Eerste Autocar valt niet mee

0

Afgelopen augustus berichtte Autointernationaal.nl dat het oudste autotijdschrift ter wereld, het Britse Autocar (in 1896 opgericht als voortzetting van een tijdschrift over fietsen) de oversteek naar Nederland zou gaan maken. Sinds vorige maand ligt de vertaling in de winkel. Maar het resultaat valt nogal tegen.

De Nederlandse lancering van Autocar is een initiatief van Robert van den Ham, een voormalige hoofdredacteur van Autoweek. Namens Currus Media gaat hij het magazine uitgeven. Ook in Vlaanderen zal het tijdschrift verkrijgbaar zijn. Het auto klassiekertijdschrift Classic&Sports Car zal als speciale bijlage verschijnen bij de Nederlandse editie van Autocar. Van den Ham kondigde in augustus ook speciale evenementen op autogebied aan. Marketingdeskundigen weten nu genoeg: Autocar moet, door op meerdere terreinen actief te worden, uitgroeien tot een ‘merk’.

In Groot-Brittannië verschijnt Autocar wekelijks. Dat is onderdeel van de merkidentiteit: bovenop het nieuws zitten. Voor Nederland is echter gekozen voor een maandelijkse frequentie. Op zich begrijpelijk, want het is erg kostbaar om een nieuw tijdschrift direct met een wekelijks editie in de markt te zetten. Het vereist een enorm promotiebudget om naamsbekendheid te genereren. Dat geld heeft Currus Media niet. Voor die conclusie is geen boekenonderzoek verricht, maar wordt direct duidelijk zodra je het tijdschrift vast pakt: het maakt een erg goedkope indruk en het bladert niet lekker. Voor een verenigingsblad van een patiëntenvereniging is zo’n simpele uitstraling niet erg; het gaat daar immers om een uitgave van een non-profit vereniging. Maar dat is Currus Media niet. Bovendien: door de kiezen voor een maandelijkse frequentie moet Autocar gaan concurreren met glossy tijdschriften als Carros en Top Gear Magazine. Die hebben wel een gelikte uitstraling. Autocar oogt daarentegen amateuristisch en weet met zijn drukkwaliteit niet te verleiden, integendeel: dit voelt niet aan als een tijdschrift waarmee jij jezelf verwent. En daar moet een nieuwkomer zonder vaste kopersgroep het wel van hebben.

Dat Currus Media geen goed gevulde oorlogskas heeft, kan ook worden afgeleid uit de slechte verkrijgbaarheid van Autocar. Bij de gemiddelde Ako, Bruna of Primera zul je het tijdschrift niet vinden. Zelfs de beter gesorteerde Amsterdamse boekwinkels als Scheltema aan het Rokin of Zwart op Wit in de Utrechtse Straat hebben Autocar niet in de schappen. Jouw verslaggever moest er voor naar het excentrisch gelegen winkelcentrum Gelderlandplein om een exemplaar te bemachtigen. Currus Media start met een oplage van 25.000 exemplaren, maar met weinig verkooppunten is het lastig om die allemaal te slijten. Bij tijdschriftenkiosk Timp aan het Gelderlandplein (sinds het verdwijnen van een collega in de Leidsestraat heeft deze winkel het grootste aanbod autotijdschriften in de regio Amsterdam) lagen 2 weken na de lancering op 15 november nog een groot aantal exemplaren te wachten op een koper. Een veeg teken.

Is Autocar het omfietsen waard? Dat is, afgezien van de beroerde papierkwaliteit, twijfelachtig. Het magazine zet onder leiding van hoofdredacteur Roland Tameling (ook ex-Autoweek) in op veel autobeoordelingen door ‘de gewone man’. Het vermoeden dat die te weinig gehoord wordt, past bij de tijdgeest. Ook politieke partijen als Denk, Forum voor Democratie en PVV menen met het bespelen van deze gevoelige snaar te kunnen scoren. Zelfs Jesse Klaver schijnt tegenwoordig in kantines te vinden te zijn, op zoek naar de hardwerkende Nederlander. Maar ja, autojournalisten zijn er niet voor niets. Die kunnen een gezaghebbend oordeel hebben over een nieuw model. De burger aan het woord laten is leuk, maar moet altijd ondergeschikt zijn aan de mening van een deskundige. De Britse redactie van Autocar heeft dergelijke experts in overvloed en ook Tameling heeft ervaring zat. Waarom wordt daar niet meer gebruik van gemaakt?

Tameling en Van den Ham zeggen bewust voor bovenomschreven, afwijkende strategie gekozen te hebben omdat zoiets past bij de rol van ‘uitdager’ op het gebied van Nederlandse autobladen. “Vanaf nu is het publiek aan de beurt!”, zo luidt de ietwat demagogische slogan. Blijkbaar hoort dit bij de merkidentiteit van de Nederlandse versie van Autocar. Maar dat is zoals gezegd merkwaardig aangezien het origineel zelden of nooit aandacht besteed aan de mondige burger. Dat heeft het Britse tijdschrift ook helemaal niet nodig. Er is geen automagazine ter wereld met een grotere nieuwswaarde. En dan gaat de Nederlandse editie een podium geven aan leken? Merkwaardig. Bovendien: stel dat uit onderzoek blijkt dat ‘aandacht voor de mening van de gewone man’ wél de manier is om het tijdschriftenpubliek te verleiden, dan kopieren Autoweek, Autovisie en Autoreview dit concept subiet. En weg is het concurrentievoordeel van Autocar.

De Nederlandse editie van Autocar wil de focus bij de mening van de gewone burger leggen. Die zou anders dan de vakpers niet op een ivoren toren zitten, maar anderen kunnen vertellen wat er in de praktijk écht toe doet bij een auto. Dat klinkt strijdvaardig, maar je hebt nou eenmaal een toren, heuvel of uitkijkpost nodig om een goed overzicht te krijgen van het strijdveld. De gewone man kan die op basis van een sporadische testrit voor Autocar niet bieden. Je hebt mensen nodig die van de hoed en de rand weten. De Britse redactie bijvoorbeeld. Die heeft vaak de primeur als het gaat om het testen van nieuwe auto’s. Als de Nederlandse consument de sleutels krijg voor een proefrit, dan is er van écht actuele informatie geen sprake meer.

Omdat Currus Media niet van de wind kan leven en de financiële slagkracht dus schijnbaar beperkt is, moet er zo snel mogelijk winst gemaakt worden met Autocar. Hoe doe je dat? Elders in het bedrijfsleven zie je dat fabrikanten die met patenten dichtgetimmerde producten maken veruit het winstgevend zijn. Zij zijn in staat om zich te onderscheiden van de concurrentie. Wat heeft Autocar in huis om zijn rivalen op achterstand te zetten? Een microfoon voor de man in de straat? Nee, dat kan iedereen. Het enige juiste antwoord zijn de doorwrochte achtergrondartikelen van de Britse redactie. Daarvan is er weliswaar één vertaald voor de Nederlandse editie (een verhaal dat een prachtige inkijk biedt in de auto-industrie in het Verenigd Koninkrijk), maar Tameling en Van den Ham zouden veel meer gebruik moeten maken van dit potentieel. Immers, het Britse origineel komt wekelijks uit met steevast goede content. Dat levert dus sowieso maandelijks 4 uitstekende achtergrondartikelen op voor de Nederlandse editie van Autocar. Doe daar wat mee, heren! Autovisie kocht in het verleden niet voor niets artikelen bij Autocar. En namens Autoweek heeft redacteur Albert-Jan Cornelissen een dagtaak aan het vertalen van verhalen uit Autobild.

Van den Ham en Tameling lijken niet goed te weten hoe zij de Nederlandse editie van Autocar willen positioneren. Door de maandelijkse verschijningsfrequentie concurreert het tijdschrift zoals gezegd met glossy autobladen als Carros en Top Gear Magazine. Maar ‘de man in de straat’ aanwijzen als expert, maakt Autocar tegelijkertijd volks en dus eerder een rivaal voor Autoweek. Alleen valt die strijd nooit te winnen vanwege de veel lagere verschijningsfrequentie. Daardoor dreigt het fatale ‘vlees noch vis’ scenario. Van den Ham en Tameling willen automobilisten (m/v) zelf de hoofdrol laten spelen. Maar daarvoor heb je toch helemaal geen licentie van het wereldberoemde Britse Autocar nodig?

Reageren is niet mogelijk.