Toyota schroeft de autoproductie in september met ongeveer 40 procent terug als gevolg van het chiptekort. Dit betekent dat er komende maand 360.000 voertuigen minder van de band rollen. Toyota is niet de eerste autofabrikant die een lagere productie aankondigt vanwege het chiptekort.
De Japanse autofabrikant zag zich deze ook al genoodzaakt om de productie terug te schroeven. In juli was dat eveneens het geval. Daardoor worden er ook minder auto’s voor de Europese markt geproduceerd. Desondanks denkt Toyota nog steeds zijn productiedoelen voor dit jaar te halen. “Wij bieden onze oprechte excuses aan voor het ongemak dat onze klanten en leveranciers als gevolg van deze wijziging ondervinden”, zegt een woordvoerder van het autoconcern in een verklaring. Voorheen had Toyota relatief weinig last van het chiptekort doordat het bedrijf een grote voorraad aanhoudt.
Eerder vandaag werd duidelijk dat Volkswagen de productie wellicht ook verder moet terugschroeven. In juli deed de Duitse autofabrikant dat al, net als Daimler. Het tekort aan chips in de auto-industrie is ontstaan doordat de bestellingen ervan tijdens de coronacrisis op een laag pitje werden gezet, terwijl de vraag vanuit de elektronicasector juist sterk steeg. Door de pandemie was er veel meer vraag naar apparatuur voor thuiswerken zoals laptops en notebooks, waardoor chipbedrijven hun productie daarop instelden. Nu de autoverkopen weer sterk aantrekken, hebben chipfabrikanten moeite om aan de grote vraag van autobouwers te kunnen voldoen. Zij hebben eenvoudigweg te weinig capaciteit om zowel de elektronicasector als de autofabrikanten te bedienen.
De lagere output bij autofabrikanten leidt tot een grotere vraag naar occasions. Daarvan stijgen momenteel de prijzen.
