SUV modellen: daarvan kan je er niet genoeg in je gamma hebben, zo tonen elke maand opnieuw de verkoopcijfers aan. Land Rover was als specialist op dit vlak al niet slecht vertegenwoordigd, maar lanceert voor haar subgamma Range Rover nu een vierde model: de Velar.

Hiërarchisch bezien vult de Velar het gat tussen de Evoque en de Sport. Toch zit hij met een lengte van 4,80 meter dicht tegen de laatste aan. Niet erg, want het is niet denkbeeldig dat de Sport samen met zijn grotere broer, de ‘echte’ Range Rover, bij de volgende generatie een halve klasse groeit om niet overschaduwd te worden door concurrenten als de Bentley Bentayga en de aanstaande Duitse SUV modellen Audi Q8 en BMW X7.

Land Rover lijkt in ieder geval in een grote behoefte te voorzien met de Velar, want al voordat de pers er kennis mee heeft kunnen maken, is de levertijd opgelopen tot meer dan 3 maanden. En echt verrassend is dat niet: de Velar lijkt als personificatie van een conceptstudie zó weggereden te zijn van een showstand. Zelden oogde een SUV zo zwoel en sexy. De Velar heeft van ontwerpchef Gerry McGovern prachtige ontwerpdetails gekregen, zoals dunne smalle lichtunits die ver in de flanken doorlopen, een relatief schuin staande grille en deurgrepen die ‘verdwijnen’ in de portieren. Minimalistisch en tegelijkertijd hoogwaardig.

Het interieur maakt al even veel indruk. Het oogt als ‘karakteristiek Range Rover’ (alhoewel het basisdesign uit de periode stamt toen BMW nog eigenaar was van het merk) met grote, met leer beklede, horizontale blokken. Doel was de uitstraling van een jacht te creëren. Dat is goed gelukt, want de cabine oogt breed en krachtig, maar is in de kleurstelling van de testauto toch licht en ruimtelijk. Bij nadere inspectie is echter niet alles goud wat er blinkt. Met name in de lagere helft van het interieur heeft Land Rover voor een premiumproduct net even te veel hard, krasgevoelig plastic gebruikt. Dat er bij de testauto al wat slijtage plekken te zien waren, is een veeg teken. En glanzend kunststof dat weerkaatst in de zon is alleen maar hinderlijk. Doe dan het donkere, rubberachtige materiaal van Porsche maar. Dat oogt misschien saaier, maar er zitten kwaliteitstechnisch ook geen addertjes onder het gras. En de Volvo XC90 maakt per saldo trouwens ook een meer solide indruk.

Een goede zaak is dat de Velar de eerste auto van Jaguar Land Rover is dat zich qua infotainment systeem kan meten met de Duitse premiummerken. De installatie, verdeelt over 2 schermen (elk 10-inch groot), ziet er gelikt uit en reageert snel op commando’s. Is de motor uitgeschakeld dan vormt het touch screen één strak geheel met de rest van de dashboard. Dat past goed bij de minimalistische vormgeving van de buitenkant van de Velar. Het bovenste scherm is voor de navigatie en de geluidsinstallatie (er kan worden gekozen uit 3 systemen van Meridian). Die gebruik je het vaakst, zo is de redenatie.

Met het onderste scherm bedien je de klimaatregeling en het Terrain Response systeem. Ook daar is de reactiesnelheid goed en het helpt dat er aparte draaiknoppen zijn, maar het touch screen zit te laag (namelijk op kniehoogte) voor een goede afleesbaarheid. Je kan je blik daardoor niet tegelijkertijd op de weg gericht houden. Een slechte zaak is ook dat Land Rover (en zustermerk Jaguar) nog steeds fans van Apple CarPlay of Android Auto niet van dienst kan zijn. Op dit vlak lopen de Britten nog steeds achter bij de concurrentie. Ook als het om autonome rij functies gaat trouwens. Adaptieve cruise controle, een rijbaan assistent en een noodrem systeem is allemaal aan boord, maar tot semi-zelfstandig deelnemen aan fileverkeer is de Velar anders dan de jongste SUV modellen van Volvo niet in staat. Noch zichzelf in de garage parkeren.

De Velar staat op hetzelfde onderstel als de Jaguar F-Pace. Ook de wielbasis is identiek. Het is met deze wetenschap in het achterhoofd niet verrassend dat de cabine dezelfde ruimtekarakteristiek heeft: de beenruimte achterin houdt niet over (om het zachtjes uit te drukken), maar je kan rekenen op een royale kofferbak. Daar past 632 liter in (F-Pace: 650 liter), maar het is goed om te weten dat Land Rover dit resultaat heeft bereikt door de Velar een ’thuisbrenger’ mee te geven. Zoiets is bij een B segment hatchback natuurlijk prima. Maar bij een SUV die in het terrein zijn mannetje moet kunnen staan?

De eerste reacties van de Britse pers op de Velar zijn trouwens wat zuinigjes. Dat komt omdat de terreinkwaliteiten van de nieuweling, vanuit Land Rover perspectief, wat behelpen zijn. Zo doet het feit dat je het centrale differentieel niet ‘vast’ kan zetten of het feit dat je niet zelf kan kiezen voor een 50:50 verdeling van vermogen & koppel over beide assen nogal de wenkbrauwen fronsen. De techniek kan dit weliswaar voor je regelen, maar dat is blijkbaar niet echt een geruststelling. Voor een eigenzinnig volk dat vorig jaar gekozen heeft voor een Brexit misschien wel begrijpelijk. Maar in het door asfalt gedomineerde Nederland hoeft het water dat bij de terreinwijn is gedaan geen breekpunt te zijn. Eerder is het tot 2.500 kilo gelimiteerde trekgewicht (een échte Range Rover kan 3.500 kilo hebben) een dingetje. Of een bodemvrijheid die bij 4 cilinderversies beperkt blijft tot 21 centimeter.

Ondanks dat de grote broers van de Velar in het terrein meer presteren, doe je het nieuwe familielid tekort door hem te typeren als een F-Pace met een andere carrosserie. Om te beginnen heeft Land Rover veel meer aluminium in het onderstel gestopt dan Jaguar. Verder is de achterklep van composiet en is er onder de motorkap magnesium te vinden. Het resultaat is dat alle versies, met uitzondering van de hier geteste 6 cilinder dieselversie, minder dan 1.900 kilo wegen. Dat Land Rover desondanks de pers vooralsnog alleen laat kennismaken met de V6 uitvoering, komt waarschijnlijk door de standaard luchtvering. Dat doet voor het veercomfort altijd wonderen. Niet dat de Velar een zwevend tapijt is, integendeel, maar oneffenheden worden wel vakkundig geabsorbeerd terwijl tegelijkertijd de overhelneiging in bochten eigenlijk geen naam mag hebben.

Voor de 6 cilinder dieselmotor van de testauto hoeft Jaguar zich evenmin te schamen. De 300 pk en 700 Nm sterke krachtbron brengt je in 6,3 seconden naar 100 km/u terwijl tegelijkertijd de CO2-uitstoot met 167 gram/km te overzien is. Het motorgeluid blijft altijd mooi op de achtergrond en de 8-traps automaat schakelt lekker soepel. Gecombineerd met de luchtvering levert dit een SUV op die veel verfijnder is dan de Jaguar F-Pace. Of dan de Volvo XC90, die het altijd moet doen met een 4-pitter. Vanuit dit perspectief is de Velar dus een échte Range Rover. Niet alleen om te zien, maar zo voelt hij ook aan. En zo klinkt deze D300 dieselversie ook.

De prijzen beginnen bij 75.000 euro. Dat klinkt heel schappelijk, maar dan moet je het doen met de 4 cilinder 180 pk dieselversie met stalen veren, 18-inch velgen zonder lederen meubilair bekleding. Ook een Meridian geluidsinstallatie en zelfs navigatie is dan niet van de partij. Vergeet dat basisbedrag dus. De testauto zoals je die hier ziet, de D300 R-Dynamic, kost meer dan 100.000 euro. En hoe verfijnd de Velar in deze vorm ook is: voor hetzelfde geldt kan je een Range Rover Sport 3.0 TDV6 SE kopen. En maak je daarin net niet wat meer de blits?
Die vraag laat Autointernationaal.nl onbeantwoord. Wat zeker is, dat de Velar een grote hit gaat worden. De eerste verkoopcijfers wijzen dat al uit. Hij is modern, superstijlvol, comfortabel en verfijnd. Dat is voor veel SUV fans voldoende om een exemplaar te bestellen, ondanks dat er nu al een klein waslijstje is aan verbeterpunten (ruimte achterin, infotainment, autonome rij functies, plasticgebruik). Maar dat komt bij de facelift wel. Voorlopig is er geen enkele Duitse SUV zo mooi als de Velar!
- 8
