Stellantis, de autofabrikant van onder meer Fiat, Jeep, Peugeot en RAM, heeft een intentieovereenkomst getekend met de Canadese producent van gepantserde voertuigen Roshel. Dit duidt op een mogelijke verkoop van een fabriek nabij Toronto, waar momenteel de productie stil ligt.
Stellantis laat in een verklaring weten dat zij, na het overwegen van verschillende mogelijkheden voor de fabriek, “van mening is dat Roshel een solide vooruitzicht biedt op het herstel van duurzame activiteiten bij Brampton Assembly”.
Roman Shimonov, de CEO van Roshel, laat in een verklaring weten dat zijn bedrijf van plan is om in Brampton, Ontario, defensiemateriaal te gaan produceren. Daar is een enorme vraag naar sinds de spanningen in de wereld zijn toegenomen en Navo landen hun uitgaven aan militaire zaken fors dienen op te voeren.
Stellantis is momenteel verwikkeld in contractonderhandelingen met Unifor, de Canadese vakbond die werknemers vertegenwoordigt bij Stellantis, General Motors en Ford. De huidige overeenkomst loopt op 20 september af. “Wij zijn bereid om toezeggingen te doen om ontslagen Unifor-medewerkers met voorrang te behandelen en hen al in 2026 weer aan het werk te helpen”, aldus Shimonov.
Unifor laat weten dat Stellantis nog geen plannen bekendgemaakt voor zijn andere Canadese vestigingen: de Windsor Assembly Plant en de Etobicoke Casting Plant. Maar het staat voor het autoconcern als een paal boven water dat zij de Brampton fabriek niet meer nodig heeft. Naast sluiting is verkoop dan de enige optie.
Stellantis legde de productie in Brampton in 2023 stil voor een herinrichting van de fabriek. Het concern staakte die werkzaamheden in 2025, waarna de productie van de Jeep Compass werd verplaatst naar een fabriek in Illinois. Dit gebeurde nadat de Amerikaanse president Donald Trump importheffingen op Canadese goederen had ingevoerd.
