Oliver Blume vindt Porsche “een van de waardevolste Duitse bedrijven”. Helaas delen maar weinig beleggers deze mening van de bestuursvoorzitter van de autofabrikant. Met als gevolg dat Porsche uit de DAX is gezet. Met modellen als de 911, Panamera en Cayenne kan men weliswaar laten zien ‘succes te hebben’ in het leven, de autofabrikant is op de toonaangevende beursindex allesbehalve een succesverhaal.
Op 29 september 2022, een dag na de entree van Porsche op de DAX, noteerde het aandeel Porsche 86,76 euro; een mooie plus ten opzichte van de introductieprijs van 82,50 euro. Maar gaandeweg belandde het aandeel in een glijvlucht. Momenteel is het aandeel nog maar 44 euro waard.

Omdat de DAX bedoeld is voor ‘winnaars’ en niet voor ‘losers’ was de aanwezigheid van Porsche in de beursindex niet langer houdbaar. Blume zal tandenknarsend het nieuws over de verwijdering hebben vernomen, maar eigenlijk is hij voor beleggers een deel van het probleem. De topman van Porsche is namelijk ook de hoogste baas van het moederbedrijf, de Volkswagen Groep.
“Twee CEO posten is gewoon te veel”, aldus de Duitse autobranche analist Ferdinand Düdenhoffer. Hij vindt dat de strategische fouten die Porsche de afgelopen 3 jaar gemaakt heeft, voorkomen hadden kunnen worden als er een CEO was geweest die zich fulltime met de fabrikant van exclusieve auto’s had kunnen bezighouden.
Eigenlijk was 2024 een rampjaar voor Porsche. Er werden toen 312.000 auto’s verkocht, oftewel 6,3 procent minder dan in 2023. De belangrijkste oorzaak was de sterk toegenomen concurrentie van lokale fabrikanten in China. Daardoor zakte het aantal orders in de Volksrepubliek met liefst 32,7 procent. Door problemen bij een toeleverancier kon Porsche dat jaar 17.000 exemplaren minder van de Macan bouwen dan gepland. Onder de streep leverde dit een 1,56 miljard euro winst op (in vergelijking met 2023) waarbij de marge daalde van 18 procent naar 14 procent.
2025 belooft geen haar beter te worden voor Porsche. In de eerste jaarhelft daalden de verkopen in China opnieuw, nu met 28 procent. Op de Amerikaanse markt kan Porsche op zich veel orders noteren (de Verenigde Staten is samen met Canada en Mexico goed voor een derde van de bedrijfsomzet), maar daar spelen de lage koers van de dollar en de invoerheffingen van Trump de autofabrikant parten. Alleen al de importbelasting kost Porsche 150 miljoen euro per maand. Net als BMW en Mercedes auto’s gaan produceren in de Verenigde Staten is geen optie. Daarvoor is de verkoop van Porsche onvoldoende.
Porsche mikt voor dit jaar op een winstmarge van 5 à 7 procent, tegen 14 procent vorig jaar. De winst over het eerste halfjaar kelderde met 66,6 procent naar 718 miljoen euro. Porsche denkt terug te kunnen keren naar het oude winstniveau door de prijzen te verhogen en anderzijds een groot aantal banen te schrappen. Begin dit jaar zei Blume al dat er 1.900 arbeidsplaatsen zullen verdwijnen en momenteel bereidt hij een nieuwe saneringsronde voor.
De tering naar de nering zetten wordt doorgaans verstandig geacht, maar het is twijfelachtig of dat in het geval van Porsche ook zo is. Immers, alles wijst er op dat de nieuwe elektrische 718-serie minder succesvol zal zijn dan aanvankelijk werd verwacht. Vanwege tegenvallende verkoopperspectieven is ook de ontwikkeling van een 7-persoons elektrische SUV stopgezet. Voor Porsche zijn extra afschrijvingen onvermijdbaar. En het belang van nieuwe modellen die het tij kunnen keren, is groter dan ooit. Een offensievere reactie op de winstdaling zou daarom welkom zijn.
