De toekomst van Renault Sport is elektrisch

0

Geconfronteerd met de noodzaak om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen, zoeken autofabrikanten naar oplossingen zodat hun sportieve modellen niet hoeven te verdwijnen. Terwijl sommige spelers op de stekker hybride wedden, zoekt Renault de oplossing bij volledig elektrische aandrijving voor haar toekomstige RS modellen.

Zullen sportieve auto’s de in Brussel gestarte kruistocht tegen CO2 overleven? Voorlopig tellen we voornamelijk slachtoffers. Enerzijds modellen die geen opvolger hebben gekregen (Peugeot 208 GTi, Renault Clio RS) en anderzijds auto’s waarvan de ontwikkeling is stopgezet (Ford Focus RS). Uitzonderingen zijn de producten van de Duitse premium Duitse merken. Zij kunnen een uitzondering vormen omdat de modellen van Audi RS, BMW M en Mercedes-AMG (groten)deels buiten Europa worden verkocht.

Er zijn ook autofabrikanten die op 2 paarden tegelijk wedden. Zo kiest PSA voor wat betreft de toekomst van haar compacte sportieve modellen voor volledig elektrische aandrijving. Dat zal zichtbaar worden in de ‘Peugeot Sport Engineered’ uitvoering van de 208 die in 2021 debuteert en een krachtigere elektromotor krijgt dan de e-208. Bij de grotere modellen wordt geopteerd voor oplaadbare hybride aandrijftechniek. Zo staat er een sportieve variant van de volgende generatie Peugeot 308 op de tekentafel die dankzij de aanwezigheid van zowel een 1,6 liter turbobenzine unit als een tweetal elektromotoren een systeemvermogen van 360 pk zal bieden. Volkswagen volgt ook een 2-sporen beleid. In voorbereiding zijn sportieve varianten van haar elektrische modellen op basis van het MEB platform van de ID.3. Die zullen een GTX embleem krijgen. Tegelijkertijd zet de Volkswagen Groep ook in op stekker hybride techniek zoals bij de Cupra Formentor of de Skoda Octavia RS iV.

Als Ali Kassai, de productdirecteur van de Renault Groep, wordt gevraagd naar de toekomst van de RS modellen, erkent hij dat sportieve personenwagens op een kruispunt staan. Deze Franse speler zal in ieder geval niet de richting van stekker hybride architectuur inslaan want vanwege het hoge meergewicht vloekt dat met wendbaarheid; een eigenschap waar de auto’s van Renault Sport beroemd om zijn geworden. Een Clio E-Tech met sterkere benzinemotor of meer elektrische assistentie hoeven wij daarom niet te verwachten. Volgens Kassai past dat niet bij de RS filosofie. Maar wat dan wel? “Renault zal “de sportwagen van de toekomst moeten heruitvinden”, zo verzucht de productdirecteur. Die zal elektrisch zijn, maar de moeilijkheid is om “passie en rede” te combineren.

Voor verkoopsucces van toekomstige elektrische RS modellen van Renault zal er niet blind vertrouwd worden op verandering van de mentaliteit bij de consument. De bal ligt bij de autofabrikant. Die zal elektrische sportwagens moeten gaan ontwerpen waarvoor het publiek uit zijn luie stoel komt. Als een auto rij plezier weet te combineren met een goed geweten, dan zal dat lukken, zo stelt Kassai. Het is vanuit deze optiek geen toeval dat de nieuwe baas van Renault Sport (die Patrice Ratti opvolgde) Robert Bonetto is, voorheen directeur van de elektrisch divisie.

Dat Renault broedt op sportieve elektrische modellen, weten wij eigenlijk al sinds 2017, toen de Zoé e-Sport conceptstudie werd gepresenteerd. Alexandre Bernard, de betreffende projectmanager zei daar over: “Het idee achter dit concept is om te laten zien dat je rij plezier kunt hebben in een elektrische auto”. Ter herinnering: deze opgepompte Zoé heeft 2 elektromotoren die hun stroom halen uit 2 batterijen met elk een capaciteit van 40 kWh. Het systeemvermogen is 460 pk en aan koppel is er maximaal 640 Nm beschikbaar. Indrukwekkend, maar de Zoé zal nooit leverbaar worden in RS uitvoering omdat dit model daarvoor reeds te ver in zijn levenscyclus zit. Anderzijds zal de huidige Mégane RS het laatste sportieve model van Renault zijn dat is uitgerust met een verbrandingsmotor.

De toekomstige RS modellen zullen gebaseerd zijn op de 2 elektrische cross-overs die Renault momenteel ontwikkeld op basis van het nieuwe CMF-EV platform. Zij zullen in de Douai fabriek vanaf 2021 geproduceerd gaan worden. Een B segment model bijt dan de spits af en een jaar later volgt een grotere cross-over voor het hele gezin. Die zal optioneel één elektromotor per as hebben en daarmee het equivalent van vierwielaandrijving bieden. De betreffende technologie wordt momenteen door alliantiepartner Nissan ontwikkeld. De Japanners toonden vorig jaar een Leaf E+ prototype waarvan het cumulatieve vermogen 310 pk bedraagt en die goed is voor een motorkoppel van 680 Nm Renault werkt tegelijkertijd aan een gestuurde achteras om behendigheid te garanderen. Het idee is dat ook de toekomstige SUV van Alpine (ontwikkelingscode EZ110) hiermee zal worden uitgerust. Die wordt verwacht in 2023 of 2024.

Veel vermogen plus motorkoppel en wendbaarheid zullen allemaal van de partij zijn bij de toekomstige volledig elektrische sportieve modellen van Renault, maar Kassai denkt dat zij desondanks een andere doelgroep zullen aanspreken. Want liefhebbers van echte sportwagens zullen volgens hem niet geïnteresseerd zijn. De reden: het is onmogelijk om er lang mee te rijden omdat de beschikbare stroomhoeveelheid als sneeuw voor de zon verdwijnt zodra elektrische auto’s op hun staart getrapt worden. Kassai stelt dat je in een Mégane RS al snel tussen de 15 liter benzine per 100 km verbruikt (op de weg) en ruim 20 liter (op het circuit). Bij een dergelijke rijstijl dient een elektrische auto geschikt gemaakt te worden voor het equivalent van 50 liter extra benzineverbruik. Concreet betekent dit het verzwaren met 500 kilo aan batterijen. Dat zou het gewicht van een elektrische Mégane RS op 2 ton brengen. Er is dan sprake van een neerwaartse spiraal want het grote aantal kilo’s heeft een zeer grote negatieve invloed op de actieradius. En dan hebben wij het nog niet eens gehad over de negatieve gevolgen voor het rij plezier.

Is de combinatie van het niet vergroten van het accupakket met vaker tussendoor opladen een alternatief? Volgens Kassai niet. Dat komt doordat sportieve modellen alleen op hun staart getrapt kunnen worden in meer landelijke gebieden met relatief weinig verkeer. Hij noemt de Alpenpassen bij Monte Carlo als voorbeeld. Daar zou je dus een hoge dichtheid aan laadstations moeten bouwen om bestuurders van sportieve elektrische auto’s in staat te stellen om weer thuis te komen. Maar exploitanten van laadstations zullen daar nooit in willen investeren omdat de verkeersintensiteit daar te laag is. Hetzelfde probleem doet zich voor op circuits. Die zouden moeten worden uitgerust met veel snelle laders om er voor te zorgen dat tijdens circuitdagen iedereen aan zijn trekken (lees: stroom) kan komen. Dat vergt enorme investeringen die onmogelijk winstgevend gemaakt kunnen worden.

Dus fans van echte sportwagens zullen aangewezen blijven op modellen met alleen een verbrandingsmotor. In binnensteden zullen zij daar straks niet meer mee kunnen toeren. Maar zij zullen zich in de toekomst wel tussen de motorrijders kunnen mengen voor toerritten in het weekend over bijvoorbeeld zomerdijken. Voor Renault is dat een te exclusief genoegen. Die denkt dat een krachtige elektrische cross-over met vier wiel besturing het beste in staat is om rij plezier te combineren met een goed (groen) geweten.

Reageren is niet mogelijk.