Europa wordt momenteel overspoeld met nieuwe autofabrikanten uit Azië. China spant daarbij de kroon, maar ook het Vietnamese VinFast probeert bij ons voet aan de grond te krijgen. Tot nu toe zonder resultaat.
VinFast werd in 2017 opgericht. Aanvankelijk werden de modellen 5-serie en X5 voorzien van een eigen logo, maar toen duidelijk werd dat de elektrificatietrend een duurzaam karakter had, stortte het Vietnamese merk zich op de ontwikkeling van eigen modellen zonder verbrandingsmotor. VinFast pakte het op zijn zachtst gezegd onconventioneel aan. Zo kon er met crypto’s betaald worden en moesten de accu’s geleased worden. Voor beide zaken loopt de Europese autoconsument niet warm. Ondertussen versleet VinFast aan de vleet managers die de boel moest aansturen.

De Nederlandse marktintroductie van VinFast verloopt tot nu toe rommelig. De verkoop startte een jaar later dan gepland. Al snel werd duidelijk dat VinFast veel te hoog in de boom zat met zijn prijzen. Inmiddels is de prijs van de VF8 met ruim 14 mille verlaagd. Leuk, maar de klanten van het eerste uur voelen zich hierdoor bekocht. De prijsverlaging heeft overigens niet geleid tot merkbaar hogere verkopen. Met als gevolg dat VinFast diep in de rode cijfers zit en er een miljardeninjectie nodig was om de toekomst van het merk veilig te stellen. Beleggers hebben er geen vertrouwen meer in want de beurskoers van het Vietnamese automerk is ingestort.
Vorig jaar verkocht VinFast slechts 8.000 auto’s en werd er een verlies van 2,1 miljard euro geleden. Het Vietnamese merk had hoge verwachtingen van de Amerikaanse markt, maar daar wist men tot nu toe slechts 215 auto’s te slijten. In Nederland is nog geen enkel exemplaar op kenteken gezet, zo blijkt uit gegevens van de RAI Vereniging, de Bovag en het RDC. Dat de consument niet staat te springen om een VinFast aan te schaffen, komt door het feit dat de diverse modellen in technisch opzicht onvoldoende meerwaarde bieden.
Uit eerste tests van de modellen van VinFast blijkt dat de auto’s een weinig verfijnd onderstel hebben, sloom aanvoelen, een doodse besturing hebben, ongewenste geluiden produceren en dat de assistentiesystemen volledig langs elkaar heen werken. Kortom, VinFast heeft haar auto’s niet goed uitontwikkeld op de markt gebracht. Dat de carrosserie van de VF7, een model waarvoor deze website onlangs een Nederlandse indicatieprijs kon geven, ontworpen is door de beroemde Italiaanse designstudio Pininfarina, werkt dan ook als een vlag op een modderschuit.
VinFast betaalt nu sinds kort een soort smartengeld aan ontevreden klanten: 95 euro voor elke storing en 280 euro als er pechhulp moet worden ingeschakeld. Is een auto langer dan 3 dagen in reparatie, dan wordt er nog eens 95 euro per dag uitbetaald dat de klant zonder vervoer zit. Meer dan een pleister op de wond is het niet, want het leed is dan al lang geschied. Er is geen andere conclusie mogelijk dan dat VinFast haar auto’s te vroeg op de markt heeft gebracht.
Het enige positieve aan VinFast is, is dat de eigenaar van dit automerk diepe zakken heeft. Daarmee kan hij tijd kopen, tijd die gebruikt kan worden om de diverse modellen geraffineerder en voldoende goed uitontwikkeld te maken, waardoor het repertoire alsnog concurrerend wordt. Tenminste, als VinFast ook wat aan de prijzen doet, want die zijn nu voor een debutant op de automarkt te hoog. Maar ja, de rekening van het Italiaanse designhuis of de afkoopkosten van ontslagen managers moeten ergens van betaald worden.
VinFast is niet de enige onervaren autofabrikant waarvan de bouwkwaliteit te wensen overlaat. Tesla kan daar over meepraten. Maar het automerk van Elon Musk kon én kan schitteren met superieure techniek waar anderen nog een puntje aan kunnen zuigen. Daar is bij VinFast geen sprake van. Daardoor hoort het merk vermoedelijk niet thuis in het rijtje van Aziatische succesnummers als Toyota, Hyundai en MG. Maar in de categorie flops van Yue Loong, Daewoo en Landwind.
