Wie is de koning van de compacte lifestyle SUV? Welke van deze 4 ultratrendy C segment cross-overs biedt het meeste waar voor zijn geld?
Welkom in de klasse van premium SUV modellen. Van de triotest tussen de BMW X2, Jaguar E-Pace en Volvo XC40 heb jij op Autointernationaal.nl al eerder een verslag kunnen lezen. Toen won de BMW het (nipt) van de Volvo en was de rode lantaarn voor de Jaguar. Nu doet ook de DS 7 Crossback mee aan de meerkamp. Op deze luxe Fransoos zijn alle spotlights gericht in dit testverslag. Uit individuele kennismakingsverslagen met de 7 Crossback ontstond het beeld dat de DS nogal wat premiumsteken laat vallen. En hier lees jij het ‘bewijs’ waarom de Franse interpretatie van de lifestyle SUV niet in één adem genoemd kan worden met de X2, E-Pace en XC40.

De verkopen van compacte, modernistische cross-overs blijven maar stijgen. Het is een type auto dat jong en oud aanspreekt, stadsbewoners én mensen in meer perifere gebieden. Voor autofabrikanten zijn de ‘alles kunnende’ cross-overs de hemel op aarde. De techniek is niet wezenlijk ingewikkelder (lees: duurder) dan bij gewone middenklassers, maar SUV modellen laten zich met een veel dikkere winstmarge verkopen. Dat komt omdat de autoconsument er graag wat voor over heeft om zich (enigszins) rebels, onconventioneel en machtig te voelen. Dat lukt nou eenmaal veel beter in een voertuig waarin je hier ziet en waarvan het design (nog) niet te bestempelen valt als ‘dertien in een dozijn’. Of de kopersgroep werkelijk zo subversief is, is twijfelachtig, maar feit is dat SUV modellen als warme broodjes over de toonbank gaan.

Ook de premium automerken hebben dit soort compacte, maar ruime, praktische en vooral trendy soort modellen ontdekt. Dit betekent dat je voor de BMW X2, DS 7 Crossback, Jaguar E-Pace en Volvo XC40 meer geld kwijt bent dan voor bijvoorbeeld de Opel Grandlanx X, Peugeot 3008, Renault Kadjar en Seat Ateca. Het best onderling vergelijkbaar zijn de 2,0 liter dieseluitvoeringen van de BMW, DS, Jaguar en Volvo. Die kosten minimaal respectievelijk 47.995 euro, 54.490 euro, 52.800 euro en 43.975 euro. Daarvoor krijg je dan 150 pk, voorwielaandrijving en een handbak. Het duurste model uit dit kwartet, de 7 Crossback, rechtvaardigt zijn meerprijs (op papier) met 180 pk en een standaard automaat. Daar staat tegenover dat de DS als enige uit dit gezelschap niet verkrijgbaar is met vierwielaandrijving.

Een SUV koop je niet in de laatste plaats vanwege de visuele impact. In dit opzicht heeft de slechts 4,36 meter lange X2 het moeilijk. Niet alleen omdat hij ook door zou kunnen gaan voor een hoge hatchback, maar ook omdat hij met name door de kleine raampartij elke vorm van sierlijkheid lijkt te missen. De BMW polariseert. Veel mensen vinden de X2 een verschrikking om te zien. In vergelijking oogt de Jaguar (4,40 meter) een stuk eleganter. Hij ziet er uit als een F-Type met andere (korter, hoger) carrosserieproporties. En die optische overeenkomst met een sportwagen rechtvaardigt wellicht zijn hogere prijs. De Volvo (4,43 meter) beschikt over een merkkarakteristiek, hoekig design en oogt daarmee het meest als een SUV. Hem van Lego nabouwen is waarschijnlijk het eenvoudigst. Daardoor maakt hij een onbekommerde, vriendelijke indruk. Toen DS als dochter van Citroën op zichzelf ging wonen, wist je aanvankelijk niet goed waar dit merk voor stond. Dat kwam ook omdat er oude inventaris (de 3, 4, 5) uit het ouderlijk huis werd meegenomen. Maar de 7 Crossback (4,57 meter) is een prachtig nieuw meubelstuk. Extravagant is de beste betekenis van dit woord. Eindelijk krijg je het gevoel in de automobiele equivalent van Haute Couture te rijden, en niet in een Citroën waarvoor je te veel betaald hebt.

Binnenin is het hetzelfde liedje. De DS haalt ’traditie’ van zijn voetstuk en vervangt dat door een veelvoud aan egocentrische eigenaardigheden, zoals rijkelijk met stiksels gedecoreerd leder, enorme schermen, een overvloed aan edelmetaal en een uurwerk waar je ‘U’ tegen zegt. Is DS niet een tikketje doorgeschoten bij de interieurdecoratie? Vermoedelijk wel, maar je krijgt visueel wel waar voor je geld. En dus optisch plezier. Tenminste, zolang je al die toeters en bellen niet hoeft te bedienen. Alles werkt rommelig, onlogisch terwijl je ook twijfels kan hebben over de kwaliteit. Daar komt bij dat er nauwelijks bergvakken zij en dat het handschoenenkastje een lachwekkend klein formaat heeft. Verder zal het digitale instrumentarium alleen in de smaak vallen bij liefhebbers van abstracte kunst. Maar gelukkig is het meubilair uitstekend en biedt de 7 Crossback veel plaats. Qua formaat van de kofferbak kan de DS zich bovendien meten met SUV modellen uit een hogere klasse.

De X2 is wat dit betreft de tegenpool van de 7 Crossback. Zodra je ingestapt bent, vraagt jij je direct af waarom je niet gewoon een X1 gekocht hebt. Die heeft hetzelfde dashboard, is achterin duidelijk ruimer, heeft een grotere kofferbak en geen onhandig grote tildrempel. Maar in de X2 zit je lager, waardoor je meer betrokken wordt bij het rijden. Het meubilair lijkt evenwel primair ontworpen te zijn voor kleine, smalle, slanke personen. Qua bedieningsgemak wint de BMW, zoals eigenlijk altijd bij modellen van dit merk, met afstand deze vergelijkingstest. Hier heb je nog die goede, oude vertrouwde druk & draaischakelaars, waardoor je niet gedwongen wordt om hulpeloos een zoektocht in het grillige menu van het touch screen hoeft te ondernemen.

Voor de E-Pace geldt globaal hetzelfde. Zijn cockpit is op het binnenwerk van de F-Type sportwagen geïnspireerd. Daarmee onderscheidt de Jaguar zich in positieve zin, want er zijn natuurlijk veel slechtere voorbeelden. Het dashboard maakt een opgeruimde, overzichtelijke en hoogwaardige indruk. De bediening is logisch en het moderne infomediasysteem reageert snel op commando’s. Ruimteaanbod en kofferbakvolume zijn in orde. Handig voor gezinnen is dat er een overvloed aan bergvakjes is. Ook zijn er veel aansluitpunten voor telefoons en andere dingen die kinderen tot rust brengen.

Het meest praktische interieur heeft evenwel de XC40. Overal zijn er grote opbergvakken en tashaken. In de (niet overdreven grote) kofferbak bevindt zich een doordacht opdeelsysteem voor de laadvloer. Achterin is de Volvo de ruimste van dit viertal. Het is alleen jammer dat de achterbankleuning te rechtop staat en dat de zittingen te kort zijn. Aan het tabletscherm voor het infomediasysteem wen je snel. Qua bedieningsgemak moet de XC40 weliswaar zijn meerdere erkennen in de installatie van de BMW, maar het is allemaal wel in orde.

Hoe rijden deze 4 SUV modellen? Je bent geneigd te denken dat dit aspect bij dit type auto’s minder belangrijk is. Steeds vaker geven internetverbinding mogelijkheden de doorslag of hoe hip de uitstraling van het voertuig is. En de fabrikanten lijken ook liever niet te willen dat je dit soort auto’s intensief buiten het asfalt gebruikt, hoe stoer ze er ook uit mogen zien. Toch zorgt de vierwielaandrijving er voor dat je met de X2, E-Pace en XC 40 niet snel vast komt te zitten. De beste terreincapaciteiten heeft de Jaguar. Dat is te danken aan zijn Land Rover genen. Maar het is absurd dat het testexemplaar van de E-Pace bijna 2.000 kilo weegt. Zelfs de 8 jaar oudere Evoque, die veel componenten afstond, is minder zwaarlijvig. Het hoge gewicht van de Jaguar zorgt er voor dat hij zelfs met de 300 pk / 400 Nm variant van de 2,0 liter dieselmotor (P300D AWD; vanaf 82.800 euro) niet zo vlot aanvoelt als zijn sprinttijd naar 100 km/u (6,4 seconden) doet vermoeden. De rauwe dieselmotor heeft nogal last van een ochtendhumeur en de 9-traps automaat schakelt schokkerig. Gelukkig weet de E-Pace met bochten wel raad. Op de BMW na heeft de Jaguar het meest dynamische weggedrag. Nadeel is dat zelfs de kleinste wegdekoneffenheden sterk aan de inzittenden worden doorgegeven. Daardoor maakt de E-Pace eerder een verbeten dan ene lichtvoetige indruk. Je kan de comfortschade overigens beperken door met een grote boog om de reusachtige 20 of 21 inch velgen heen te lopen. Jouw ruggengraat zal jou daar eeuwig dankbaar voor zijn.

Het sportiefst rijdt de X2. BMW laat zien hoe je een SUV moet bouwen die eigenlijk veel te goed rijdt voor dit carrosserietype. De X2 stuurt weliswaar zwaar, maar direct en de installatie is lekker communicatief. Hooguit kan je de installatie verwijten dat hij een tikkeltje te nerveus is. De X2 helt niet over en weet bochten in een indrukwekkend hoog tempo op een neutrale manier te nemen. De BMW geeft dan geen krimp. De X2 wekt de indruk inderdaad eerder een hoge hatchback te zijn dan een SUV. De vering is stevig, maar niet oncomfortabel. Verder heeft de X2 met afstand de beste dieselmotor in zijn segment. Testauto was de xDrive20d uitvoering (59.895 euro) die zijn 190 pk en 400 Nm ongelooflijk lineair ter beschikking stelt en waarmee je in 7,7 seconden op 100 km/u zit. Alles maakt een indrukwekkend fijn geslepen, relaxte indruk. En zonder al te veel moeite kan je het dieselverbruik beperken tot minder dan 6 liter per 100 km.

De XC40 stuurt en beweegt zich lang niet zo sportief als de X2 of E-Pace, maar is wel een zeer goede allrounder. Het is geen auto waarvan de rijeigenschappen jouw hart sneller zullen doen kloppen, maar de Volvo weet het leven wel aangenaam te maken. De bediening is licht, soepel en rustig. Daarnaast is de vering zeer competent omdat een groot absorptievermogen zich niet vertaald in een sterke overhelneiging in bochten. De dieselmotor is niet supersportief, maar wel soeverein en ontspannen. Op de sprint naar 100 km/u geeft hij slechts 0,2 tel toe aan de BMW, terwijl hij in 190 pk sterke D4 AWD configuratie met een prijs van 54.875 euro toch 5 mille goedkoper is. Helaas laat de loopcultuur van de rauwe dieselmotor te wensen over en is het turbogat te groot. Daardoor is de Volvo in de praktijk toch wat minder snel dan zijn sprinttijd doet vermoeden.

De 7 Crossback is niet bijzonder zuinig (gemiddeld werd er tijdens de test 6,8 liter diesel verstookt) en ondanks 180 pk en 400 Nm met afstand de langzaamste in dit gezelschap: hij heeft 9,4 seconden nodig om 100 km/u aan te kunnen tikken. Gelukkig maakt de DS in de praktijk een vlottere indruk. Dat is niet in de laatste plaats aan zijn 8-traps automaat te danken. De transmissie behoort tot het beste dat ooit onder Franse vlag verzetwisselingen uitvoerde. De 7 Crossback rijdt ook het meest ontspannen en lijkt geen enkele ambitie te hebben om een begrip als ‘rij plezier’ in zijn woordenschat op te nemen. En er zullen veel autoconsumenten zijn die daar uitstekend mee kunnen leven: DS is een luxemerk en geen sportlabel. Indien de staat van het wegdek okay is, veert hij comfortabel. Zo niet, dan valt deze Fransman echter ongenadig hard door de mand want op een slechte ondergrond maakt de ophanging een onbeholpen indruk. Maar als jij nu al weet dat jij het gros van de ritten op snaarstrak asfalt zal maken, dan is dit natuurlijk geen issue. En kan je genieten van de beste Citroën, pardon DS, ooit.
Conclusie
Eerder in dit testverslag, bij het bespreken van de rijeigenschappen, werd de XC40 al omschreven als een zeer goede allrounder. Maar ook in andere opzichten biedt hij de beste mix van wat bij dagelijks gebruik van belang is. En een SUV dient niet in de laatste plaats een praktische auto te zijn. Daarom wint de Volvo deze vergelijkingstest. De BMW is op onderdelen weliswaar duidelijk beter. Zo heeft hij superieure rijeigenschappen en een duidelijk betere dieselmotor. Maar de X2 is een tamelijk onpraktische auto. Alsof deze BMW niet lijkt te weten of hij een sportieve (hoge) hatchback wil zijn of een SUV. De E-Pace heeft geen last van een identiteitscrisis en maakt een hoogwaardige indruk. Zijn Achilleshiel is evenwel het hoge gewicht, evenals de wel erg zelfbewuste prijsstelling. Toch eindigt de E-Pace hoger dan de niet goed uitontwikkelde 7 Crossback. Met dit SUV model staat DS weliswaar weer duidelijk op de kaart. Zijn extravagantie heeft weliswaar zondermeer charme, maar is uiteindelijk meer ‘show’ dan ‘go’. En daarmee wordt niet zozeer de trage acceleratie vanuit stilstand bedoeld, maar bijvoorbeeld het ontbreken van vierwielaandrijving.

