Voor het einde van dit decennium stopt Seat wellicht met de productie van auto’s. Dat melden leidinggevenden bij de Spaanse Volkswagen dochter in een interview.
In Wolfsburg zou men het bedrijfsonderdeel willen omvormen tot ‘urban mobility merk’ dat zich richt op jongeren. Een eerste voorbeeld van die nieuwe strategie is de Seat Mó. Consequentie van die strategische herpositionering is dat er geen cent geïnvesteerd gaat worden in volledig elektrische modellen. Fans van Spaanse auto’s die dat zoeken, kunnen terecht bij spinoff Cupra.
Dit verzelfstandigde merk maakt ook veel werk van stekker hybride modellen. De (deels) elektrische auto’s lijken goed aan te slaan bij de consument én kunnen met hogere marges worden verkocht dan wanneer er op diezelfde producten een Seat logo zou zitten. Voor de leiding van de Volkswagen Groep is het daarom een uitgemaakte zaak dat Cupra meer toekomst heeft. Seat verdwijnt niet direct van de markt, maar zal zich de komende 7 jaar uitsluitend bezig houden met auto’s waar een verbrandingsmotor in zit. In 2030 zullen dergelijke modellen in bepaalde Europese landen, waaronder Groot-Brittannië, niet meer verkocht mogen worden. Voor ‘Wolfsburg’ kan dat het moment zijn om de productiestekker er bij Seat helemaal uit te trekken.
Seat blijft na 2030 wel bestaan, maar zal dan mogelijk geen automerk meer zijn. In 2035, als in de Europese Unie het verkoopverbod voor voertuigen met een verbrandingsmotor ingaat, is de rol van de Spanjaarden helemaal uitgespeeld. In plaats daarvan wordt Seat wellicht een aanbieder van mobiliteitsdiensten voor jonge mensen. In de komende jaren zal wel het aantal 1.0 eTSI en 1.5 eTSI mild hybride versies worden uitgebreid. Het gamma van Cupra zal in 2024 worden uitgebreid met de volledig elektrische Tavascan (het nieuwe topmodel van het merk). In 2025 zal de Urban Rebel worden gelanceerd: een emissievrij B segment cross-over.
“Met Seat en Cupra bieden wij het beste van 2 werelden”, aldus een woordvoerder: “verbrandingsmotoren en elektrische aandrijving”. Al lijkt het er verdacht veel op dat het Spaanse merk simpelweg in een soort sterfhuisconstructie zit.
