Na Trumps toespraak in Davos eist Europa’s machtigste topman in de auto-industrie “duidelijke standpunten” en plaatst hij vraagtekens bij nieuwe investeringen in de Verenigde Staten. Dit geldt met name voor één project: de Audi fabriek.
Veel CEO’s bleven weg uit Davos: te gevoelig, te wispelturig, te politiek. Oliver Blume deed als topman van de Volkswagen Groep het tegenovergestelde. Te midden van het World Economic Forum beantwoordt de CEO vragen over de nieuwe wereldorde … en trekt hij directe conclusies voor ‘zijn’ bedrijf.

Naar aanleiding van het optreden van de Amerikaanse president Donald Trump pleit Blume in een interview voor een zelfverzekerde houding van Europa. De Europese Unie heeft volgens hem “correct” gereageerd op de dreiging met importheffingen vanuit Washington. Blume zegt daarover: “Europa heeft veel sterke punten en kan met vertrouwen optreden. Daarom zijn duidelijke standpunten belangrijk”. Hij vult aan: “Het positieve aspect was uiteindelijk dat de Amerikaanse president het idee van extra importheffingen liet vallen. Stabiele en betrouwbare randvoorwaarden zijn cruciaal voor de industrie. Daarom blijven we ons richten op dialoog en internationale samenwerking … aan beide zijden van de Atlantische Oceaan”.
Tegelijkertijd koppelt hij nieuwe Amerikaanse investeringen aan verlichting van de tarievendruk: “Zolang de importheffingen ongewijzigd blijven, is een grote extra investering financieel niet haalbaar”. Dit geldt ook voor een mogelijke Audi fabriek ((mogelijk in South Carolina, bij het nieuwe merk Scout) in de Verenigde Staten.

Blume trapt nu dus op de rem: “Bij ongewijzigde tarieven is zo’n grote extra investering niet te financieren”, zegt hij. De boodschap aan Trump is helder: verlaag de importbelastingdruk, of wij komen niet. En dat terwijl de Verenigde Staten voor Audi de belangrijkste groeimarkt is. Maar er zijn dus grenzen. Begrijepijk, want de huidige importheffingen hebben de Volkswagen Groep in 9 maanden tijd al 2,1 miljard euro gekost.
Porsche
Tegelijkertijd waarschuwt voor een totale ineenstorting van de verkoop van Porsche in China. “De tijd van pappen en nathouden is voorbij.”
De Chinese markt voor luxe import-auto’s is met maar liefst 80 procent ingestort. Porsche verloor daardoor in één klap een kwart van zijn wereldwijde afzet. Een “nieuwe luxebelasting” en de economische malaise nekken de Duitsers.
Blume is somber: “Het succesvolle exportmodel van de afgelopen decennia werkt niet meer”. Hij hint er zelfs op dat Porsche misschien wel lokaal in China moet gaan produceren om te overleven. Een Porsche ‘Made in China’? Dat was tot voor kort ondenkbaar en heiligschennis, maar met een sputterende groeimotor en de felle concurrentie voor de Taycan, sluit Blume niets meer uit.
Europa is naïef
Ook voor Europa heeft Blume een boodschap: word harder. Hij wijst op de asymmetrische handel: Europese merken betalen 15 procent heffing in de VS, maar Amerikaanse merken betalen in Europa soms niks (als het Europese Parlement de tarieven naar 0 procent brengt). “Dit vervalst de concurrentie”.
Hij pleit voor ‘Local Content’ regels, net zoals in China en de Verenigde Staten. Wil je als Chinees merk in Europa verkopen? Dan moet je hier ook produceren en belasting betalen. “Een Europees footprint moet waarde hebben”, stelt hij. Het is een roep om protectionisme, verpakt als ‘eerlijke concurrentie’.
Minder investeringen
Ondertussen snijdt Blume ook in eigen vlees. Het investeringsbudget voor de komende 5 jaar wordt teruggeschroefd naar 160 miljard euro. “We moeten focussen op waar de winst zit”, aldus de CEO. En dat is op dit moment duidelijk niet in de export van auto’s naar China.
