Ursula von der Leyen, de herkozen voorzitter van de Europese Commissie, wil zo snel mogelijk de auto-industrie in de lidstaten-regio uit het slop trekken. Volgens Sigrid de Vries, directeur-generaal van de Europese koepelorganisatie voor automerken ACEA, ‘maakt aandacht alles mooier’, maar zij waakt voor een versoepeling van het beleid. “We moeten nu niet de CO2-doelen gaan aanpassen”
Von der Leyen zegt zelf leiding te zullen geven aan een strategische dialoog over de toekomst van de Europese auto-industrie. “Het is onze trots. De meeste auto’s die in de lidstaten-regio worden verkocht, moeten in Europa worden gemaakt”. Volgens De Vries heeft Von der Leyen de “structurele en fundamentele” problemen van de sector duidelijk in beeld. De auto-industrie is een cruciale pijler van de Europese economie en de toekomst van de lidstaten-regio als geheel. “Het is essentieel om de autosector te versterken, omdat die tal van andere industrietakken aanjaagt en ondersteunt”, aldus De Vries.
Volgens De Vries zou er op korte termijn iets gedaan moeten worden om de vraag naar elektrische auto’s aan te jagen: “Er zijn ambitieuze CO2-doelstellingen in Europa. Daarvoor heeft de industrie de auto’s voor beschikbaar, maar de markt laat het afweten”. Volgens De Vries twijfelt de Europese consument veel en is de laadinfrastructuur niet op orde. Daarnaast is er volgens haar een mentale verandering nodig. De Vries: “Mensen moeten anders omgaan met mobiliteit. Het is belangrijk dat dit nu snel van de grond komt. Daarvoor is een strategische dialoog tussen de auto-industrie en ‘Brussel’ belangrijk”.
Wat De Vries betreft, hoeven de CO2-normen niet meteen overboord: “We moeten de voet hier niet van het gaspedaal halen”, zo benadrukt zij. De ACEA directeur pleit vooral voor meer samenwerking tussen de auto-industrie en de overheid. “Er moet pragmatischer en flexibeler omgegaan kunnen worden met de regels. En doe vooral iets aan de disproportionele kostenlasten voor de industrie. Dat is iets anders dan de doelen aanpassen”.
Duitsland
De Duitse bondskanselier Olaf Scholz wil dat de regels van de Europese Unie juist wel van tafel gaan. Er mogen wat hem betreft geen boetes worden opgelegd aan autofabrikanten die de gestelde doelen op het gebied van CO2-uitstoot niet halen. “Het geld moet binnen de bedrijven blijven voor de modernisering van hun eigen industrie en hun eigen bedrijf”, aldus Scholz.
Eerder gaf de Duitse minister van Economische Zaken, Robert Habeck, aan dat hij bereid is om boetes die autofabrikanten volgend jaar zouden krijgen tijdelijk uit te stellen, als zij in 2026 en 2027 extra inspanningen leveren om hun CO2-doelen te overtreffen. Volgens Habeck zou deze aanpak bedrijven meer flexibiliteit bieden en hen stimuleren verdere vooruitgang te boeken op het vlak van klimaat, zonder hen te dwingen miljarden aan boetes te betalen.
Volgens de regelgeving van de Europese Unie moeten de gemiddelde uitstootcijfers van nieuw geregistreerde auto’s volgend jaar 15 procent lager liggen dan in 2021. De scherpe daling van de verkoop van elektrische auto’s heeft het behalen van dit doel echter fors moeilijker gemaakt. Eerder riepen Europese autofabrikanten, Renault uitgezonderd, Brussel al op de strengere regels voor de uitstoot van auto’s te versoepelen. Zonder ingrijpen riskeren fabrikanten miljarden euro’s aan boetes.
De verkoop van elektrische auto’s is dit jaar in Europa sterk afgenomen. Dit is vooral het geval in Duitsland, de grootste automarkt van het continent. Door de gedaalde vraag heroverwegen autofabrikanten hun modelstrategie. Zij zijn nu van plan om weer meer geld te investeren in modellen met een verbrandingsmotoren in plaats van alle kaarten in te zetten in elektrische. De afgenomen vraag is echter deels het gevolg van het terugdraaien van overheidssteun, vandaar het pleidooi van De Vries.
