Voor een gebruikte auto hoeft men niet meer steeds dieper in de buidel te tasten. In heel Europa stabiliseert namelijk de prijs. Werden in Nederland. Italië en Frankrijk occasions het afgelopen half jaar nog iets duurder, in België, Duitsland en Oostenrijk werden ze juist wat goedkoper.
Oorzaak is het grotere aanbod in de eerste 6 maanden van het jaar in heel Europa. De markt voor tweedehands auto’s in Nederland lijkt al een tijdje te stabiliseren. In vergelijking met mei waren occasions in juni een fractie goedkoper (-0,16 procent), maar ten opzichte van een jaar eerder nog wel 5,4 procent duurder. Gemiddeld kost een tweedehands auto nu 24.603 euro. Dat is 0,3% meer dan in januari. De zeer geringe prijsstijging (veel minder dan de inflatie) is het gevolg van het feit dat het aanbod sinds begin dit jaar met 8,7 procent is toegenomen tot tot 212.924 exemplaren. Ook in Oostenrijk (+8 procent) en Duitsland (+8,8 procent) is een dergelijke toename te zien, al nam het occasionaanbod nergens in Europa zo hard toe als in België (+12,2 procent).
In Frankrijk (30.791 euro), Duitsland, (28.485 euro), Oostenrijk (28.022 euro) en België (24.452 euro) zijn gebruikte auto’s gemiddeld genomen wel duurder. Dat komt onder andere doordat in die landen vaker gekozen wordt voor luxe varianten. In Italië, waar A- en B- segment modellen van Fiat (en Lancia) de verkoopstatistieken aanvoeren, zijn ze met een prijs van gemiddeld 22.415 euro iets goedkoper.
