Nissan heeft de ontwikkeling van een volledig elektrische Qashqai stopgezet. Dit model, dat in 2028 op de markt had moeten komen, was een belangrijke pijler onderdeel de Europese elektrificatiestrategie van het Japanse automerk.
De Qashqai is het populairste model van Nissan in Europa. Er is dus een belangrijke marktpositie te verdedigen. Nissan wilde dat doen door naast de huidige Qashqai ook een volledig elektrische variant op de markt te brengen. Op die manier zou een brede klantengroep bediend kunnen worden.
Maar dat plan uit 2023 is nu gesneuveld. Dat komt doordat de marktomstandigheden sindsdien flink zijn veranderd. De vraag naar elektrische auto’s stijgt in Europa minder hard dan menigeen had verwacht, terwijl tegelijkertijd de concurrentie toeneemt. Vooral in het marktsegment waarin de Qashqai opereert voeren Chinese autofabrikanten de druk op.
Voor Nissan is de Qashqai zoals gezegd van groot belang. Het model was in 2025 goed voor bijna de helft van de 330.000 auto’s die Nissan in Europa verkocht. In de eerste 5 maanden van dit jaar werden 68.889 stuks op kenteken gezet, tegenover 64.864 exemplaren in dezelfde periode van 2025. Dat komt niet in de laatste plaats doordat de e-Power uitvoering veel positieve recensies van de pers heeft gekregen. De totale verkoop van Nissan in Europa daalde in de eerste 5 maanden van het jaar van 140.119 naar 124.884 auto’s.
Nissan bouwt de Qashqai samen met de Juke en de Leaf in haar fabriek in het Engelse Sunderland. In april bevestigden de Japanners dat ook de elektrische Juke aldaar geproduceerd gaat worden. Ondanks dat de volledig elektrische Qashqai nu geannuleerd is, zegt Nissan wel vast te willen houden aan uitbreiding van haar geëlektrificeerde aanbod, waarmee ook hybride modellen worden bedoeld. Zo zit er een PHEV versie van de X-Trail in de pijplijn; feitelijk een afgeleide van de Mitsubishi Outlander.
Maar meer nog dan andere autofabrikanten moet Nissan de broekriem aanhalen. Daarvoor zijn meerdere oorzaken. In China dreigt Nissan uit de markt te worden gedrukt door lokale autofabrikanten. In de Verenigde Staten heeft het merk moeite om de aansluiting bij Toyota en Honda niet te verliezen. En in Europa verliest Nissan gestaag marktaandeel. Begin 2025 was het merk nog goed voor 2,5 procent, maar afgelopen maand is dat gedaald naar 1,5 procent.
In de wandelgangen valt te vernemen dat Nissan de Europese automarkt eigenlijk al heeft opgegeven. In dat licht moet het annuleren van de elektrische Qashqai worden gezien. Op andere markten is er sowieso te weinig vraag naar dit model. Omdat Nissan in Europa de tering naar de nering gaat zetten, zijn er plannen om een productielijn in de fabriek in Sunderland te verhuren aan Chery. Alleen met steun van de Britse overheid zou dit voorkomen kunnen worden. Het is alleen de vraag of de nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk daar budget voor vrij wil maken.
Dat Nissan minder kaarten wil inzetten op de Europese automarkt, komt ook door de plannen van de Europese Unie (waar Groot-Brittannië geen deel van uit maakt) om de eigen industrie met ‘Made-in EU’ regels te beschermen. Het zou dodelijk voor de autoproductie in het land zijn als het Verenigd Koninkrijk daar van uitgesloten wordt. Ongeveer 60 procent van de in Groot-Brittannië gebouwde auto’s wordt geëxporteerd naar de Europese Unie.
In het kader van het aanhalen van de broekriem wil Nissan overigens het aantal modellen wereldwijd van 56 naar 45 stuks reduceren. Daar is niet alleen de fabriek in Sunderland het slachtoffer van. Eerder dit jaar schrapte Nissan plannen voor de productie van een 2-tal elektrische SUV’s in de fabriek in Canton, Mississippi. In plaats daarvan komt de nadruk op de Noord-Amerikaanse markt meer op hybride modellen te liggen.
