Het kabinet kijkt naar onconventionele maatregelen om automobilisten tegemoet te komen vanwege de hoge energieprijzen. Naast een hogere belastingvrije kilometervergoeding ligt ook een verlaging van de MRB (motorrijtuigenbelasting) op tafel. Daarmee lijkt het kabinet toch te bewegen richting een generieke maatregel, terwijl eerder juist werd ingezet op gerichte steun.
Bij een generieke maatregel is het effect niet direct voelbaar. Er is namelijk geen rechtstreekse verbinding tussen wat je aan motorrijtuigenbelasting betaalt en de prijs aan de pomp. Het is deels psychologisch: men denkt dat autorijden in totaliteit goedkoper wordt als er per kwartaal of per jaar een bedrag afgaat, maar het voelt niet echt als compensatie. Tegelijkertijd ziet het kabinet hierin een manier om te voorkomen dat mensen meer gaan rijden. Als je benzine goedkoper maakt, gaan mensen meer rijden in plaats van minder, terwijl we niet alleen een prijsprobleem hebben maar ook een schaarsteprobleem.
Voor automobilisten kan het totaalplaatje wel iets verbeteren. Zeker als werkgevers de kilometervergoeding verhogen, dalen de totale kosten voor zowel zakelijk als privégebruik. Als men per kwartaal minder MRB betaalt en een hogere vergoeding krijgt, is het totaalplaatje iets gunstiger. Maar al met al blijft autorijden wel duur.
Anders dan Duitsland kiest Nederland niet voor verlaging van de accijnzen. Een dergelijke ingreep is namelijk weinig effectief, maar wel kostbaar. Een accijnsverlaging van 10 cent kost al snel 1 miljard euro en levert maar een beperkte prijsdaling op. Als de crisis rond Iran aanhoudt, kunnen de kosten uit de hand lopen. Echter, als de brandstofprijzen richting de 3 euro per liter gaan, kan het kabinet er waarschijnlijk niet meer onderuit om accijnzen te verlagen.
Daarom kiest het kabinet nu voor een andere route, al schuurt dat met eerdere beloftes om juist gericht de laagste inkomens te ondersteunen. Een verlaging van de motorrijtuigenbelasting helpt immers iedereen en niet specifiek de groepen die het het hardst nodig hebben. Tegelijkertijd zijn dit soort generieke maatregelen wel eenvoudiger en sneller in te voeren. Een bijkomend voordeel is dat deze aanpak mensen niet stimuleert om extra te gaan rijden, iets waar de Europese Commissie juist voor wil waken.
