Met een supercomputer wil BMW ‘Freude am Fahren’ blijven garanderen. Dit brengt echter ook een risico met zich mee voor de autofabrikant, aangezien rijplezier minder relevant is voor kopers van elektrische auto’s.
Al meer dan 5 decennia belooft de in München gevestigde autofabrikant BMW zijn klanten ‘Freude am Fahren’. Met de ‘Nieuwe Klasse’ modellen wil het bedrijf dit profiel overbrengen naar het elektrische tijdperk, want vasthouden aan de aloude belofte lijkt de beste manier te zijn om verkoopsucces van een nieuwe modelgeneratie te verzekeren.

Maar kan BMW zijn kernmerk-belofte waarmaken onder nieuwe technologische omstandigheden? De rijervaring wordt immers niet langer alleen bepaald door de motor, maar ook door de software.
In de platform-architectuur van de ‘Neue Klasse’ zal een krachtige centrale computer in de toekomst de rijdynamiek aansturen. Het in München gevestigde bedrijf heeft het systeem “Heart of Joy” genoemd. De naam is niet alleen effectief voor marketingdoeleinden, maar laat ook zien hoe belangrijk de computer voor BMW is. Want die moet ik de toekomst dus gaan zorgen voor rijplezier.
Als je een echte BMW-fan om 3 uur ’s nachts wakker maakt, dan kan hij waarschijnlijk direct vertellen wat ‘Freude am Fahren’ voor hem betekent zijdezachte 6 cilinder motoren, een kartgevoel in bochten en mannelijke gebrul van de M-modellen. Maar wat blijft er over van dat alles in het tijdperk van de elektromobiliteit? Handgeschakelde versnellingsbakken, sportuitlaten: allemaal genotsmiddelen uit het verleden. In de toekomst moet het pure rijplezier zich bevinden in het “Heart of Joy”.
De naam ‘Heart of Joy’ associeer ik eerder met een swingersclub in de Eifel, maar is dus een nieuw type centrale computer van BMW. Het verbindt de elektromotoren bij de wielen met sensoren. De sensoren registreren hoe de bestuurder stuurt, remt en accelereert, evenals de bewegingen van het voertuig. De inzittenden zouden dit bijvoorbeeld moeten voelen in bochten, omdat de computer de aandrijf- en remkrachten optimaal over de wielen verdeelt.
Echter, het nog moet blijken in hoeverre koopcriteria zoals rijplezier en prestaties nog relevant zijn voor elektrische auto’s. Een onderzoek van adviesbureau McKinsey onder meer dan 25.000 consumenten wereldwijd in 2025 concludeerde dat rijdynamiek een aanzienlijk belangrijkere factor is voor kopers van een met een verbrandingsmotor dan voor kopers van elektrische auto’s.
Volgens Christian Thalmeier, ingenieur rijdynamiek bij BMW, werkt ‘Heart of Joy’ als een menselijk brein. Het verbindt de sensoren (zenuwen) direct met de elektromotoren en remmen (spieren). Het systeem is 10 keer sneller dan huidige systemen. Waar een auto met een verbrandingsmotor altijd even moet ‘nadenken’ (turbo op gang brengen, automaat laten schakelen), reageert deze computer in milliseconden.
Het doel is simpel: de logge massa van een elektrische auto’s (accu’s zijn nu eenmaal zwaar) maskeren met bliksemsnelle correcties. In een bocht stuurt de computer exact de juiste hoeveelheid kracht naar elk individueel wiel om de auto een ‘lichtvoetige’ indruk te laten maken. “Een verbrandingsmotor kan niet zo snel reageren”, aldus Thalmeier.
De keuze voor een eigen software-architectuur is strategisch. BMW wil niet afhankelijk zijn van toeleveranciers voor de ‘ziel’ van de auto. Door de software (“Dynamic Performance Control”) zelf te schrijven, kunnen ze updates uitrollen en functies aanpassen.
Dit opent de deur naar een nieuw verdienmodel: schaalbaarheid. Eén computer kan alles aansturen, van een simpele iX3 tot een toekomstige M3. Het verschil zit hem straks niet meer in de hardware, maar in de software. Wil je meer vermogen of een scherper weggedrag? Dat wordt waarschijnlijk een kwestie van betalen voor een software-unlock.
BMW blijft daarmee zwaar inzetten op rijdynamiek als ‘onderscheidende factor ‘Unique Selling Point’. De Duitse autofabrikant moet wel, want in China worden westerse bedrijven links en rechts ingehaald door spelers die sneller nieuwe producten ontwikkelen (‘China-Speed’). Maar is dit wel de juiste gok?
Uit cijfers van McKinsey blijkt zoals gezegd dat kopers van een elektrische auto helemaal niet wakker liggen van rijplezier. Voor kopers van benzineauto’s is weggedrag cruciaal, maar klanten die voor een elektrisch model gaan, kijken vooral naar range, laadsnelheid en software-gadgets. In Europa en de Verenigde Staten zijn prestaties en rijdynamiek nauwelijks aankoopargumenten. Alleen in China (37 procent) speelt snelheid en wendbaarheid nog een rol van betekenis.
BMW neemt dus een risico. Ze bouwen de ‘ultieme rijmachine’ voor een doelgroep die misschien liever een rijdende iPad wil. Analisten van Bank of America twijfelen of dit technische hoogstandje genoeg is om de dalende verkooptrend in China (vorig jaar 46 procent bij elektrische auto’s) te keren.
Het ‘Heart of Joy’ is technisch indrukwekkend, maar als de klant liever Netflix kijkt tijdens het laden dan de apex van een bocht raken, kan het een dure misser worden. Maar voor de petrolhead is het goed nieuws: BMW probeert tenminste nog om autorijden leuk te houden. Nu maar hopen dat er genoeg liefhebbers overblijven om de rekening te betalen.
