Het besluit van Ford om op de rem te trappen voor een geplande batterijfabriek ter waarde van 3,5 miljard dollar in Michigan benadrukt een uitdaging voor Tesla’s groeiende groep rivalen op de Amerikaanse markt: Tesla duwt de meeste van hen in onrendabele, laagvolume niches.
Mondiale autofabrikanten lanceren tientallen nieuwe elektrische modelleen in de Verenigde Staten en steken miljarden dollars in nieuwe fabrieken voor batterijen en elektrische auto’s. Maar er zijn er, afgezien van Tesla’s Model Y en Model 3, maar weinig die in dermate grote volumes worden verkocht dat er een volledige assemblagefabriek winstgevend van kan draaien.

Volgens gegevens van S&P Global Mobility heeft Tesla in de eerste 6 maanden van dit jaar bijna 10 keer zoveel elektrische auto’s op de Amerikaanse markt verkocht dan de nummer-2 aldaar, Chevrolet. En als de verkopen van de volgende 19 concurrenten bij elkaar worden opgeteld, dan is Tesla nog steeds 2 keer zo groot. Tesla verkocht van januari tot en met juni 325.291 voertuigen in de Verenigde Staten. Het Chevrolet merk van General Motors volgt met zijn verouderde (maar goedkope) Bolt op ruime afstand met 34.943 registraties en bezet daarmee de tweede plaats. Daarna volgen Ford, Hyundai en Rivian.
Op modelniveau stonden in de eerste helft van het jaar alle 4 de Tesla modellen in de top 12, waarbij de Model Y en de Model 3 de plekken 1 en 2 claimden met verkopen van respectievelijk afgerond 200.000 en 160.000 eenheden. Ter vergelijking: van de Bolt werden afgerond 35.000 exemplaren verkocht en de Ford Mustang Mach-E trok slechts 13.600 klanten; lang niet genoeg om een doorsnee assemblagefabriek te vullen, die op 80 procent van de capaciteit of meer moet draaien om winstgevend te zijn.

De verkoop van (deels) elektrische voertuigen, inclusief plug-in hybride modellen en brandstofcel voertuigen, kwamen in de eerste helft van dit jaar 2,6 procentpunten hoger uit ten opzichte van een jaar eerder. Het marktaandeel kwam uit op 8,9 procent. Maar dit percentage verdeeld over 103 verschillende modellen. Het besluit van Ford om de bouwwerkzaamheden aan een batterijfabriek voor elektrische voertuigen in Michigan ter waarde van 3,5 miljard dollar stop te zetten, komt voor sommige analisten dan ook niet als een verrassing. Zij afvragen zich af of de Amerikaanse markt voor elektrische auto’s snel genoeg zal groeien om alle nieuwe initiatieven op het gebied van batterij- en elektrische auto’s die reeds zijn gelanceerd of op komst zijn, te ondersteunen .
In juli voorspelde Ford dat zij dit jaar een verlies van 4,5 miljard dollar zal lijden op haar divisie die zich focust op de ontwikkeling, bouw en verkoop van elektrische auto’s. Dit bedrag is 50 procent hoger dan eerder dit jaar werd voorspeld. Ford liet toen al doorschemeren dat de prognose de opvoering van de productie van elektrische auto’s zou vertragen. Dat lijkt nu inderdaad het geval te zijn. Ford heeft, net als verschillende rivalen, miljarden vrijgemaakt om extra fabrieken voor elektrische auto’s en batterijen in de Verenigde Staten te bouwen. Maar het is de vraag of die investeringen ooit rendabel zullen worden. Tesla lijkt er met de buit vandoor te gaan.

Tesla heeft dit jaar weliswaar marktaandeel in de Verenigde Staten moeten inleveren als gevolg van het feit dat er meer nieuwkomers op de markt kwamen, maar het merk is nog steeds goed bijna twee derde van alle verkopen in het segment voor elektrische auto’s. Geen enkel ander merk heeft meer dan 10 procent marktaandeel. Analisten schatten dat de verkoop van elektrische voertuigen in het derde kwartaal zal stijgen tot 8 procent van de totale autoverkoop in de Verenigde Staten (pick-ups en zware SUV modellen meegerekend), vergeleken met ongeveer 6,5 procent een jaar geleden. Een deel van die groei zal waarschijnlijk veroorzaakt worden door dalende prijzen; een trend die wordt aangestuurd door Tesla, dat zijn superieure winstmarges gebruikt om haar prijzen te verlagen om zo de bedrijfsomzet op te voeren.
De gemiddelde verkoopprijs voor een elektrische auto is in juli gedaald tot 53.376 dollar en dat is flink minder dan het hoogtepunt van bijna 70.000 euro een jaar geleden. Dit betekent dat menig businesscase voor investeringen in nieuwe modellen en fabrieken de prullenbak in kunnen. Niet alleen bij Ford, maar ook bij het voor zijn leven vechtende Lucid Motors en het inmiddels technisch failliete Lordstown Motors. Deze debutanten trekken niet zoveel aandacht van de media als de gang van zaken niet volgens plan verloopt, maar voor Ford is dat anders. De bedrijfsresultaten van de blauwe ovaal kleurden vorig jaar ook al rood.

De opmerking van topman Jim Farley (foto) dat de looneisen van vakbond UAW zullen leiden tot een faillissement is dan ook niet uit de lucht gegrepen. Niet vergeten moet worden dat Ford haar business in Rusland kwijt is, dat de verkopen in China zwaar onder druk staan en dat het merk in Europa gedegradeerd is tot de B categorie. Het Indiase avontuur is op niks uitgelopen en in Zuid Amerika is Ford hooguit een volger en zeker geen leider. Kortom, nu miljarden dollars investeren in een batterijfabriek zonder zicht op winst is zelfmoord. Het is daarom begrijpelijk dat Ford nu even pas op de plaats maakt.
