Skoda heeft opnieuw een verkooprecord gerealiseerd in de eerste helft van dit jaar. Er werden afgelopen semester 585.000 auto’s afgeleverd, een stijging van 2,8 procent. In de maand juni vestigde de firma uit Mlada Boleslav ook een record met 105.200 verkopen versus 98.800 exemplaren in juni 2016. De grootste stijgingen werden gerealiseerd in Oost Europa (+ 13 procent) en Centraal Europa (+ 14 procent). Ook in Rusland (+7 procent), West Europa (+ 4 procent tot 252.300 voertuigen) gingen de zaken goed. Daarentegen daalde de afzet in China (-8 procent naar 145.800 auto’s).
Het Tsjechische bedrijf is niet langer een goedkoop merk, hoewel de kosten lager zijn dan die bij moedermaatschappij Volkswagen. De tijd dat Skoda oude platforms uit Wolfsburg hergebruikt, is ook voorbij. “We zullen in de toekomst direct profiteren van de nieuwe Volkswagen basis die bestemd is voor elektrische modellen. De eerste auto van deze lijn is gepland voor 2020”, aldus een woordvoerder. Qua SUV aanbod draait Skoda ook in de voorste linies van de Volkswagen Groep mee met de grote Kodiaq en de nieuwe, compactere Karoq. Hetzelfde geldt voor motoren, transmissies en connectiviteit. De genoemde SUV modellen zijn daardoor even bijdetijds als de Volkswagen Tiguan.
Skoda kan daardoor absoluut niet over één kam worden geschoren met Dacia, het Roemeense budgetmerk van Renault. En dat is te danken aan het moederbedrijf Volkswagen, dat al snel beseft dat er door de Tsjechische dochter niet veel geld verdiend zou gaan worden als zij haar gamma niet naar boven zou uitbreiden. Er zit weliswaar een model in het assortiment dat slechts 11.690 euro kost (bij Dacia beginnen de prijzen 10 euro lager), maar die Citigo krijgt geen opvolger: het zelfbewuste Skoda is er niet afhankelijk van. De Tsjechen investeren liever in duurdere modellen, zoals de 2.0 TSI 4×4 uitvoering van de Superb Combi. Die kost 61.045 euro. Zelfs Renault heeft niet zulke dure modellen in haar gamma.
In Europa bedroeg de gemiddelde transactieprijs (werkelijke verkoopprijs na kortingen) 24.400 euro in 2016, oftewel 700 euro meer dan het jaar er voor. Dat is op hetzelfde niveau als Peugeot. Van een heel andere orde is de situatie bij Dacia, waar de transactieprijs afgerond 11.500 euro bedraagt (in diverse landen wordt ook de Logan budgetsedan en de 1.0 SCe basisversie van de Sandero aangeboden).

Volkswagen heeft de Tsjechische firma vakkundig gepositioneerd. Ruggengraat van het gamma is de Octavia. Deze middenklasser is de best verkopende Skoda. De reden is begrijpelijk: voor de prijs van een Golf krijg je veel meer (lees: een 40 centimeter langere) auto. In 2016 was de Octavia niet alleen in Tsjechië de best verkochte personenauto, maar ook in Estland, Finland, Polen en Zwitserland.
De Octavia is misschien niet hip of trendy, maar met name voor gezinnen, taxichauffeurs en leaserijders is het op rationele gronden een zeer aantrekkelijke auto die veel ruimte, comfort, gebruiksgemak en aankleedmogelijkheden (motoren, transmissie, uitrustingniveau) biedt. Wereldberoemd zijn inmiddels slimme en praktische voorzieningen als de paraplu in de deuren of de ruitenkrabber in de brandstofklep.
Het wonderlijke is: ondanks dat de Octavia 60 procent van zijn componenten deelt met de Golf, heeft amper 1 procent van de klanten van het Tsjechische merk voorheen een Volkswagen gehad. “Skoda heeft een geweldige job gedaan met het bereiken van een hoger positionering op basis van solide kwaliteit en een geloofwaardig imago”, zo geeft een Franse rivaal toe. Het resultaat is dat de restwaarde van een Skoda nauwelijks onder doet voor die van een Volkswagen. Na 3 jaar en 60.000 kilometer is de 150 pk sterke Kodiaq 2.0 TDI naar verwachting nog 52 procent van zijn nieuwprijs waard, versus 54 procent voor een gelijkwaardig gemotoriseerde Tiguan.
Hoe lukt het Skoda om de klant meer waar voor zijn geld te geven dan het moedermerk in het naburige Wolfsburg? Simpel: de Tsjechische arbeidskosten zijn 3 keer lager dan in Duitsland. Om deze reden produceert ook PSA (Peugeot, Citroën) samen met Toyota auto’s in de Midden Europese republiek. ‘Goedkoop’ is daarbij geen ‘duurkoop’, want de plaatselijke beroepsbevolking is goed opgeleid en bekwaam.

Skoda bespaart ook geld bij de presentatie van haar modellen, met plastic van een iets minder vleiende kwaliteit, of met eenvoudigere technische oplossingen op de basisversies. Dat gaat niet ten koste van de betrouwbaarheid, want die is vergelijkbaar met die van auto’s van het moederbedrijf, zo blijkt uit diverse consumentenonderzoeken. Dat er in Wolfsburg veel respect is voor het concurrentievermogen en de productiekwaliteit van Skoda, blijkt uit het feit dat er in 2014 door het concern 450 miljoen euro in de fabriek in Kvasiny geïnvesteerd is om daar de SUV Ateca voor Seat te kunnen produceren. Jürgen Stackmann, destijds merkchef van het Iberisch automerk nam die beslissing: “Het is een zeer kostenefficiënte fabriek”.
De combinatie van lage kosten met prijzen op het niveau van Peugeot en Renault zorgt er voor dat Skoda vorig jaar qua operationele marge ook een record wist te realiseren: 8,7 procent. Dat is zelfs meer dan het premiummerk Audi met haar veel duurdere modellen voor elkaar kreeg (8,2 procent). In het eerste kwartaal van 2017 was de winstmarge zelfs nóg groter, namelijk 9,5 procent. En dat bij de hoogste autoproductie uit de geschiedenis van het merk (+ 11 procent tot 1,15 miljoen stuks). Dubbel winst dus.
Is er dan echt geen smet op het blazoen van Skoda te vinden? Toch wel. De naamsbekendheid kan (nog steeds) beter. Het is niet zo slecht als in jaren tachtig, vóór de overname door Volkswagen, maar als autoconsumenten gevraagd wordt een automerk te noemen, dan antwoord 53 procent van hen spontaan ‘Volkswagen’. Skoda komt wat dit betreft niet verder dan 18 procent. Jammer? Ach, wie slim is rijdt al lang Skoda.
