In Scandinavië is de elektromotor inmiddels de dominante aandrijving voor personenwagens, maar in andere delen van Europa zijn batterij auto’s nog steeds een curiositeit.
Binnen de Europese Unie is er sprake van een noord-zuid kloof. Normaliter wordt daarmee het verschil in welvaart bedoeld (of het al dan niet aanwezig zijn van een begrotingsdiscipline …), maar Europa kent ook een Grand Canyon als het gaat om elektrische auto’s.
Terwijl dergelijke personenwagens met alleen een accu set in het noorden een marktaandeel van 15 procent hebben, is dat in het zuiden slechts 3,8 procent, zo heeft marktonderzoekbureau Jato berekend. Volgens haar rapport heeft Noorwegen met 74 procent in het derde kwartaal het hoogste aandeel van nieuwe elektrische personenauto’s in Europa, gevolgd door IJsland (35 procent) en Zweden (30 procent). Duitsland zit met 9,7 procent in de middenmoot. Nederland doet het een stuk beter, maar moet Scandinavië ook duidelijk voor laten gaan. In zuidelijke en oostelijke Europese landen zoals Italië (4 procent), Griekenland (1,5 procent) en Servië (0,08 procent) hebben elektrische auto’s een klein marktaandeel.
Europa staat niet alleen met de ongelijke verdeling van de verkoop van elektrische auto’s. In de Verenigde Staten is het marktaandeel van emissievrije voertuigen aan de kusten 8,7 procent, oftewel bijna 3 keer zo hoog als in het binnenland. Ook wereldwijd zijn er tal van witte vlekken op de kaart van de elektrische auto. In Rusland is hun aandeel 0,04 procent, in Zuid-Afrika 0,15 procent en in Brazilië 0,45 procent. Koplopers qua elektrische mobiliteit zijn China (19 procent marktaandeel), Europa (12 procent) en Zuid-Korea (11 procent).
