Na eind 2015 Pininfarina overgenomen te hebben, overweegt de Indiase gigant Mahindra nu om dan de Italiaanse designstudio een premiummerk op het gebied van elektrische auto’s te maken. Dat heeft bestuursvoorzitter Anand Mahindra vorige maand op de autotentoonstelling van Seoel laten weten.
Hij zij ook dat het debuutmodel mogelijk een supersportwagen wordt. “Wij zijn momenteel het verkooppotentieel aan het onderzoeken van een elektrisch exemplaar, die wij onder de merknaam Pininfarina willen gaan aanbieden”. Indien het licht op groen gezet wordt voor dit project, dan zal het waarschijnlijk een productieversie betreffen van de H2 Speed conceptstudie die vorig jaar maart op de autosalon van Genève werd gepresenteerd. Afgelopen augustus zei Pininfarina CEO Silvio Pietro Angori dat er 10 examplaren van deze 2,5 miljoen dollar kostende elektrische supersportwagen gebouwd gaan worden.

In conceptvorm is de H2 Speed voorzien van een brandstofcel. Het is echter twijfelachtig of Mahindra dan wel Pininfarina voldoende knowhow heeft op het gebied van waterstofauto’s. Zo niet, dan kan uitgeweken worden naar een batterijenset. Daar heeft het Indiase moederbedrijf wel ervaring mee en de betreffende techniek is sowieso minder ingewikkeld.
Mahindra is al jaren van plan om actief te worden op de Amerikaanse automarkt. Met het eigen repertoire (tweede garnituur terreinwagens en pick-ups) is dat avontuur gedoemd om te mislukken, maar Pininfarina is een klinkende naam en een start met een supersportwagen betekent sowieso minder risico. Mahindra denkt dat als het label in de Verenigde Staten eenmaal tot het establishment behoort, de rest van de wereld ook wel zal volgen.

Los hiervan verschillen de plannen van Mahindra niet eens zo heel veel van de renaissance van Maserati. De Ghibli, Quattroporte en Levante worden in een voormalige Bertone fabriek gebouwd, dus waarom zou Pininfarina dan niet zijn eigen productiefaciliteit voor premiumauto’s gaan gebruiken? In het verleden kan de kwaliteit van de aldaar gebouwde auto’s (het bekenst is de Peugeot 406 Coupé) als ‘heel acceptabel’ worden bestempeld.
Elektrische auto’s zijn Pininfarina bovendien niet vreemd. Vorig decennium hadden de Italianen een samenwerking met de Franse firma Bolloré voor de ontwikkeling en productie van de BlueCar elektrische deelauto. Dat project was wat al te ambitieus voor een toen nog kapitaalarme firma, maar met de sterke financiële arm van Mahindra zou het, met een zeer margerijke supersportwagen, dit keer wel moeten kunnen lukken. Pininfarina is trouwens niet de enige Italiaanse designstudio waarvoor plannen bestaan om er een merk van te maken. Op de laatste editie van de autosalon van Genève presenteerde Italdesign Giugiaro een soortgelijk model onder eigen label, de Zerouno.

Voor (deels)elektrische modellen heeft Pininfarina trouwens ook plannen. Op de autotentoonstelling van Sjanghai werd namelijk een tweetal SUV modellen voorgesteld, de K550 en K750 (foto 3 tm 5). Die zijn officieel ontwikkeld voor de Chinese Hybrid Kinetic Group, maar lenen zich ook voor productie in eigen huis. De K550 biedt plaats aan 5 inzittenden, terwijl de K750 een 7-persoons SUV is. Voor de hybride aandrijflijn wordt niet alleen gebruik gemaakt van elektromotoren en accu’s, maar ook van een microturbine die de actieradius flink vergroot. Je hoeft pas na 1.000 km op zoek te gaan naar nieuwe brandstof, wat die dan ook is.
De turbine behoeft pas na 10.000 werkuren onderhoud en zou een levensduur van 50.000 uur hebben. Het vermogen bedraagt 80 pk en hij is in staat om op meerdere brandstofsoorten te draaien. De turbine drijft de SUV niet zelf aan, maar zorgt voor het opladen van het accupakket dat onder de vloer van de K550 en K750 is ingebouwd. Het gecombineerde vermogen van de hybride aandrijflijn bedraagt 800 pk.

