Op het wereldwijde autotoneel is de Renault Groep beslist geen grote speler. Het bedrijf is in Noord-Amerika noch China actief en in Europa de nummer-3 qua verkopen. Dit betekent dat Renault haar nieuwe CEO geen wereldsalaris kan bieden. Binnen de branche kunnen alleen Toyota, de Volkswagen Groep en Stellantis dat.
Dat de Renault Groep binnen zijn branche niet tot de top behoort, maar in de mondiale rangschikking slechts de 13de plek inneemt, zou het bedrijf kunnen beperken in het aantrekken van een nieuwe CEO. Dat vergroot de kans dat er gekozen gaat worden voor iemand uit eigen gelederen: er is namelijk geen budget om iemand weg te kopen bij de concurrentie. Dat ligt niet alleen aan het formaat van Renault, maar ook aan het feit dat de Franse staat een belangrijke aandeelhouder is met veel invloed.
De beloning van De Meo was in 2024 zeker in lijn met wat gebruikelijk is in de sector, ook al haalt deze met 12,8 miljoen euro niet het salaris van Mary Barra (General Motors) en haar 29,5 miljoen euro vorig jaar, noch dat van Carlos Tavares, die in zijn glorietijd in 2023 afgerond 36,5 miljoen euro ontving. De Franse staat vond 12,8 miljoen voor De Meo eigenlijk al te veel en de Raad van Bestuur van de Renault Groep moest als een leeuw vechten om groen licht te krijgen voor het ‘hoge’ salaris van de Meo. Via een ongebruikelijke aandelentoekenning lukte dat uiteindelijk.
De benoeming van een nieuwe CEO moet snel worden geregeld aangezien De Meo al op 15 juli aan de slag gaat bij zijn nieuwe werkgever. Bij de meest genoemde namen staat Denis Le Vot bovenaan, gevolgd door Fabrice Cambolive. Twee mannen die al een grote staat va dienst hebben bij de Renault Groep, aangezien de eerste aan het hoofd staat van Dacia en de laatste de baas is van het merk Renault.
De baas van Dacia zou een grotere kans hebben om het stokje over te nemen van De Meo omdat hij van de budgetdochter uit Roemenië een groot succes heeft gemaakt. Het merk Renault doet het de laatste tijd ook goed, maar dat is niet alleen de verdienste van Cambolive, maar ook van De Meo, die de afgelopen 4,5 jaar zeer betrokken is geweest bij het merk Renault.
Er is echter één externe kandidaat die vaak op deze shortlist wordt genoemd en die strijdt om de zetel van De Meo. Dit is Maxime Picat. Hij is momenteel directeur Inkoop en Logistiek bij Stellantis, maar ook verantwoordelijk voor de regio Azië-Pacific, het Midden-Oosten en Afrika.
In het kader van de ‘Italiaanse coup’ bij Stellantis waar Autointernationaal.nl al een paar keer over heeft geschreven, werd Picat door het nieuwe management aan de kant geschoven en heeft hij in zijn huidige functie te maken met onderwaardering. Carlos Tavares zag de Fransman Picat als zijn opvolger, maar John Elkann, de voorzitter van de Raad van Bestuur, benoemde liever een loopjongen uit Italië.
Het wegkopen van Picat kan aantrekkelijk zijn omdat hij goed op de hoogte is van de toekomstplannen van Stellantis. Dat is waardevolle informatie voor Renault. Maar tegen hem pleit het feit dat hij bekend staat om zijn ‘Tavaresiaanse methoden’. Als de Raad van Bestuur van Renault sociale vrede belangrijker vindt, dan laat zij Picat schieten en benoemt zij een interne rekruut voor de functie van CEO.
