Porsche is voorlopig niet van plan om productie naar de Verenigde Staten te verplaatsen. Dat laat Timo Resch, directeur Noord-Amerika, in een interview weten. Porsche heeft volgens hem ondanks de Amerikaanse importheffingen dus geen behoefte aan een Amerikaanse fabriek. Het bedrijf zegt |tevreden te zijn met haar huidige Europese fabrieken.
De Verenigde Staten vormen de grootste afzetmarkt voor Porsche. Met name de dure en margerijke 911 is daar zeer in trek. Porsche beschikt echter niet over een productiefaciliteit in de Verenigde Staten en is voor de verkoop op de Amerikaanse markt dus volledig afhankelijk van import uit Europa.
Momenteel geldt nog een verouderd Amerikaans tarief op auto’s van 27,5 procent. Dat zou echter met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus moeten dalen naar 15 procent. Maar of dat gaat gebeuren, is onzeker geworden nu Google van de Europese Unie een miljarden-boete heeft gekregen. De Amerikaanse president dreigt opnieuw met een handelsoorlog als deze boete niet van tafel gaat.
Los van dit soort perikelen verwachten branche-experts op middellange termijn dat Duitse autofabrikanten hun productie verplaatsen naar de Verenigde Staten. Maar Porsche staat dus niet bepaald te springen. Resch werd ook gevraagd of productie in de bestaande fabriek van Volkswagen in de Verenigde Staten een optie zou zijn, of anders alleen eindassemblage (van vanuit Europa aangevoerde kant-en-klare onderdelen). “Vanuit Porsches perspectief zijn er voor beide opties geen concrete plannen en geen directe behoefte”, aldus Resch. Dat komt ook doordat de productieaantallen bij Porsche aanzienlijk lager liggen dan bijvoorbeeld bij Audi. “Ook daarom is lokale productie vanuit kostenoogpunt momenteel niet zinvol”.
SUV met voorwielaandrijving
Porsche heeft in juli voor de derde keer dit jaar zijn vooruitzichten verlaagd door de tarieven. In het eerste halfjaar daalde de wereldwijde verkoop van Porsche met 6 procent. De teruglopende resultaten kunnen niet los worden gezien van de tegenvallende belangstelling voor de Macan Electric. De doelgroep van Porsche lijkt nog niet klaar te zijn voor het rijden in een auto met fraai klinkende verbrandingsmotor.
Om te voorkomen dat Porsche (nog meer) marktaandeel gaat verliezen, moet er snel een Macan op benzine komen. Net als vroeger dus, toen Porsche veel succes had met dit modeltype. De Macan was mede dankzij zijn benzinemotor de best verkochte SUV van het merk.
In Stuttgart-Zuffenhausen wordt inmiddels koortsachtig gewerkt aan een opvolger onder de codenaam M1. Om het ontwikkelingsproces te versnellen, wordt de M1 een tweelingbroer van de huidige Audi Q5. Die maakt gebruik van het Premium Platform Combustion (PPC). Dit betekent dat de nieuwe Macan in de basis een auto met voorwielaandrijving wordt.
De oude Macan was onderhuids identiek aan de eerste generatie Audi Q5. Maar door ingrijpende aanpassingen van het platform door Porsche merkte de klant daar tijdens het rijden niks van. Dat kwam doordat het gros van de aandrijfkrachten niet naar de voorwielen werd gestuurd zoals bij de Audi Q5, maar naar de achterwielen.
Dit keer heeft Porsche geen tijd (of geld) voor ingrijpende aanpassingen. Daarom krijgt de Macan M1 gewoon het Quattro Ultra systeem van Audi. Dat scheelt flink wat ontwikkelingskosten. Consequentie is evenwel dat de M1 in de basis voorwielaandrijving heeft. Alleen als dat nodig is, worden de achterwielen ingeschakeld. Tot 70 procent van het motorvermogen kan dan naar achteren worden gestuurd en sommige varianten krijgen een elektronisch sperdifferentieel om het koppel slim over de beide achterwielen te verdelen.
Nooit eerder koos Porsche voor een dergelijke oplossing.
