Renault stapt in de Airbus voor batterijen

0

Eén van de voorwaarden die de Franse regering stelt om aan Renault een noodlening te geven, is toetreding tot de zogeheten ‘Airbus voor batterijen’. Inmiddels zou de autofabrikant daarmee akkoord zijn gegaan en stapt dus in de European Battery Alliance.

Renault verkeert door de coronacrisis in financieel zwaar weer en heeft de Franse regering, die 15 procent van de aandelen bezit, om een noodlening van 5 miljard euro gevraagd. Europa heeft reeds groen licht gegeven, maar de minister van Economische Zaken, Bruno Le Maire, wil dat bedrag alleen onder bepaalde voorwaarden overmaken. Zo eist hij dat Renault in de European Battery Alliance stapt; een project dat in de volksmond ook wel de ” Airbus voor batterijen” wordt genoemd.

Deze Europese samenwerking werd vorig jaar opgericht door Le Maire en zijn Duitse collega Peter Altmaier, met de bedoeling Europa te bewapenen tegen de onvermijdelijke transitie richting elektrische rijden. Batterijen van modellen als de Renault Zoé worden daardoor steeds belangrijker, maar op dat vlak blijkt Europa bijzonder kwetsbaar te zijn omdat zij volledig afhankelijk is van de 5 basisgrondstoffen die nodig zijn om accu’s te produceren: grafiet, kobalt, lithium, nikkel en mangaan. Die kunnen alleen elders inde wereld worden gedolven.

Renault is niet de eerste autofabrikant die in de European Battery Alliance stapt, want zowel het Franse PSA als het Duitse Volkswagen zijn reeds lid van dit consortium waarmee de Europese afhankelijkheid van China verkleind moet worden. Bovendien kan een versnelde transitie richting elektrisch rijden helpen om te voldoen aan de nieuwe CO2 uitstoot doelstellingen van de Europese Unie. Die zijn de strengste ter wereld. Indien autofabrikanten te weinig of te langzaam volledig elektrische of stekker hybride modellen op de markt brengen, dreigen monsterboetes.

Renault heeft in vergelijking met sommige concurrenten weliswaar een gamma dat bovengemiddeld veel elektrische modellen omvat, maar de Zoé is wel enigszins op zijn retour. Ondanks dat het één van de best verkopende emissievrije auto’s van Europa is, lukt het Renault niet om er geld aan te verdienen. Tegelijkertijd zorgen de in de vorige alinea genoemde nieuwe emissie-eisen er voor dat autofabrikanten verplicht zijn om dergelijke verlieslatende modellen te blijven maken; een wurggreep waarin niet alleen Renault dreigt te verstikken, maar ook concurrenten die eveneens een sterke Europese verankering hebben. Vanuit deze optiek is de European Battery Alliance niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Le Maire vraagt overigens aan Renault om haar grote fabriek in Flins, in de omgeving van Parijs en de kraamkamer van de Zoé, open te houden. “Dat is het standpunt van de regering en van de staat als aandeelhouder”, aldus de Franse minister. Flins is de grootste Renault fabriek in eigen land en biedt werkgelegenheid aan meer dan 2.600 mensen. Maar Renault zou deze productievestiging dus willen sluiten. Niet alleen omdat er op de Zoé verlies wordt geleden, maar de aldaar gebouwde Micra van alliantiepartner Nissan geen succes is. Le Maire benadrukt dat hij op zich geen problemen heeft met staatsinterventies om noodlijdende ondernemingen overeind te houden. “Ik heb geen scrupules om onze industriële vaandeldragers te redden”, zegt hij. “Welke andere oplossing is er? Je neerleggen bij honderdduizenden ontslagen en bij faillissementen? Dat zou dodelijk zijn voor onze economie”.

Het open houden van de fabriek in Flins lijkt dus ook een voorwaarde van Le Maire (foto) te zijn om Renault staatssteun te geven, maar hij spring niet in de bres voor de productiefaciliteit in Dieppe, waar de Alpine A110 wordt gebouwd. In 2017 investeerde Renault nog 36 miljoen euro in de fabriek voor de sportwagen. Ook bestond toen nog het plan om aldaar ook de nieuwe Clio RS te gaan bouwen, maar de ontwikkeling van de E-Tech hybride techniek heeft zoveel geld gekost dat daar geen budget meer voor is.

“Renault moet stevig investeren in de elektrische auto, moet rekening houden met zijn werknemers en moet zijn kenniscentrum in Frankrijk houden”, aldus de minister van Economische Zaken. Le Maire is duidelijk niet van plan om een blanco cheque te ondertekenen. Er is dus werk aan de winkel voor de bestuursvoorzitter van Renault, Jean-Dominique Senard (foto). Eind deze maand zal hij zijn strategische toekomstplan presenteren. Tegelijk is ook alliantiepartner Nissan druk bezig met orde op zaken stellen. In de wandelgangen wordt er gefluisterd dat de Japanse autofabrikanten zijn Europese gamma drastisch zal verkleinen en dat er wereldwijd 20.000 banen op de tocht staan.

Voor wat betreft de activiteiten van Renault geldt dat Alpine het nekschot zou kunnen krijgen. Het sportwagenmerk stond in 2017 op uit de doden met de retro moderne A110, maar die Franse Porsche Cayman rivaal zou enkel fungeren als opstapje naar andere modellen. Althans dat was het idee toen de bomen nog tot de hemel leken te groeien. Maar die ambities zijn inmiddels in de diepvries beland. Dit betekent dat de toekomst van Alpine aan een zijden draadje hangt, want van de A110 en A110S rollen in Dieppe slechts 7 exemplaren per dag van de band. Bovendien past een sportwagen zoals de Alpine iet binnen de visie van de Franse overheid. Renault moet inzetten op elektrische mobiliteit, aldus Le Maire, en dient geen geld of tijd te verspillen aan ‘hobby projecten’.

Reageren is niet mogelijk.