mégane in Nederland alleen nog maar uit voorraad leverbaar. Als alle exemplaren verkocht zijn, valt stilletjes het doek voor de ooit populaire middenklasser van Renault. De naamvlam zal echter niet doven, want de Mégane is in elektrische E-Tech vorm amper 2 jaar oud. Of dit model als een waardige opvolger kan worden beschouwd, is echter voer voor discussie. Net dat er iets structureel mis is met de Mégane E-Tech, maar met een lengte van 4,20 meter heeft hij het formaat van een Captur; een model die formeel in een lagere klasse thuishoort. Dat is niet zonder reden: het ontwerp van de Mégane E-Tech was oorspronkelijk bedoeld als opvolger voor de Zoé. Echter, toen begin 2021 het Franse automerk een nieuwe topman kreeg in de vorm van Luca de Meo, werd het project aangepast. De hoogste baas besloot het ontwerp op te waarderen, onder andere met een hogere carrosserie, om er een Mégane E-Tech van te maken. Renault zou zo enerzijds in kunnen spelen op de crossover-trend en anderzijds financieel niet belast worden met een voortijdige afschrijving van de Zoé die inderdaad tot ver in 2022 nog prima zou blijken te verkopen.

De in de vorige alinea genoemde cross-over trend is echter een nagel aan de doodskist van lage, compacte middenklassers zoals de klassieke Mégane. Deze verkooptrend heeft Ford doen besluiten om volgend jaar de Focus uit roulatie te halen en in plaats van een compleet nieuw model te ontwikkelen, besloot Hyundai onlangs haar bestaande i30 nog een keer op te warmen.

In 1995 zag de eerste generatie Mégane het levenslicht. Dat was een brave, keurig binnen de lijntjes kleurende middenklasser die het stokje overnam van de 19 die voor Renault uitstekend verkoopwerk had verricht (wat, na de half geflopte 9 en 11, overigens niet heel moeilijk was). De eerste generatie Mégane was verkrijgbaar in meerdere carrosserievarianten: 4- en 5-deurs, 2-deurs coupé, cabriolet, en stationwagen. Ook vormde hij de basis voor de zeer succesvolle Scénic. In Argentinië zou de carrière van de eerste generatie Mégane pas 7 jaar later eindigen, namelijk in 2009. Al met al zijn er van dit Renault model meer dan 5 miljoen exemplaren gebouwd.

De tweede generatie Mégane, die van 2002 tot 2008 werd geproduceerd (en wiens projectmanager een zekere Carlos Tavares was …), zal vooral vanwege zijn innovatieve design herinnerd worden, maar helaas ook vanwege de gekmakende onbetrouwbaarheid van de elektronica. Daarnaast was deze Renault een typische ‘love it or hate it’ auto: je vond de vormgeving óf expressief en vernieuwend óf afschuwelijk en een aanslag op de goede smaak. De polariserende vormgeving belette echter niet dat de tweede generatie Mégane in 2003 werd verkozen tot Auto van het Jaar. Autofans met benzine in hun bloed (of is dat een pleonasme?) zullen Renault eeuwig dankbaar zijn dat een jaar later de sportieve R.S. variant aan het firmament verscheen. In totaal hebben ruim 3 miljoen exemplaren van deze generatie de fabrieken over de hele wereld verlaten. De Mégane ging in deze vorm in 2008 in Europa met pensioen, 4 jaar voordat hij zich terugtrok van de Braziliaanse en Iraanse markt.

Renault besloot daarna haar leven te beteren door minder storingsgevoelige auto’s te lanceren, maar in het geval van de Mégane betekende dat helaas ook minder spraakmakende ontwerpen. De derde generatie, die in 2008 op de autosalon van Parijs werd gepresenteerd, keerde terug naar de ronde carrosserievorm van het oorspronkelijke model. De R.S. versie was in Frankrijk gevreesd omdat hij gebruikt werd door de snelle interventieteams van de Gendarme ter vervanging van de Subaru Impreza WRX. Bij ons zal vooral de bijtellingsvriendelijke 1.5 dCi dieselversie worden herinnerd. Na 8 jaar zat de carrière van de derde generatie Mégane er op. Op dat moment begon de verkoop al te vertragen, hoewel er toch nog 1,6 miljoen exemplaren werden geproduceerd.

Daarna kwam de vierde versie, onthuld op de IAA van Frankfurt in 2015, die het jaar daarop op de markt werd gebracht. Door het kleinere verkooppotentieel had Renault besloten om voor Europa slechts 2 carrosserievarianten te ontwikkelen: hatchback en stationwagen, al zou dit ontwerp ook als basis dienen voor de verschrikkelijke Fluence Z.E. Renault moet nog meedelen wat de totale oplage is (gebeurt waarschijnlijk op 5 april), maar waarschijnlijk zal de teller een eindstand van 810.000 stuks aanwijzen.

Nu, na bijna 30 jaar, neemt de Franse middenklasser dus afscheid. De Mégane zal de assemblagelijnen in de fabriek in Palencia in Spanje vrijmaken zodat er meer exemplaren van de Austral en Espace gebouwd kunnen worden. Ook de nieuwe Rafale loopt hier van de band. Niemand zal er vermoedelijk een traan om laten dat de carrière van de Mégane nu voorbij is. In de eerste 2 maanden van dit jaar zijn in Nederland nog maar 96 exemplaren op kenteken gezet versus 321 stuks in dezelfde periode van 2023, al lag dat ook aan het feit dat de importeur enkel een 2-tal benzineversies van de Estate uitvoering in het assortiment hield.

Het stopzetten van de productie van de Mégane markeert ook het einde van de 300 pk sterke R.S. versie. Daardoor valt ook het doek voor de Renault Sport-tak. Er valt dus bij nadere beschouwing wel degelijk een traan over de pensionering van de Mégane.
