In tegenstelling tot landgenoot Nissan heeft Toyota over het fiscale jaar 2020/2021 wel (mooie) winstcijfers weten te presenteren. De grootste autofabrikant van Japan verdiende in de periode 1 april 2020 t/m 31 maart 2021 niet minder dan 16,97 miljard euro. Dit resultaat illustreert niet alleen hoe goed Toyota haar zaakjes op orde heeft, maar ook hoe dramatisch slecht de situatie bij Nissan is.
Het Toyota concern heeft de corona pandemie én de microchip crisis dus tot nu toe blijkbaar opmerkelijk goed gemanaged want het zag zijn operationele winst in het afgelopen boekjaar uitkomen op 2,2 triljoen yen (15,2 miljard euro). Dat betekent dat de Japanners een winstmarge van niet minder dan 8,1 procent wisten te realiseren. De nettowinst steeg met 10 procent en kwam uit op 2,25 triljoen yen (16,97 miljard euro), ondanks het feit dat het Toyota concern in het afgelopen boekjaar 15 procent minder auto’s aan de man wist te brengen als gevolg van de wereldwijde corona crisis, namelijk ‘slechts’ 7,65 miljoen exemplaren.
Dat Toyota afgelopen boekjaar in tegenstelling tot concurrent Nissan (dat zwaar moest herstructureren) mooie winstcijfers heeft weten te realiseren, is te danken aan besparingen en aan een aantrekkelijk gamma. Daarin ontbreken weliswaar volledig elektrisch modellen, maar eigenlijk is dat vanuit boekhouders perspectief maar goed ook: zo winstgevend zijn die niet. Toyota behaalde haar uitstekende resultaten met beproefde hybride techniek waarvan de ontwikkelingskosten al lang zijn terugverdiend, maar waarvoor de autoconsument afgelopen jaar nog veel belangstelling had.
Volgens Toyota heeft het bedrijf relatief weinig last van het wereldwijde tekort aan microchips en zal die onderdelencrisis ook in de toekomst geen zware impact hebben op de autoproductie. Toch houden de Japanners in hun voorspellingen voor het op 1 april jl. begonnen nieuwe boekjaar wel rekening met een mogelijke daling van de output. De verwachting is dat Toyota in de periode die eindigt op 31 maart 2022 afgerond 8,7 miljoen voertuigen zal produceren en in totaal 10,55 miljoen exemplaren zal weten te verkopen. Dit betekent dat de voorraad dus flink zal worden afgebouwd.
Toyota is ook in het eerste kwartaal van 2021 de grootste autofabrikant ter wereld gebleven. De Japanners kwam tot een verkoop van 2.708.270 voertuigen, oftewel bijna 17 procent meer dan in dezelfde periode van 2020. De Volkswagen Groep kwam in het eerste kwartaal niet verder dan 2.431.900 registraties; een verschil van een kleine 280.000 eenheden, maar liep met een groei van ruim 21 procent wel op Toyota in. Voor beide autofabrikanten geldt dat de afzetstijging in China werd gerealiseerd. Toyota verkocht daar in het eerste kwartaal 75 procent meer auto’s en de Volkswagen Groep 61 procent extra.
China is nu goed voor ongeveer een derde van de wereldwijde afzet van de Duitsers, terwijl dat verkoopaandeel bij de Japanners beperkt blijft tot 19 procent. Dit betekent dat Toyota minder kwetsbaar is dan de Volkswagen Groep als de sentimenten zich bij de consument in het grote Aziatische land tegen buitenlandse merken gaat keren. En dat is een kwestie van tijd. Angela Merkel probeert met pappen en nathouden de export van het Duitse bedrijfsleven naar China veilig te stellen, maar zoals de kaarten nu liggen wordt zij opgevolgd door een kanselier van de Groenen die qua mensenrechten veel scherper aan de wind vaart.
De alliantie van Renault, Nissan en Mitsubishi speelde enige tijd in dezelfde voorste linie mee als het Toyota concern en de Volkswagen Groep, maar deze combinatie heeft de aansluiting verloren en verloor in het eerste kwartaal verder terrein door een beperkte afzetgroei met slechts 7 procent naar 2.108.616 voertuigen. Binnen de alliantie is Mitsubishi momenteel de zwakste schakel. Dit automerk zakte in het eerste kwartaal qua verkoopaantallen verder weg, terwijl er bij Renault sprake was van een stabilisatie en alleen Nissan wist te plussen.

Toyota kondigde ook aan dat zij in het huidige boekjaar niet minder dan 1,16 triljoen yen (8,7 miljard euro) zal investeren in ontwikkeling en onderzoek. Vanzelfsprekend gaat het grootste deel van dat bedrag naar elektrificatie. Toyota komt daarmee tegemoet aan de publieke kritiek die topman Akio Toyoda (foto) kreeg van 5 investeerders (samen goed voor een fors belang in Toyota) nadat hij het beleid van de Japanse regering (om in 2035 de verkoop van personenwagens met een verbrandingsmotor te verbieden) onderuit te halen.
In de betreffende toespraak waarschuwde Toyoda voor banenverlies. De topman zei ook dat Japan zijn sterktes met een dergelijke maatregel zou verkwanselen en hij gebruikte zelfs foutieve cijfers om zijn beweringen kracht bij te zetten. Ook nadien heeft Toyoda zich nog meermaals negatief uitgelaten over elektrische auto’s. Voor de groep van 5 investeerders is nu de maat vol. Zij uiten in harde bewoordingen hun twijfels over het inschattingsvermogen van de CEO. “Wij zijn oprecht bezorgd dat mijnheer Toyoda niet lijkt te beseffen hoeveel er op het spel staat”, aldus Jens Munch Holst van het Deense fonds Akademiker Pension.
De andere investeerders zijn Storebrand Asset Management (Noorwegen), Nordea Asset Management, KLP (het grootste pensioenfonds van Noorwegen) en de Pensioenraad van de Kerk van Engeland. Jan Erik Saugestad, de CEO van Storebrand Asset Management, heeft aan Toyoda het verzoek gedaan om in het vervolg zijn politiek gevoelige uitspraken eerst voor te voorleggen aan de aandeelhouders ter goedkeuring. Dat de 5 investeeerders zo fel reageren op de uitspraken van de Toyota topman komt doordat zij ervan overtuigd zijn dat bedrijven die niet op de elektrische trein springen hun marktaandeel verkwanselen:
“Een volledige elektrificatie van het transport is van vitaal belang om de mondiale klimaatdoelstellingen te halen. Toyota zou daarbij de leiding moeten nemen in plaats van de productie van nieuwe verbrandingsmotoren te rekken en zo marktaandeel weg te geven aan de concurrentie”, aldus Saugestad. Hij is inmiddels op zijn wenken bediend, want op de autotentoonstelling van Sjanghai heeft Toyota vorige maand een conceptstudie voor een elektrische SUV gepresenteerd. Dit tot BZ4X (foto) gedoopte model gaat in 2022 in productie.

In de modelnaam staan de 2 beginletters voor ‘Beyond Zero’, een verwijzing naar het strategische plan om het gamma te elektrificeren. Voor dit groene offensief heeft Toyota samen met Subaru een specifiek elektrisch platform ontwikkeld: e-TNGA. Beide partners kiezen voor de carrosserievorm van een SUV. Het gaat om modellen van het formaat RAV4 respectievelijk Forester. Het e-TNGA platform kenmerkt zich door een lange wielbasis en korte overhangen, die voor een “ruimtelijk en open” interieur moeten zorgen.
Zoals de cijfer/lettercombinatie ‘4X’ in de modelnaam aangeeft, is in ieder geval de conceptstudie voorzien van vierwielaandrijving. Het is evenwel goed denkbaar dat Toyota ook met een variant komt waarbij slechts 2 wielen worden aangedreven. Voor Subaru ligt dit minder voor de hand aangezien die autofabrikant daarvoor van haar geloof af zou moeten vallen. Toyota doet nog geen mededelingen over het formaat batterijpakket, maar claimt dat zij met haar 20 jaar lange ervaring met hybride modellen voor “de hoogste efficiëntie en een zeer competitief rijbereik” zal zorgen.
De conceptstudie van de BZ4X is voorzien van een zonnepaneel op het dak dat het rijbereik moet maximaliseren. De knieruimte achterin zou vergelijkbaar moeten zijn met die van de Lexus LS. Toyota zegt bij de BZ4X de nadruk te leggen op comfort, connectiviteit en openheid naar de buitenwereld toe. Deze laatste eigenschap komt tot uiting in een laag dashboard en grote glasoppervlakken om een maximum aan uitzicht te creëren. Met het oog op connectiviteit zal de elektrische SUV worden voorzien van een groot centrale display en een idem middenconsole.
Om de BZ modellen te kunnen onderscheiden van het traditionele Toyota gamma, krijgt het elektrische repertoire een specifieke stijl, die vooral zichtbaar is aan de voorkant van de auto. Daar is de traditionele grille vervangen door een dunne zwarte strip met daarin verschillende sensoren waarbij de Japanner beperkt autonoom kan rijden en waarmee de werking van de actieve veiligheidsassistenten geoptimaliseerd kunnen worden. De koplampen zijn in Hammerhead stijl uitgevoerd en hebben als doel om een “nieuwe houding en aanwezigheid op de weg” te creëren. Het complexe lijnenspel draagt daar ook aan bij.

