Alvis in de hoofdrol tijdens speciale tentoonstelling in Louwman Museum

0

Alvis was tot in de jaren zestig van de vorige eeuw wereldberoemd als Britse fabrikant van kwalitatief hoogwaardige auto’s. Het merk introduceerde een aantal belangrijke innovaties die nog altijd worden toegepast in de auto-industrie. Tijdens de speciale expositie in het Louwman Museum wordt een prachtig overzicht gegeven van de belangrijkste modellen die voorzien waren van veelal karakteristiek traditionele Engelse carrosserieën.

In 1919 begon ingenieur en ondernemer Thomas George John in Coventry een autofabriek. Al in het daarop volgende jaar waren de eerste exemplaren klaar. Deze waren van hoge kwaliteit en voorzien van een 1,5 liter 4 cilinder motor met aluminium zuigers en druksmering; in die tijd vooruitstrevende techniek.

In de jaren twintig van de vorige eeuw had Alvis een leidende rol bij het gebruik van voorwielaangedreven raceauto’s. Die waren actief op Brooklands, Le Mans en de Tourist Trophy. De opgedane ervaringen in de racerij leidde ertoe dat Alvis in 1928 de eerste voorwiel aangedreven productie auto ter wereld introduceerde. Vanaf 1927 werden ook 6 cilinder modellen toegevoegd aan het levering gamma. De chassis waren van eigen fabricaat, maar het koetswerk werd door verschillende Engelse carrosseriebouwers geleverd. Dat was in die tijd gebruikelijk in luxe kringen. De modellen werden steeds groter en duurder, waardoor Alvis de concurrentie aan ging met merken als Bentley en Lagonda. In 1935 presenteerde men de eerste productie auto met volledig gesynchroniseerde versnellingsbak. Een jaar later kwam Alvis met onafhankelijke voorwielophanging.

Vlak voor het begin de Tweede Wereldoorlog kwam de nadruk bij Alvis te liggen op de productie van vliegtuigmotoren en op militaire voertuigen. Door Duitse bombardementen in 1940 werd de autofabriek volledig verwoest. Na de oorlog kwam de productie van auto’s in het hogere marktsegment weer op gang. Wederom werd er voor gekozen om de carrosserieën bij derden te betrekken.Met name de Zwitserse importeur kwam met divers designvoorstellen. In combinatie met de eigen 6 cilinder 3,0 liter lijn motor leverde dit begerenswaardige Grand Tourers op.

In 1967 werd Alvis overgenomen door Rover. Die had het voornemen om onder de naam van haar nieuwe aanwinst een sportwagen met de motor midscheeps achter op de markt te brengen. Dat plan belandde in de prullenbak toen Rover zelf verstrikt raakte in het British Leyland web. De directie van dit conglomeraat had geen enkele behoefte om Alvis in leven te houden en stopte uiteindelijk de productie van de klassieke auto’s van het merk.

 

Reageren is niet mogelijk.