Nederland kent de hoogste verkeersboetes van Europa, maar is opvallend soepel als het gaat om afleiding achter het stuur. Dat stelt verkeersrechtexpert Rembrandt Groenewegen van DAS in een vraaggesprek met Mobiliteit.nl.
Automobilisten mogen in ons land op slippers rijden, een broodje eten, make-up aanbrengen of met een los huisdier op schoot in de auto rijden, zolang de verkeersveiligheid volgens de wet niet direct in gevaar komt. In veel andere Europese landen zijn dergelijke handelingen juist expliciet verboden en kunnen bestuurders daarvoor een boete krijgen.
Het Nederlandse beleid vormt een schril contrast met dat van landen als Frankrijk, Spanje en België. Daar kunnen voor dergelijke handelingen wel boetes uitgedeeld worden. Die landen kiezen steeds vaker voor strengere regels om afleiding in het verkeer tegen te gaan.
Bovenomschreven tegenstelling roept de vraag op of Nederland niet te veel vertrouwt op de eigen verantwoordelijkheid van weggebruikers. Nederland blijft vasthouden aan een systeem waarbij pas wordt opgetreden als daadwerkelijk gevaarlijk rijgedrag ontstaat.
Sommigen vinden dat pragmatisch, maar anderen juist opmerkelijk omdat afleiding achter het stuur een belangrijke oorzaak is van verkeersongevallen. Juist handelingen die onschuldig lijken, zoals eten, zoeken naar spullen, make-up aanbrengen of het rijden met een los huisdier op schoot in de auto, kunnen de bestuurder afleiden. Al in enkele seconden kan daardoor een gevaarlijke situatie ontstaan.
Groenewegen vindt daarom de vraag gerechtvaardigd of Nederland sommige buitenlandse regels niet zou moeten overnemen. Verboden op specifieke afleidende handelingen kunnen bijdragen aan meer duidelijkheid voor automobilisten en handhaving eenvoudiger maken. Maar aan de andere kant: niemand lijkt zich wat aan te trekken van de regel dat je achter het stuur zonder handsfree voorziening niet mag telefoneren. Dus waarom zou de burger zich dan wel aan nieuwe, extra regels houden?
Opvallend genoeg blijft Nederland streng in de boetehoogte, maar relatief coulant als het gaat om gedrag achter het stuur. Het is niet ondenkbaar dat ook hier de discussie over aanvullende verboden zal oplaaien. Het vergroten van de verkeersveiligheid en het verminderen van het aantal slachtoffers blijven daarbij het belangrijkste argument. Groenewegen is daarom van mening dat het Nederlandse sanctiestelsel een kritische blik verdient. Lagere boetes voor minder ernstige overtredingen en juist strengere sancties voor expliciet verboden, afleidende handelingen achter het stuur zouden logischer en effectiever kunnen zijn voor verhoging van de verkeersveiligheid.
