Uitstel wordt afstel: Volkswagen bouwt geen fabriek in Turkije

0

Volkswagen zet de plannen voor de bouw van een nieuwe fabriek in Turkije stop. De beslissing is ingegeven door de forse daling van de wereldwijde vraag naar auto’s als gevolg van de corona crisis, zo maakte de Duitse autobouwer vanuit Wolfsburg bekend.

Het project voor de fabriek in Manisa, in het westen van Turkije, was eigenlijk zo goed als in kannen en kruiken, maar werd afgelopen najaar opgeschort. Het ging om een investering van 1,3 miljard euro. In de fabriek zouden elk jaar 300.000 personenwagens (de eigen Passat en de technisch vrijwel identieke Skoda Superb) worden geproduceerd, voornamelijk voor uitvoer naar het Midden-Oosten en Rusland. Eerder waren Bulgarije en Griekenland ook in de race als vestigingsplaats voor de fabriek. Turkije leek echter een aantrekkelijkere afzetmarkt voor Volkswagen en een betere uitvalsbasis.

Voor het uitbreken van de crisis was het de bedoeling om met de nieuwe fabriek in Turkije tegemoet te komen aan een groeiende vraag in Oost-Europa en het Midden-Oosten. Met name Skoda zit productietechnisch te krap in zijn jasje. De fabriek had in 2022 klaar moeten zijn en er waren al voor 150 miljoen euro aan kosten gemaakt. Maar in de huidige omstandigheden is er volgens een woordvoerder van de Volkswagen Groep niet langer behoefte aan het creëren van extra capaciteit.

Zoals gezegd stelde Volkswagen afgelopen najaar al de beslissing over de bouw van een nieuwe fabriek in Turkije uit. Dat had toen te maken het het dictatoriale gedrag van de Turkse president Recip Erdogan en diens oorlogszuchtige taal richting Syrië. Volkswagen had geen zin om direct betrokken te worden bij een gewapend conflict. “Wij volgen de situatie op de voet en zijn bezorgd over de ontwikkelingen in Turkije”, zo liet een woordvoerder toen weten. Volkswagen was toen al wel met de voorbereidingen voor de nieuwe fabriek gestart, maar de plannen waren nog niet officieel.

Turkije heeft dus feitelijk haar eigen glazen ingegooid door afgelopen najaar een offensief te startten in het noordoosten van Syrië. Had president Erdogan dat niet gedaan, dan had afgelopen najaar niets een officiële bouwstart in de weg gestaan. En was het nu vervolgens te laat geweest om de plannen nog terug te draaien. Het is echter niet ongebruikelijk dat het gedrag van dictatoriale leiders verwoestend is voor de economie van het eigen land. Om het eigen hachje te redden, worden de duimschroeven dan vervolgens nog verder aangedraaid.

Volkswagen had 5.000 banen kunnen creëren in Turkije met de nieuwe fabriek. Die zouden in het economisch kwakkelende land meer dan welkom zijn geweest. Maar nu zal Volkswagen opgelucht zijn dat Erdogan afgelopen najaar zich als een olifant in een porseleinkast gedroeg. Andere autofabrikanten brengen hun productiecapaciteit trouwens ook terug. Zo sluit Nissan haar fabriek in Spanje, wil Renault in eigen land minder auto’s gaan bouwen, heeft BMW het contract met VDL Nedcar voortijdig opgezegd en staat de Smart fabriek van het Daimler concern in Hambach te koop.

Reageren is niet mogelijk.