De voorzitter van de ondernemingsraad van Audi, Peter Mosch, heeft kritiek op het topmanagement van de autofabrikant. Reden is de onduidelijkheid over nieuwe productieopdrachten. Het fabriekspersoneel in Duitsland is daardoor bang dat zij achter het net zal vissen bij de bouworders voor nieuwe modellen.
Vorig jaar besloot Audi dat de eerste volledige SUV van het merk, de Q6 e-Tron in Brussel gebouwd gaat worden. De fabriek aldaar heeft inmiddels ook de productieorder voor een tweede emissieloos model op zak. Voor wat betreft de bouw van een tweetal nieuwe SUV modellen (de Q4 en de Q8) trok het personeel in respectievelijk Hongarije en Slowakije aan het langste eind. In Duitsland staan de fabriekswerknemers nog steeds met lege handen.
Mosch ziet de bui al hangen. Audi probeert momenteel samen met haar moeder Volkswagen het door de sjoemeldiesel affaire besmeurde blazoen weer schoon te poetsen door aan de lopende band plannen voor nieuwe elektrische auto’s bekend te maken, maar dat heeft voor het Duitse personeel van het merk met de 4 ringen nog in geen enkele productieorder geresulteerd. Met name op de hoofdvestiging in Ingolstadt, waar 43.000 mensen werkzaam zijn en waar het R&D centrum is gevestigd, begint men daar flink chagrijnig over te worden.

“Ik heb geen flauw idee wat de productiestrategie van het topmanagement van Audi is”, zo liet Mosch tijdens een toespraak voor 8.000 personeelsleden in Ingolstadt weten. “Het is nu de hoogste tijd dat wij beslissingen nemen over de toekomst van Audi, maar tot nu toe hult de directie zich in stilzwijgen”.
Het kan goed zijn dat topman Rupert Stadler en zijn collega’s momenteel andere zaken aan hun hoofd hebben, zoals het emissietest schandaal en de tegenvallende verkopen. De hoogste baas is door alle affaires sowieso het mannelijke, Duitse equivalent van Theresa May geworden: aangeschoten wild en ogenschijnlijk niet in staat om de problemen de baas te worden.
Voor scheve blikken in zowel Ingolstadt als Neckarsulm (waar de tweede belangrijke Duitse autofabriek staat) zorgt ook het feit dat rivaal Mercedes momenteel de verkoopshow steelt. Audi was nog niet zo lang geleden de nummer2 in het premiumsegment, maar is nu teruggevallen naar de derde plek. In de eerste helft van dit jaar verkocht het merk 908.950 auto’s; op het eerste gezicht een respectabel aantal vanwege de groei van 4,7 procent. Maar Mercedes wist in dezelfde periode 13,7 procent te plussen en 1.144.274 klanten voor zich te winnen.
Extra pijnlijk is dat Audi ook in China in het defensief is gedrukt. Het merk leek het premiumsegment daar lange tijd voor zichzelf te hebben dankzij de populariteit van de A6L bij hogere ambtenaren en managers, maar de mondiale autoconsument is uniform in zijn mening dat hij niet in dezelfde auto als zijn vader wil rijden. Met als gevolg dat de nieuwe generatie carrièremakers in China liever een Mercedes heeft. Vorig jaar namen de verkopen van het merk met sterlogo met 34,5 procent toe. Audi kelderde daarentegen met 12,2 procent omlaag. Daarmee werd in één klap het marktleiderschap verspeeld.

Toch liggen de problemen van Audi dieper dan tegenvallende verkopen in China. Het merk heeft de afgelopen jaren te weinig volumemodellen aan haar gamma toegevoegd. De A3 Limousine is vooral een lastige interne concurrent voor de A4 gebleken. Verder wordt het design als te ‘statisch’ bestempeld. Ook de styling van de nieuwe A8 doet niemand op het puntje van zijn stoel zitten. Alle hoop is nu gericht op de volgende generatie A6, die in 2018 zal worden voorgesteld. En natuurlijk op de SUV modellen Q4, Q6 en Q8. Maar ja, de productieorders voor deze modellen is dus aan het Duitse fabriekspersoneel voorbij gegaan.
