Elon Musk is een man van enorme ambities. Dat moet ook wek, want zijn bedrijf lijdt nog steeds grote verliezen. Om kritische analisten met een kluitje in het riet te sturen, laat de allesbehalve bescheiden Musk weten “een duidelijk pad” te zien naar het moment dat zijn bedrijf, autofabrikant Tesla, meer waard zal zijn dan de duurste onderneming ooit: Apple. Die onderneming is nu 765 miljard dollar waard, Tesla circa 48 miljard.
Als Musk grote beloftes doet, is het altijd opletten of er iets is dat hij met zijn voorspelling wil maskeren. Vlak nadat vorig jaar een raket van zijn andere bedrijf, SpaceX, ontplofte, maakte hij bekend dat hij vóór 2024 mensen naar Mars wil sturen. Waarna alle krantenkoppen natuurlijk over dat wilde avontuur in de ruimte gingen.
Latend nieuw rondom een gecrashte, zelfrijdende Tesla pareerde Musk in 2016 met een grotesk plan over het vervoer van de toekomst. En ook nu is zijn grote belofte over het inhalen van Apple qua beurswaarde heel handig getimed voor het afleiden van de aandacht van de sterk oplopende verliezen: afgelopen kwartaal eindigde Tesla bijna 400 miljoen dollar (365 miljoen euro) in het rood. De omzet verdubbelde weliswaar ten opzichte van vorig jaar (inclusief SolarCity 2,7 miljard dollar), maar Apple realiseerde in hetzelfde tijdvak 52,9 miljard dollar omzet. En behaalde een winst van ruim 11 miljard dollar winst.
En toch blijven analisten en journalisten geloven in de beloftes van Musk. Hij is tenslotte ook degene die het vorig jaar als eerste voor elkaar kreeg om een her te gebruiken ruimteraket te laten landen. Maar waarom denkt Musk eigenlijk dat zijn bedrijf op termijn Apple in kan halen?

Het draait volgens Musk bij Tesla de komende tijd vooral om het principe ‘de machine die de machine maakt’. Dat is de term die hij gebruikt voor zijn fabrieken. Musk is miljarden aan het investeren in enorme productiefaciliteiten die vrijwel helemaal geautomatiseerd zijn. Het moeten gigantische gerobotiseerde complexen worden, die alle onderdelen van de elektrische auto’s in elkaar zetten. Robots vervullen geen bijrol in de fabriek. Zij runnen als het ware de toko, op basis van een slimme programmering en interactieve samenwerking.
Cruciaal voor deze ambitie is de kwaliteit van de software waarop de robots draaien. Musk zei daarover volgens The Financial Times tegenover analisten: “onze robotsoftware is nog veel complexer dan de software in onze auto’s”. Software bouwen, dat kan Tesla wel. Op dat gebied loopt de fabrikant mijlenver voor op concurrenten. Het voordeel van Musk boven zijn collega topmannen van andere autofabrikanten is dat hij Tesla vanaf het begin heeft opgezet als softwarebedrijf. Vandaar dat Tesla rijders niet naar de garage hoeven voor een upgrade of controles, maar dat zij die simpelweg kunnen downloaden.
Ook de software om auto’s autonoom te laten rijden is bij Tesla veel verder gevorderd dan bij veel concurrenten. Traditionelere autofabrikanten zijn uiteindelijk bovenal hardware fabrikanten die software ‘erbij doen’. Tesla verkeert daarbij in een strategische positie, want op de softwaremarkt is anders dan in de traditionele auto-industrie sprake van een hele sterke machtsconcentratie. Voorbeelden zijn Google voor zoeksoftware, Facebook voor socialemedia software en Microsoft voor PC software. Er blijken de laatste jaren vaak monopolies of oligopolies te zijn ontstaan door de schaalvoordelen die horen bij de productie van software. Als het Tesla lukt om zijn positie in auto software uit te bouwen, lonkt ook op dit vlak een monopolie. En dan kan Musk inderdaad wedijveren met Apple.
Musk denkt voor Tesla niet zozeer een monopoliepositie te kunnen creëren op het gebied van elektrische auto’s, maar via techniek voor zelfrijdende voertuigen. De software waarover de Model S en Model X nu reeds beschikken, leert zichzelf beter te rijden op basis van de praktijkdata die dagelijks aangevuld wordt. De zelfrijdende auto’s die morgen en verder in de toekomst bij Tesla van de band rollen, leren van elke fout van bestaande exemplaren.
Een vroege voorsprong kan leiden tot een zichzelf versterkend effect waardoor concurreren voor de gevestigde orde steeds lastiger wordt. Daarom is het voor Musk belangrijk om zo snel mogelijk zoveel mogelijk auto’s van Tesla de weg op te krijgen. De nieuwe, in juli te introduceren, Model 3 speelt daarbij een cruciale rol. De Model S en Model X zijn te duur om in grote aantallen verkocht te worden omdat die in Nederland minimaal 88 respectievelijk 105 mille kosten, maar de nieuwe instapper mag al weg voor 35.000 dollar. Daarvan wil Musk maandelijks tienduizenden exemplaren gaan bouwen en de weg op sturen. Om vervolgens data te verzamelen die hij weer kan gebruiken voor toekomstige ontwerpen, zoals de Model Y cross-over.
Maar voorlopig is het nog even doorbijten voor Must, en vooral voor de analisten. Het verlies is afgelopen kwartaal opgelopen tot 330 miljoen dollar. In dezelfde periode vorig jaar was dat ‘slechts’ 282 miljoen dollar. Gelukkig werd er afgelopen kwartaal wel een recordaantal auto’s afgeleverd: 64 procent meer dan in 2016. Tesla wist 25.021 exemplaren van de Model S en X aan zijn klanten te leveren (januari t/m maart vorig jaar: 14.280 stuks). Allemaal met als taak data te verzamelen voor Musk, zodat hij verder kan bouwen aan zijn data. En aan zijn droom om Apple qua beurswaarde te verslaan. Oh ja: het orderboek voor de Model 3 barst inmiddels uit zijn voegen. Met de komst van deze middenklasser voor het grote publiek denkt Tesla haar productie te kunnen opvoeren tot 500.000 auto’s per jaar in 2018 en zelfs tot 1 miljoen bij de decenniumwisseling. Dan is het bedrijf van Musk al half zo groot als Audi, BMW en Mercedes.
