De BMW Groep is in gesprek met de Europese Commissie over een lagere invoerheffing op elektrische Mini’s. Die worden, met uitzondering van de Countryman E/SE, uitsluitend in China gebouwd.
BMW onderhandelt met ‘Brussel’ over het bepalen van een minimumprijs voor de Aceman en de elektrische Cooper. Als de autofabrikant zich daar aan conformeert, zal het huidige invoertarief van 20,7 procent worden geschrapt. De gesprekken volgen na een overeenkomst die eerder deze maand werd gesloten tussen de Europese Commissie en de Volkswagen Groep. Die autofabrikant kreeg toen vrijstelling van de importheffing voor de Cupra Tavascan, eveneens een in China vervaardigde elektrische auto.
Sinds 2024 heft de Europese Unie extra importbelasting op in China gebouwde elektrische auto’s. Die treft ook de Mini Aceman en Cooper Electric. Deze modellen worden in samenwerking met Great Wall Motor. Daardoor heft de Europese Unie momenteel 20,7 procent op alle exemplaren. Bij een eventuele deal komt die extra importbelasting te vervallen, al blijft het reguliere invoertarief van 10 procent op alle auto’s uit China wel gelden.
Zowel BMW als de Europese Commissie weigeren commentaar te geven op de lopende gesprekken. “Zoals wij al eerder hebben aangegeven, blijft de deur openstaan voor voorstellen, die gezamenlijk door groepen bedrijven of door individuele fabrikanten kunnen worden ingediend, mits deze voorstellen de gevolgen van Chinese overheidssubsidies adequaat aanpakken, uitvoerbaar zijn en het risico van kruiscompensatie beperken”, aldus een woordvoerder van de Europese Commissie.
