Begin dit jaar maakten Amerikaanse consumenten even pas op de plaats voor wat betreft de aanschaf van een volledig elektrische auto. Zij vonden dergelijke modellen te duur en met het oog op de actieradius plus beschikbare oplaadplekken niet bepaald zorgeloos. Tegelijkertijd bleef met name Toyota flink klanten trekken met haar hybride modellen.
Dat bracht andere autofabrikanten op een idee: als een volledig elektrische auto een brug te ver is, zijn plug-in hybride modellen dan geen goed compromis? Bieden die niet immers het beste van 2 werelden: lokaal emissievrij rijden, maar dankzij de aanwezigheid van een flinke tank voor de benzinemotor toch geschikt om lange trajecten mee af te leggen?
Blijkbaar niet. Amerikanen willen geen plug-in hybride auto. Fabrikanten die flink hebben geïnvesteerd in dit type auto’s, zoals Ford (Explorer PHEV) en Stellantis (Jeep Grand Cherokee 4xe), komen nu van een koude kermis thuis. Het resultaat is dat het marktaandeel van plug-in hybride auto’s in augustus slechts een bescheiden 1,9 procent was. Amerikanen kopen bij nader inzien tóch liever een volwaardige elektrische auto. Die waren in augustus goed voor 9,4 procent van de verkopen. En zelf-oplaadbare hybride modellen namen toen 10,4 procent van het aantal kentekenregistraties voor hun rekening.
Klanten die reeds een plug-in hybride auto gekocht hebben, zijn ontevreden. Dat is niet verrassend. Om te beginnen zijn plug-in hybride modellen gemiddeld nóg duurder dan volledig elektrische auto’s. Niet alleen in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten, waar een ‘PHEV’ gemiddeld 48.900 dollar kost. Ter vergelijking: een elektrische auto kost aldaar in doorsnee 36.900 dollar en een zelf-oplaadbare hybride 37.700 dollar.
In de praktijk ervaren Amerikaanse consumenten de plug-in hybride auto helemaal niet als het beste van 2 werelden. Je moet vaker opladen dan met een volledig elektrische auto en het emissievrije rijbereik wat je daarvoor terugkrijgt, is teleurstellend klein. Zeker in een land waar men gewend is om lange afstanden af te leggen, is dat een probleem. Want als de accu leeg is dan moet de benzinemotor vol aan de bak en die jaagt er dan flink wat brandstof doorheen. Volledig elektrische auto’s kunnen pronken met relatief lage onderhoudskosten, maar die vlieger gaat voor een plug-in hybride model niet op: daar zit ook een benzinemotor in zoals gezegd vaak flink zijn mouwen moet opstropen. Wat de populariteit van plug-in hybride modellen ook niet helpt, is dat zij er vrijwel altijd hetzelfde uitzien als de goedkopere varianten op benzine. Daar heeft de Tesla, Rivian of Lucid klant geen last van. Eigenaren van een Ford Mustang Mach-E of Cadillac Lyriq trouwens ook niet.
Autointernationaal.nl heeft nooit warme gevoelens gehad bij plug-in hybride modellen. Dat ze desondanks goed verkopen in Nederland, heeft te maken met de gunstige prijsstelling. Die is te danken aan het feit dat er maar weinig BPM afgedragen hoeft te worden omdat plug-in hybride modellen op papier slechts weinig CO2 uitstoten (de praktijk is anders). Maar door de gunstige emissiescore op papier worden zij dus minder zwaar belast. Daardoor is de Volkswagen Tiguan eHybrid PHEV (204 pk; prijs: 50.990 euro) zelfs goedkoper dan de 1.5 eTSI versie (150 pk; prijs: 51.990 euro). En de nieuwe Opel Grandland is in plug-in hybride vorm amper duurder dan de benzineversie met 1,2 liter 3 cilinder naaimachientje in het vooronder.
Het gevolg is dat plug-in hybride modellen in augustus in Nederland een vrijwel even hoog marktaandeel hadden dan zelf-oplaadbare modellen: 14 procent versus 13,8 procent. Maar dat is dus te danken aan fiscale douceurtjes waar mensen met een smalle beurs (zij hebben het geld niet voor een plug-in hybride model) niet van kunnen profiteren. Zou het marktaandeel van dergelijke auto’s in Nederland even laag zijn zonder de verlaagde BPM? Ja en nee. Ja, omdat zonder een op CO2-uitstoot gebaseerd BPM systeem plug-in hybride modellen in Nederland veel duurder zouden zijn. Nee, omdat dergelijke auto’s het best tot hun recht komen als er gemiddeld korte afstanden worden afgelegd. Dat is in Nederland in vergelijking met de Verenigde Staten het geval.
Is de tegeltjeswijsheid in dit verband dus “hoe kleiner het land, hoe groter het marktaandeel van plug-in hybride modellen kan zijn”? Nee, want ook volledig elektrische auto’s zijn in landen met relatief geringe rijafstanden in het voordeel.
