Tesla, de Amerikaanse fabrikant van elektrische auto’s, lijkt definitief besloten te hebben om auto’s in China te gaan maken. Volgens The Wall Street Journal is het bedrijf dicht bij een overeenkomst om een productiefaciliteit te bouwen in de zogeheten vrije handelszone van Sjanghai.
Met de eigen fabriek in China hoopt Tesla beter te kunnen profiteren van de snelgroeiende vraag naar elektrisch aangedreven voertuigen in het Aziatische land. Met een lokale productiefaciliteit kan het Amerikaanse merk haar auto’s voor fors lagere prijzen op de markt brengen. Dat de auto’s in China worden gemaakt, betekent waarschijnlijk niet dat Tesla de extra belasting die geldt als invoertarief van 25 procent zal ontlopen. De partijen zouden nog werken aan de details van de overeenkomst en wilden tegenover een journalist van de krant niet op de kwestie reageren.
Het is bijzonder als Tesla de fabriek onder eigen beheer kan bouwen, omdat China doorgaans aan Westerse bedrijven de verplichting oplegt om een joint venture aan te gaan met een lokaal bedrijf. Autofabrikanten die de hoge Chinese importtarieven willen ontlopen, kunnen niet zomaar een fabriek in het Aziatische land bouwen. Zij dienen een joint venture te sluiten, waarin het Chinese (staats)bedrijf een meerderheidsaandeel krijgt. Hoewel hier zorgen aan kleven over bedrijfsgeheimen en intellectueel eigendom, kozen onder meer Ford, General Motors en Volkswagen voor deze route. Maar het Aziatische land laat de teugels voor producten van elektrische auto’s iets vieren omdat ze de bouw van die voertuigen willen stimuleren. In september zei de Chinese staatssecretaris voor Industrie dat men gaat stoppen met de verkoop van modellen met een verbrandingsmotor. Tesla verkocht vorig jaar 15 procent van zijn auto’s op de Chinese markt.
Tesla neemt geen partner in de arm, maar moet volgens de The Wall Street Journal wel importtarieven betalen. De fabriek komt namelijk in een vrijhandelszone te staan. De winst voor Tesla zou de goedkopere productie zijn. In andere media spreken experts het vermoeden uit dat de Chinese overheid flexibel met de tarieven omgaat als de Tesla’s met lokaal geproduceerde onderdelen worden vervaardigd. Er wordt ook nog altijd gezocht naar een fabriekslocatie in Europa, waar ook diverse Nederlandse regio’s hun vinger voor hebben opgestoken. De nieuwe fabrieken zijn nodig om aan de verwachte groeiende vraag te voldoen.
Mogelijk zorgt de Chinese deal voor een minder problematische autoproductie bij Tesla. Het bedrijf heeft vertraging opgelopen bij de levering van de nieuwe Model 3. Daarvan werden in het afgelopen kwartaal slechts 260 exemplaren gebouwd. Dat moesten er eigenlijk 1.500 zijn. Tesla had eerder dit jaar al aangekondigd werk te zullen maken van een productielocatie in China en beloofde destijds voor het einde van het jaar met concretere plannen te komen.
Tesla heeft in China relatief weinig marktaandeel, maar met een omzet van ruim een miljard dollar vormt het toch een belangrijke markt. De verwachtingen zijn bovendien hooggespannen, omdat de overheid elektrisch rijden stimuleert. De Chinese markt voor elektrische auto’s is momenteel de grootste ter wereld met 350.000 verkopen op jaarbasis. Daar lijkt in de nabije toekomst ook geen verandering in te komen. Naar verwachting worden er in 2018 maar liefst 1 miljoen elektrische auto’s geproduceerd in het Aziatische land. In 2025 moet de teller al op 7 miljoen exemplaren per jaar staan.
