Eigenaren van een elektrische auto kunnen dit jaar honderden euro’s verdienen met hun eigen laadpaal, maar helaas is de regeling niet waterdicht. De bedrijven die de laadbeurten moeten registreren, worden op dit moment namelijk niet op hun bekwaamheid getest. Dat kan problematisch zijn. “Als de registratie van de laadbeurten niet deugt, kunnen eigenaren van een laadpaal fluiten naar hun geld”, zo waarschuwt Guido Claus, consultant bij E-Mobility.
Vanaf dit jaar is het voor eigenaren van een elektrische auto mogelijk om geld te verdienen met thuisladen doordat zij met hun laadbeurten zogeheten emissiereductie-eenheden (ERE’s) opwekken. Daarmee kunnen grote vervuilers zoals oliemaatschappijen hun uitstoot afkopen. Het bedrag per laadpaal kan oplopen tot zo’n 500 euro per jaar.
Voor bedrijven, maar bijvoorbeeld ook voor verenigingen van eigenaren met veel laadpalen, bedragen de baten dus al snel duizenden euro’s. Daarom is het van belang dat laadbeurten netjes worden geregistreerd, omdat op die manier kan worden aangetoond hoeveel er aan CO2-uitstoot bespaard is. Dit doen zogeheten inboekdienstverleners.
Momenteel wordt echter niet gecontroleerd of deze bedrijven wel voor deze taak zijn toegerust. De VER (Vereniging Elektrische Rijders) vreest daarom dat klanten en bedrijven inkomsten mislopen omdat hun laadbeurten niet goed worden bijgehouden. “De markt is geëxplodeerd, maar sommige inboekbedrijven weten niet waaraan ze begonnen zijn”, zegt Robert van Gent, charging manager bij de VER. Hij wijst erop dat de instapdrempel erg laag is. Van de meer dan 50 bedrijven die zich in april hadden aangemeld, was ruim een kwart nog geen 1 jaar oud.
Inmiddels is het aantal bedrijven op de lijst gestegen tot ruim 90. Van Gent verwacht niet dat alle partijen overeind zullen blijven. “De drempel om rendabel te worden ligt hoog. Er zijn forse investeringen nodig, bijvoorbeeld in software en boekhoudsystemen, en niet elk bedrijf kan die opbrengen”.
Dat het nog maar de vraag is of klanten geld krijgen voor de laaddata die ze delen, is een zienswijze die wordt gedeeld door Bob Lieftink, oprichter van inboekdienstverlener Lekkerladen.com. “Bedrijven wekken de indruk dat zij al zijn toegelaten tot de regeling, simpelweg omdat hun naam in de lijst staat”.
De Nederlandse Emissieautoriteit stelt in een reactie dat een plek in de lijst niet betekent dat er accreditatie heeft plaatsgevonden. “Particulieren hebben met deze lijst een overzicht van de bedrijven die zich voor de rol van inboekdienstverlener hebben aangemeld”, aldus een woordvoerder van de NEa. In een later stadium wordt “aan de hand van verschillende criteria getoetst” of bedrijven een rekening mogen openen in het Register Energie voor Vervoer, het systeem waarin de emissiehandel plaatsvindt.
Pas volgend jaar wordt gecontroleerd of de bedrijven de administratie op orde hebben. Alleen dan leveren de laadbeurten daadwerkelijk geld op. Desondanks nemen sommige partijen daar al een voorschot op door nu al emissierechten te verkopen en vergoedingen uit te keren aan klanten.
Volgens Lieftink is dat niet zonder risico, als later blijkt dat de rechten verkeerd zijn ingeboekt. “De fouten zullen moeten worden gecorrigeerd of verrekend en de NEa kan in dergelijke gevallen handhavend optreden, inclusief het opleggen van boetes”. De NEa stelt dan ook dat inboekdienstverleners zich “bewust moeten zijn van de consequenties als er fouten of overtredingen worden gemaakt bij het registreren”.
Eerder waren emissierechten al verhandelbaar als Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s). Aan deze regeling deden in de praktijk alleen grote bedrijven mee, omdat de audit hiervoor duizenden euro’s kostte. Onder de ERE-regeling komen die kosten bij inboekbedrijven te liggen, die deze kunnen uitsmeren over hun klanten. Zo kunnen ook particulieren meedoen. Laadpunten moeten hiervoor wel uitgerust zijn met een zogeheten MID-meter, die de laadbeurten registreert.
