In januari zal de nieuwe Auto van het Jaar bekend worden gemaakt. Dat gebeurt in aanloop naar de Brussels International Motor Show. Er zijn 7 modellen die kans maken op deze Europese titel.
Op de shortlist staan de Alfa Romeo Junior, de Citroën (ë-)C3, de Cupra Terramar, de Dacia Duster, de Hyundai Inster, de Kia EV3 en de Renault 5/Alpine A290. 59 juryleden uit 22 landen gaat uit deze 7 finalisten de definitieve rangorde te bepalen. Autointernationaal.nl denkt dat het een strijd tussen Frankrijk en Zuid-Korea wordt, want de Junior (Italië), Cupra (Spanje) en Dacia (Roemenië) zijn kansloos.
De Alfa Romeo is in Veloce uitvoering weliswaar een enorm leuk rijdende elektrische auto, maar in de overige versies zit Stellantis techniek die onderhand behoorlijk afgekloven is. De Jeep Avenger won 2 jaar geleden de bokaal met vrijwel dezelfde hardware. ‘Meer van hetzelfde’ verdient niet de hoofdprijs.
De Cupra Terramar is niet leverbaar in een volledig elektrische uitvoering (kost punten), maar belangrijker is dat hij onderhuids ‘gewoon’ een Volkswagen Tiguan is. Als die Duitser niet wint, dan mag zijn Spaanse neef evenmin in de prijzen vallen, zo dwingt het gevoel voor rechtvaardigheid. De nieuwe generatie plug-in hybride techniek maakt weliswaar een relatief grote elektrische actieradius mogelijk, maar de bijbehorende software blijkt helaas niet kinderziekte-vrij te zijn.
Dacia verdient de prijs evenmin, althans niet met de Duster. Deze SUV is, kijkend naar zijn formaat, weliswaar niet duur en bovendien leverbaar met hybride techniek, maar blijft op technologisch vlak te veel een ‘volger’ en is dus zeker geen ‘innovator’. Maar Dacia verdient wel een ‘life time achievement award’ vanwege het feit dat zij al ruim 20 jaar auto’s weet aan te bieden die uitstekend aansluiten bij de behoeften van de particuliere rijder: no-nonsense, ruim en betrouwbaar. De verkoopcijfers zijn het bewijs. Fijnproevers zullen weliswaar stellen dat de modellen van Dacia als margarine tussen echte boter zijn, maar je betaalt geen cent teveel en dat waardeert niet alleen Jan Modaal, maar ook Otto Normalverbraucher, Joe Average en Paul Martin (helaas is er in het Frans geen mooie vertaling). Dus jury, kom maar op met die oeuvreprijs!
Er blijven dus 4 finalisten over die wél kans maken om de ‘Auto van het Jaar 2025′ bokaal te bemachtigen. Daarvan komen er 2 uit Zuid-Korea (de Hyundai Inster en de Kia EV3) en 2 uit Frankrijk: de Citroën (ë-)C3 en de Renault 5 E-Tech. Dit jaar is het dus een strijd tussen 2 trotse autolanden. Om de (waarschijnlijke) winnaar aan te wijzen, heb ik dit jaar meer woorden nodig dan in 2022 en 2023 merk ik. Dat komt omdat er dit jaar geen gedoodverfde winnaar is: zowel de (ë-)C3, als de Inster, de EV3 en de 5 E-Tech zijn een waardevolle aanvulling op het bestaande aanbod.
Van dit kwartet komen de Hyundai en de Citroën het beste tegemoet aan de kritiek dat nieuwe elektrische auto’s te duur zouden zijn: hun instapprijs is respectievelijk 24.295 euro en 24.290 euro. Renault belooft weliswaar dat er van de 5 E-Tech ook versie komt die slechts weinig duurder wordt (25.000 euro), maar die wordt pas in 2025 leverbaar. De Kia EV3 moet het sowieso niet van zijn prijs hebben: met een instapprijs van 36.995 euro is hij 2 mille duurder dan de Skoda Elroq die volgend jaar meedoet aan de competitie. Afgelopen augustus dacht ik nog dat de Kia EV3 de strijd met zijn ogen dicht zou gaan winnen, maar nu ben ik daar minder zeker van: met zijn prijsstelling slaat hij de concurrentie niet kmock-out.
De Kia EV3 is echter de enige échte gezinsauto van dit elektrische viertal. De Renault 5 E-Tech is achterin te krap, de Citroën (ë)-C3 in basisuitvoering te minimalistisch en de Hyundai Inster te smal, waardoor 3 passagiers achterin een probleem is. Daarom maakt de Kia EV3
nog steeds een grote kans op de titel ‘Auto van het Jaar 2025’: het is een goede allrounder: ruim met een grote actieradius, voorzien van een royale hightech standaarduitrusting en efficiënt. Kortom, een knap ontworpen auto zonder wezenlijke nadelen. Ja, dit model zal de meeste Europese autoconsumenten aanspreken; naast Grieken ook Noren, en naast Britten ook Polen. Een echte allemansvriend dus en daardoor samen met de Citroën (ë-)C3 de grootste kanshebber op de bokaal.
De Citroën (ë-)C3 heeft meer minpunten dan de Kia EV3 (hij is gespeend van elke vorm van sportiviteit, de instapversie is wel erg kaal en de software is nog niet af), maar de geschiedenis leert dat met name juryleden uit Zuid-Europese landen bij dit soort zaken nog wel eens een oogje dicht willen knijpen. Wat de Citroën (ë-)C3 vooral goede papieren geeft om tot Auto van het Jaar uitgeroepen te worden, is het feit dat hij ook leverbaar is in benzine-uitvoering. En dan hebben we het over een instapprijs van slechts 21.690 euro. Volgend jaar zal het gamma overigens worden uitgebreid met een nóg goedkopere elektrische variant die in Nederland tussen de 20 en 21 mille gaat kosten. Now we are talking.
De Hyundai Inster moet het vooral van zijn ruime, variabel indeelbare interieur hebben. Het is een smalle auto, maar voor 4-persoons huishoudens maakt dat niet uit. Verder is deze Koreaan lekker compleet uitgerust. Maar met die eigenschappen heeft de Hyundai Inster toch te weinig profiel om de ‘Auto van het Jaar 2025’ verkiezing te kunnen winnen. En eerlijk gezegd is de Inster niets anders dan een al langer in Zuid-Korea bestaand benzinemodel, de Casper. Daar kan je als jurylid ook over struikelen. Zelfs een podiumplaats zit er voor de Hyundai vermoedelijk dus niet in, want hij heeft een rivaal waarover je bij wijze van spreken niet uitgepraat raakt: de Renault 5 E-Tech.
Van dit kwartet is de Renault 5 E-Tech de auto met de minst aantrekkelijke prijs : ruimte verhouding. Maar de jury moet een keuze maken op een moment dat de Europese auto-industrie het zwaar voor zijn kiezen krijgt, en eerlijk gezegd vind ik de 5 E-Tech een beter antwoord op de oprukkende Chinese concurrentie dan de Citroën (ë-)C3. Dat komt vooral doordat de Renault een auto ‘met een verhaal is’: een sterke persoonlijkheid in plaats van al dat ‘ingeblikte fruit’ dat in auto-vorm vanuit China wordt aangevoerd. De 5 E-Tech toont andere Europese autofabrikanten de uitweg uit de huidige malaise: karaktervol, hoogwaardig, veel rijplezier biedend en dankzij de ruime optie- een aankleedmogelijkheden nooit een grijze mus.
De 5 E-Tech is dus de meest inspirerende winnaar van de verkiezing, maar ik denk niet dat hij er met de bokaal vandoor gaat. Deels komt dat omdat Renault er vorig jaar ook al met de bokaal vandoor ging. Om de verkiezing spannend te houden, is het politiek wenselijk dat dit jaar een andere autofabrikant wint/ Daarnaast is er die ongunstige prijs : ruimte verhouding van de 5 E-Tech. Dat maakt hem eigenlijk ongeschikt als gezinsauto. De Citroën ë-C3 is niet wezenlijk ruimer, maar nu al leverbaar (software issues buiten beschouwing latend) voor een 8,5 mille lagere prijs. Dat is te veel om te negeren. En de Kia EV3 is, ondanks zijn bepaald niet lage prijsstelling, slechts 4.000 euro duurder. Voor dat bedrag krijg je écht een volwassen middenklasser.
Dus ja, de strijd gaat tussen de Citroën (ë-)C3 en de Kia EV3. Frankrijk versus Zuid Korea. Begin januari weten we de uitslag!
