Blije gezichten bij de Nederlandse Renault importeur. In de eerste 6 maanden van dit jaar werd in ons land het grootste marktaandeel ooit behaald. Dat succes is mede te danken aan de Clio, die in bovengenoemde periode de verkoopstatistieken aanvoert als bestverkochte personenauto van Nederland. Maar dat niet alleen.
Renault is nu het tweede grootste automerk van Nederland en het bestverkochte merk op de particuliere markt. De Kia Picanto is nog altijd het populairste model onder particulieren, maar de andere podiumplaatsen zijn voor de Renault modellen Clio en Captur. Die staan respectievelijk op plek twee en drie.
Het Franse merk verkoopt ook de meeste stationwagens in Nederland. De Estate versies van de Mégane en Talisman (foto) vallen klaarblijkelijk goed in de smaak, terwijl de Clio zijn (B) segment alleen hoeft te delen met de Skoda Fabia Combi sinds de Seat Ibiza na de generatiewisseling alleen nog maar leverbaar is als 5-deurs hatchback.

Sinds de Nederlandse ontwerpchef Laurens van den Acker (foto) bij Renault eindverantwoordelijk is voor het design, gaat het bergopwaarts met de verkoop. Sinds de lancering van de huidige generatie Clio in 2012 (het eerste model dat onder leiding van Van der Acker is ontworpen) zijn pers en publiek overwegend positief over het ontwerp van de nieuwe Renault modellen.
Dat zie je nu ook terug in de verkoopstatistieken. Nu de fiscale bijtelling voor alle auto’s met een verbrandingsmotor gelijk is getrokken naar 22 procent en er geen financieel voordeel meer te behalen valt voor de leaserijder (tenzij hij een volledig elektrische auto verkoopt), worden veel meer auto’s gekocht met het ‘hart’ in plaats van met het ‘hoofd’.
Overigens doet Renault het ook in het segment voor volledig elektrische auto’s uitstekend. In de eerste 6 maanden van dit jaar werden 395 exemplaren van de Zoe op kenteken gezet. In dezelfde periode van 2016 waren dat er slechts 113. En in juni steeg de afzet van 12 naar 143 stuks. In het segment voor elektrische auto’s moet de Renault Zoe alleen de Tesla Model S voor laten gaan. Daarvan werden vorige maand 203 exemplaren op kenteken gezet. Op jaarbasis gemeten is deze elektrische Amerikaan evenwel op zijn retour.
Internationaal
Renault maakt samen met haar alliantiepartner Nissan bekend dat vorig jaar 16 procent extra synergiebesparingen werden gerealiseerd ten opzichte van 2015. Er kon in 2016 door de samenwerking voor 5 miljard euro worden bespaard, in vergelijking met 4,3 miljard euro het jaar ervoor. Het grootste deel van de 700 miljoen euro aan extra synergievoordelen is te danken aan een sterker op elkaar afgestemde aankoop, engineering en productie.
Carlos Ghosn, de voorzitter en CEO van de alliantie Renault-Nissan, laat weten dat de bedrijven op schema zitten om volgend jaar 5,5 miljard euro aan synergievoordelen te realiseren. “Dat bedrag is zelfs nog zonder rekening te houden met de bijdrage van Mitsubishi Motors, de nieuwe partner binnen onze alliantie”.
Met de toevoeging van Mitsubishi Motors, dat eind 2016 het derde volwaardige lid van de alliantie werd, kwam het aantal jaarlijks verkochte voertuigen op 10 miljoen stuks. De partners Renault en Nissan hebben 2 jaar geleden hun samenwerking verdiept op 4 belangrijke terreinen: Engineering, Manufacturing & Supply Chain Management, Purchasing en Human Resources. Elk bedrijfsonderdeel wordt geleid door een gemeenschappelijke ‘alliance executive’ die zich vice-president mag noemen. “We zien nu concrete resultaten van die belangrijke convergentie”, aldus Ghosn (op de tweede foto links met de als een boer met kiespijn lachende topman van Mitsubishi, Osamu Masuko).

Met de toevoeging van Mitsubishi Motors denkt Ghosn de synergievoordelen binnen de alliantie verder te kunnen verhogen, ook door het gezamenlijke gebruik van fabrieken, voertuigplatformen en distributienetwerken op opkomende markten in de ASEAN regio. Van Mitsubishi Motors wordt verwacht dat het de alliantie zal voorzien van knowhow op het gebied van stekkerhybride modellen, pick-ups, lichte vrachtwagens en SUV modellen.
De Renault-Nissan alliantie heeft nu 2 belangrijke platforms dat gebruikt wordt voor tal van modellen. De CMF (Common Module Family) stamt uit 2013 en wordt inmiddels gebruikt voor tal van middenklassers van beide merken. De budgetauto Renault Kwid, die in 2015 in India op de markt kwam, was het eerste model van de Alliantie dat gebouwd werd op basis van de CMF-A architectuur voor het segment van de kleinste en meest betaalbare auto’s. Vorig jaar lanceerde Nissan in India een Datsun model op hetzelfde platform: de redi-GO. Beide modellen hebben meer dan 60 procent van hun onderdelen gemeenschappelijk, maar bieden klanten tegelijk een totaal verschillende merkervaring.
In 2016 voltooide de alliantie met nieuwe Renault modellen Scénic en Mégane de uitrol van alle auto’s op basis van de CMF-C/D architectuur. Andere voertuigen die gebruikmaken van dit platform zijn de Nissan modellen Rogue/X-Trail en Qashqai, plus de nieuwe Renault Espace, Kadjar en Talisman. De alliantie verwacht dat tegen de decenniumwisseling 70 procent van haar voertuigen gebouwd zal worden op CMF architecturen. De aanpak zal naar verwachting 30 procent lagere inkoopkosten opleveren. Bij engineering wordt de besparing geraamd op 40 procent.

Vóór de integratie van Mitsubishi Motors maakte de alliantie ook al plannen voor crossproductie. Door de bouw van modellen in de fabrieken van elkaar kan aanzienlijk bespaard worden op de distributiekosten (auto’s kunnen immers dichter bij de plaatsen waar ze worden verkocht, gebouwd worden). Ook zijn synergievoordelen te behalen door de productiecapaciteit van fabrieken beter benutten. Een goed voorbeeld is de nieuwe Nissan Micra (derde foto), die sinds eind vorig jaar in de fabriek van Renault in het Franse Flins van de band rolt. De Japanse alliantiepartner haalt zo voordeel uit de expertise van het productiepersoneel aldaar met het bouwen van kwalitatief hoogwaardige hatchbacks voor het B segment. De aandrijflijnen worden gedeeld met de Renault Clio. Later dit jaar start Nissan met de productie van de Renault Alaskan pick-up in haar fabriek in het Spaanse Barcelona.
