De halfgeleidercrisis heeft ook de activiteiten van de Volkswagen Groep in China in het rood getrokken. De omzet van de autofabrikant daalde in 2021 met 14 procent op de belangrijkste automarkt van de wereld.
De baas van Volkswagen in China, Stephan Wöllenstein, noemt als redenen voor de verkoopdaling het tekort aan halfgeleiders en de problemen in de toeleveringsketens. “Het was een vrij moeilijk jaar”, aldus de topmanager. Dit jaar wil Volkswagen de verliezen in ieder geval goedmaken en ook goed van start gaan met de elektrische auto’s uit de ID familie. Die werden vorig jaar al geïntroduceerd maar beleven nu hun eerste volle verkoopjaar.

De verkoopdaling in 2021 trof vooral de volumemerken Volkswagen en Skoda, zo meldt Wöllenstein. Het premium merk Audi deed het minder slecht met een min van 3,6 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Porsche wist 8 procent meer auto’s te verkopen en Bentley trok zelfs 43 procent extra klanten. De totale markt is met 4 procent gegroeid. Het marktaandeel van de Volkswagen Groep in China, dat lange tijd 14 of 15 procent was, daalde door deze ontwikkelingen tot 11 procent.
Naast het gebrek aan chips (“600.000 auto’s gingen verloren in de productie”, zei Wöllenstein, verwijzend naar knelpunten die de verkoop zouden hebben belemmerd) speelden er ook verschillende andere problemen. Hij noemde het halfgeleidertekort, de corona uitbraken en daaropvolgende productiestops, evenals een brand bij een Japanse leverancier. “Het is een complex systeem van beperkingen dat echt wekelijks verandert”, aldus Wöllenstein.
Dit jaar wil de Volkswagen Groep een stevige inhaalslag maken, zo laat Wöllenstein (foto) weten. “De vraag is er nog steeds”. Terwijl de totale markt naar verwachting met vier procent zal groeien, wil Volkswagen dit jaar met 15 of 16 procent plussen. “Wij willen marktaandeel terugwinnen dat wij het afgelopen jaar hebben verloren”, aldus de baas van de Chinese divisie.
Ook de verkoop van elektrische auto’s uit de ID familie van Volkswagen zal zich naar verwachting positief ontwikkelen. Nadat de doelstelling van 80.000 tot 100.000 voor 2021 was gemist en er daadwerkelijk “iets meer dan 70.000 stuks” waren verkocht, wil Wöllenstein dit jaar de verkoopcijfers “minimaal” verdubbelen. Hij is er zeker van dat Volkswagen elke ID auto zal verkopen die gebouwd kan worden. De levering van halfgeleiders voor de 160.000 à 200.000 exemplaren is verzekerd.
Met de transformatie naar alternatieve aandrijvingen zal de helft van de nieuwe modellen die dit jaar in China worden gelanceerd, elektrische auto’s zijn. Met name in dat segment zijn de binnenlandse Chinese fabrikanten sterk, wat vanuit het oogpunt van Wöllenstein nauwelijks zal veranderen. Tegen het einde van het decennium wil Volkswagen echter ook de nummer één zijn op het gebied van elektrische mobiliteit in China.
Volgens de topmanager zijn de vooruitzichten voor de grootste afzetmarkt van Volkswagen “zeer positief”. Met de groeiende middenklasse in China wordt tegen het einde van het decennium een jaarlijkse autoverkoop van 28 tot 30 miljoen stuks verwacht. “Er is een grote koopkracht in de samenleving”, zegt Wöllenstein. “Maar wij zijn het, de industrie, die niet kunnen leveren”. Vorig jaar werden in China 21 miljoen auto’s verkocht.
Er zijn nog steeds factoren van onzekerheid. “De halfgeleiderrisico’s zijn moeilijk in te schatten”, zegt Wöllenstein, die laat weten zich ook zorgen te maken over de eerste Omicron uitbraak in China in de naburige stad Tianjin nabij Peking en over mogelijke verdere afsluitingen. De Volkswagen fabriek in Tianjin heeft de productie al tijdelijk moeten stopzetten. Vaak komen avondklokken of productiestops van de ene op de andere dag, zodat het leverschema van onderdelen moet worden aangepast. Maar de productiestops gingen ook weer snel voorbij.
“Het kan echter een hele reeks kleine problemen zijn”, aldus Wöllenstein. Door de strenge inreisbeperkingen en de gedwongen quarantaine van 3 weken in China is het ook lastig om buitenlandse specialisten het land binnen te halen. “Een minimum aan internationale experts is nog steeds nodig en gewenst”, aldus Wöllenstein. “Maar het is moeilijk om geschoolde werknemers te motiveren om naar China te gaan, vooral als ze ook kinderen hebben. De industrie lijdt”.
