Toyota belooft om 730 miljard yen (omgerekend zo’n 5,26 miljard euro) te investeren in uitbreiding van de productiecapaciteit van batterijen voor elektrische auto’s in Japan en de Verenigde Staten. Het bedrijf verwacht dat ergens tussen 2024 en 2026 geprofiteerd kan worden van de geldinjectie.
Met de investering wil Toyota de productiecapaciteit van batterijen in de VS en in Japan verhogen tot 40 GWh. In Japan investeert het bedrijf ongeveer 400 miljard yen (2,89 miljard euro). Naar een fabriek in North Carolina in de VS gaat dan 325 miljard yen (2,34 miljard euro).
Hoewel Toyota vooral hybride personenwagens en voertuigen die rijden op waterstof als deel van een groenere toekomst beschouwt, versnelde het bedrijf de afgelopen maanden de inspanningen om zijn auto’s te elektrificeren. In december beloofde Toyota om tegen 2035 enkel nog emissievrije personenwagens te verkopen in Europa. Daarmee voldoet het aan de richtlijn van de Europese Unie, maar een trendsetter zijn de Japanners met deze doelstelling bepaald niet.
Autoproductie Toyota blijft achter bij ramingen
Ondertussen dreigt Toyota haar productiedoelstelling te moeten verlagen. Dit komt onder andere door Covid-uitbraken, schade aangericht door slecht weer en een terugroepactie. Deze tegenvallers komen bovenop een aanhoudend tekort aan chips en zullen zo het productieherstel vertragen.
De wereldwijde autoproductie is in de eerste 4 maanden van het huidige fiscale jaar, dat in april begon, 10,3 procent onder de planning gedaald. In juli was er sprake van een krimp van 8,6 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar, waardoor Toyota voor de vierde maand op rij haar doelstellingen niet heeft gehaald. De aanhoudende productieproblemen doen Toyota vrezen haar outputplanning van 9,7 miljoen voertuigen te moeten verlagen. Zelfs nu China de pandemiebeperkingen terugschroeft en het chips-tekort enige tekenen van verlichting vertoont, blijft het Japanse bedrijf tegenwind houden. Ook de droogte en het daardoor ontstaande tekort aan elektriciteit van waterkrachtcentrales speelt de Chinese activiteiten parten omdat er veel onderdelenleveranciers door dit probleem geraakt worden.
Toyota produceerde vorige maand 706.547 voertuigen, oftewel bijna 100.000 stuks minder dan de productiedoelstelling 800.000 eenheden en minder dan de productie van 773.000 stuks vorig jaar juli. In het buitenland werd met 484.730 exemplaren nog wel 4,5 procent meer auto’s in de diverse fabrieken gebouwd, maar in Japan liepen er ruim 28 procent minder voertuigen van de band, namelijk 221.817 stuks. De productie in de eerste 4 maanden van het huidige fiscale jaar, dat in april begon, ligt zoals gezegd 10,3 procent lager. Toyota heeft naast chiptekorten en Chinese lockdowns ook te maken gehad met zware regenval in Japan, het stilleggen van de productie in een fabriek van dochter Hino als gevolg van een onderzoek naar een terugroepactie, en uitbraken van het coronavirus in een lokale fabriek.
De wereldwijde verkopen kwamen in juli uit op 797.179 auto’s. Dat was 7,2 procent minder dan een jaar eerder. Ook hier deed het buitenland het beter (- 3,6 procent) dan Japan (- 25,3 procent). De eerder genoemde overstromingen heeft ook één van de fabrieken van Toyota zelf getroffen. “In juli kwamen zowel de verkopen als de productie uit onder het niveau van vorig jaar als gevolg van de wereldwijde verspreiding van corona en tekorten aan onderdelen door de toenemende vraag naar halfgeleiders. De overzeese productie kwam lager uit dan de plannen, met name in China en Noord-Amerika. De output aldaar haalde echter dankzij de inspanningen van onze leveranciers wel een record in juli”, zo laat een woordvoerder van Toyota weten.
