Britse automakers botsen met Brexit

0

De Britse auto-industrie loopt grote risico’s door de voortdurende onduidelijkheid rond het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Groot-Brittannië exporteert 1,2 miljoen auto’s per jaar, waarvan de helft naar Europa. De PA Consulting Group voorspelt dat het aanbod en de autoverkopen in het Verenigd Koninkrijk met 5 tot 10 procent kunnen teruglopen. Bovendien loopt een deel van de industrie in de komende 12 maanden het risico de investeringen voor de periode 2018-2020 te zien opdrogen.

De autobranche in het Verenigd Koninkrijk heeft volgens PA Consulting in de afgelopen 6 jaar een groeiperiode meegemaakt. Na jaren van malaise trok de markt net weer aan: 2015 kende een productiegroei van 5,2%, de werkgelegenheid steeg met 3,15% en de omzet nam met 7,3% toe tot 71,6 miljoen Britse Pond. Eén op de vijf auto’s die in 2015 in Europa op naam werden gezet, werd aan de andere kant van het Kanaal gebouwd.

Door de onzekerheid over de gevolgen van de Brexit en de toekomst van het vrije verkeer van goederen en mensen, ziet het lot van de Britse auto-industrie er echter plots een stuk minder rooskleurig uit. In een tijd waarin autotechnologie grote veranderingen doormaakt, met name door de opkomst van elektrisch of hybride aangedreven en autonoom voortbewegende voertuigen, staat de auto-industrie op het punt grote investeringen te doen. Regio’s waarvan onduidelijk is hoe gunstig het economisch klimaat er voor de branche zal blijven, lopen daarbij het risico te worden overgeslagen.

In een marktanalyse ziet PA Consulting 3 groepen leveranciers, die elk op hun manier de impact van de Brexit zullen voelen. Voor typisch Britse merken als Aston Martin, Bentley en Lotus zal de Brexit, ongeacht het verloop van de onderhandelingen met Europa, waarschijnlijk grotendeels zonder gevolgen blijven. Deze merken zijn weliswaar zeer afhankelijk van de Europese markt, maar hebben hun productieproces in Groot-Brittannië geconcentreerd. Jaguar Land Rover is een randgeval. Dit merkenduo bouwt momenteel nog geen auto’s op het vaste land, maar daar zal medio 2018 met de opening van een fabriek in Slowakije verandering in komen.

Het grootste risico ligt volgens PA Consulting bij Honda en Toyota. Deze Japanse merken zijn zeer afhankelijk van de Europese markt en werken met lage marges. Dat betekent dat zij de grootste risico’s lopen, en naar verwachting binnen 2 tot 3 jaar moeten besluiten of en hoe ze hun Britse investeringen zullen voortzetten. Daarnaast is er een middengroep, bestaande uit Mini, Nissan en Vauxhall, waarvoor de gevolgen moeilijker zijn in te schatten. Deze merken hebben weliswaar sterke Britse wortels, maar hebben ook uitwijkmogelijkheden naar het Europese vasteland. Autointernationaal.nl omschreef eerder de productie van Vauxhall (het Britse zustermerk van Opel) als het meest kwetsbaar: moederbedrijf General Motors kan de productie van de Astra relatief makkelijk verplaatsen naar Duitsland of Polen.

Een eventueel vertrek van Mini uit het Verenigd Koninkrijk zou bijvoorbeeld zomaar gunstig kunnen uitpakken voor VDL NedCar in het Nederlandse Born. Dit bedrijf produceert sinds 2014 voor BMW exemplaren van de Mini Hatch en zou de extra opdrachten goed kunnen gebruiken. Sinds november 2015 produceert VDL NedCar ook de Mini Cabrio; een indicatie dat het Duitse moedermaatschappij in elk geval vertrouwen heeft in de productiecapaciteit van Born.

Toch is vertrek van Mini uit het Verenigd Koninkrijk eigenlijk ondenkbaar; het zou in eigen land in ieder geval voor veel negatieve publiciteit zorgen, met alle gevolgen voor de verkopen van dien. Jammer voor VDL NedCar? Misschien, tenzij het bedrijf de contacten met Jaguar Land Rover versterkt. Autointernationaal.nl voorspelt een intensivering van de samenwerking met de BMW Groep en dan hoeft gezamenlijke productie in Born beslist niet te bijten. De kans is reëel dat Jaguar Land Rover ook met een Slowaakse fabriek krap in haar productiecapaciteit blijft zitten. VDL NedCar kan dan bijspringen. Voor Jaguar Land Rover snijdt het mes aan 2 kanten, omdat op die manier ook importbelasting omzeild kan worden.

Tim Lawrence, hoofd maakindustrie bij PA Consulting Group, stelt: “Het gebrek aan zekerheid over de tarieven plaatst een vraagteken boven de toekomst van een groot aantal Britse fabrieken en de werkgelegenheid. Omdat de investeringen in de supply-chain meebewegen met de productievolumes van de OEM´s (Original Equipment Manufacturers), zullen de economische gevolgen voor de werkgelegenheid in het Verenigd Koninkrijk ook buiten de auto-industrie voelbaar zijn. Deze onzekerheid komt op een moment dat de autotechniek ook snel aan het veranderen is. Een gebrek aan buitenlandse investeringen in nieuwe technologieën, zoals de autonome en elektrische voertuigen, kan een lange termijn impact hebben op de concurrentiepositie van de Britse industrie”.

Comments are closed.