Het was al bekend dat het eraan zat te komen, maar het blijft even slikken: de allerlaatste Dodge Viper is van de band gerold in de Conner Avenue Assembly fabriek van Chrysler in Detroit.
Fiat Chrysler Automobiles (FCA) designchef Ralph Gilles (op de foto rechts) was naar eigen zeggen ’toevallig’ aanwezig toen de laatste Viper, een rood exemplaar, werd gebouwd. Een vriend van Gilles had een Viper gekocht en dat exemplaar bleek nota bene als voorlaatste geproduceerd te worden, dus de ontwerper hoefde niet lang te wachten om ook de allerlaatste seconden van de assemblage van de brute sportwagen te kunnen aanschouwen. Het was geen groots afscheid. Sterker nog: de Dodge Viper sterft een stille dood, zeker voor een iconische supersportwagen. Het laatste exemplaar gaat naar het museum van FCA.

In 1989 verscheen de monsterachtige Amerikaan met veel bombarie ten tonele op de North American International Auto Show. Destijds verwachtte niemand dat Dodge de conceptstudie in productie zou nemen, maar 3 jaar later gebeurde dat wel degelijk. De Viper heeft zijn faam te danken aan de met de hand gebouwde, 8,0 liter grote V10 met 400 pk die onder de motorkap gelepeld werd. Die krachtbron zorgde voor echte supersportwagen prestaties. De originele R/T-10 had echter geen dak of zijramen, waardoor het afzetpotentieel erg beperkt was.
In 1996 ging de wereld echter alsnog overstag met de introductie van de meer geciviliseerde GTS uitvoering; een gesloten coupéversie. Toch bleef het een vrij rauwe en ouderwetse sportwagen. Zo ontbraken airconditioning, elektrisch bedienbare ramen of centrale deurvergrendeling. Zelfs hendels om de deuren vanaf de buitenkant te openen, waren niet op de Viper te vinden. Ook diende er met de hand geschakeld te worden en daar is lang niet elke Amerikaan bedreven in.

In 2003 werd door de Street and Racing Technology (SRT) divisie van, toen nog, Daimler Chrysler, de derde generatie ontwikkeld. De motor was vergroot tot 8,3 liter en het maximum vermogen steeg naar 517 pk. Daarmee kon de Viper een topsnelheid van 315 km/u behalen. De vierde generatie werd in 2008 op de markt gebracht. Dankzij een vermogen van 600 pk was daarmee een topsnelheid van 350 km/u mogelijk. Daarmee was de Dodge een stuk sneller dan zijn grootste concurrent, de Chevrolet Corvette, maar ook dubbel zo duur. En, bij wijze van spreken, slechts half zo verfijnd. Eind 2010 was de glans er af en viel het doek voor de Viper. Fiat Chrysler wilde de sportwagen in 2012 een comeback te laten maken door hem onder SRT badge te gaan verkopen, maar daarmee joeg het concern merkfans van Dodge tegen zich in het harnas. Dat de nieuwe Viper met zijn tot 8,4 liter vergrootte motor goed was voor 649 pk en 813 Nm, deed daar niks aan af. Maar dodelijker was de introductie van de Chevrolet Corvette Z06. Die was 659 pk en 881 Nm sterk (en nog steeds goedkoper).
Toen het duidelijk werd dat de Viper zijn einde naderde, toog een groep enthousiastelingen met de Dodge naar de Nordschleife. Het lukte daar niet om het ronderecord te verbreken, maar met een tijd van 7:03.45 was het wél de snelste Amerikaanse productieauto ooit op het Duitse circuit. In dat licht bezien is er dus toch nog sprake van een meer dan waardig afscheid.

