Langzaam vallen de puzzelstukjes van de volgende generatie Mini modellen in elkaar. Al enige tijd was bekend dat het licht op groen gezet was voor zowel een elektrische Chinese hatchback (die wordt wat kleiner dan het huidige 3-deurs), een conventioneel aangedreven modelserie die in het Britse Oxford het levenslicht zal zien en waarvan 3 carrosserievarianten zijn gepland (3-deurs Hatchback, 5-deurs Hatchback en Cabrio) en een nieuwe, door moederbedrijf BMW in Leipzig op dezelfde productielijn als de tweede generatie X1 te bouwen Countryman.
Het laatste Mini model wordt daardoor een halve klasse groter. De doelgroep van de Countryman, voor wie een auto niet de krap moet zijn, zal dat wel prima vinden. Maar er ontstaat op deze manier wel een fors gat met de iets te krimpen hatchback. Mini brengt daarom een vierde model in stelling: de Crossman. Dat wordt kort door de bocht een te heet gewassen Countryman die in China gebouwd gaat worden en die alleen leverbaar wordt met een elektrische aandrijflijn. Het idee is dat aldaar niet alleen de productiekosten veel lager zijn, maar dat er ook lekker prijsscherp onderdelen (waaronder accupakketten) ingekocht kunnen worden.
Reken niet op prijzen op Dacia Spring niveau, maar de Crossman wordt ook niet duurder dan de huidige 3-deurs Electric. Kortom, de klant krijgt dus meer waar voor zijn geld zonder dat die aan optisch kijkgenot water bij de wijn zal hoeven te doen (zie computertekening). In zekere zin neemt de Crossman de plaats in van de eigenzinnige, maar verkooptechnisch mislukte Clubman. De ‘opvolger’ wordt ruim 25 centimeter korter, maar dankzij de hogere bouw niet minder ruim. En diegenen die toch liever ’the real thing’ hebben, kunnen straks een in Groot-Brittannië of Duitsland geproduceerde Mini bestellen. Daarvoor bestel je dan wel de hoofdprijs maar dan heb je een auto die boven elke Chinese discussie (Oeigoeren, Taiwan, Hongkong) verheven is.
