Veel moderne auto’s zijn uitgerust met LED verlichting. Die zou in principe 15 jaar moeten meegaan, maar als de koplampen of achterlichten wél eerder kapotgaan, dan kan je een stevige rekening verwachten. Repareren kan namelijk niet en vervangen kost meer dan 3.000 euro.
Lichttechnologie ontwikkelt zich razendsnel. Oudere auto’s hebben halogeen lampen of xenon verlichting in de koplampunits zitten, maar tegenwoordig is LED de standaard. Koplampen geven daarmee veel meer licht, waardoor zowel de zichtbaarheid van een auto als het overzicht voor de bestuurder beter wordt. Bovendien gaat LED techniek erg lang mee. Een unit zou 15 jaar lang zonder problemen moeten kunnen functioneren.
In Nederland is de gemiddelde leeftijd van personenauto’s bijna 11 jaar, dus wordt het vervangen van LED koplampen en -achterlichten niet per definitie een (financieel) probleem. Maar een LED unit kan natuurlijk ook eerder stukgaan. Sneller dan dat de betreffende auto naar de schoothoop moet. En dan moet hij worden vervangen, want repareren kan namelijk niet. Volgens de ADAC, de Duitse zusterorganisatie van de ANWB, is het überhaupt niet toegestaan.
LED lampen mogen alleen worden gerepareerd als dit in de typegoedkeuring is aangegeven. Maar eigenlijk zijn de meeste LED units sowieso niet bedoeld om te worden gerepareerd. Ze moeten worden vervangen. En dat kost je al snel een paar duizend euro. Voor een hoogwaardig Matrix LED systeem moet men zelfs meer dan 3.000 euro betalen. LED verlichting helpt om de verkeersveiligheid te verbeteren maar daar zit dus wel een prijskaartje aan. De ADAC dringt er bij autofabrikanten op aan om óf de levensduur te verlengen óf om er voor te zorgen dat ze gemakkelijker gerepareerd kunnen worden.
